Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2004:AO5667 ECLI:NL:PHR:2004:AO5667 AI generated

ECLI:NL:PHR:2004:AO5667 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2004:AO5667
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rek.nr. R04/003HR Mr L. Strikwerda Parket, 5 maart 2004 conclusie inzake [verzoeker] Edelhoogachtbaar College, 1. Verzoeker van cassatie, hierna: [verzoeker], heeft bij brief van 14 oktober 2003, ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 17 oktober 2003, de Hoge Raad verzocht - naar ik begrijp - een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 juli 2003 waarbij vorderingen van [verzoeker] zouden zijn afgewezen, te vernietigen. De uitspraak is niet overgelegd. 2. [Verzoeker] kan in zijn verzoek, dat kennelijk ertoe strekt cassatieberoep in te stellen tegen voormelde uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, niet worden ontvangen.

Legislator headnote

AI generated

art. 407 lid 1 Rv, art. 426a lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2004:AO5667 · Parket bij de Hoge Raad: Indien moet worden aangenomen dat de bij het Hof gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding moeten worden ingesteld. De voormelde brief van 14 oktober 2003 is geen dagvaarding. Indien aangenomen moet worden dat de bestreden uitspraak is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. De voormelde brief van 14 oktober 2003 is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

Keywords

AI generated
art. 407 lid 1 Rv art. 426a lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 407 lid 1 Rv
Indien moet worden aangenomen dat de bij het Hof gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding moeten worden ingesteld.
art. 426a lid 1 Rv
Indien aangenomen moet worden dat de bestreden uitspraak is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rek.nr. R04/003HR Mr L. Strikwerda Parket, 5 maart 2004 conclusie inzake [verzoeker] Edelhoogachtbaar College, 1. Verzoeker van cassatie, hierna: [verzoeker], heeft bij brief van 14 oktober 2003, ingekomen ter griffie van de Hoge Raad op 17 oktober 2003, de Hoge Raad verzocht - naar ik begrijp - een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage d.d. 18 juli 2003 waarbij vorderingen van [verzoeker] zouden zijn afgewezen, te vernietigen. De uitspraak is niet overgelegd. 2. [Verzoeker] kan in zijn verzoek, dat kennelijk ertoe strekt cassatieberoep in te stellen tegen voormelde uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, niet worden ontvangen.

Indien moet worden aangenomen dat de bij het Hof gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding moeten worden ingesteld. De voormelde brief van 14 oktober 2003 is geen dagvaarding. Indien aangenomen moet worden dat de bestreden uitspraak is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. De voormelde brief van 14 oktober 2003 is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,