ECLI:NL:PHR:2004:AO1826 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 01105/03 Mr. Vellinga Zitting: 13 januari 2004 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Verdachte is door de Rechtbank te Haarlem, sector Kanton te Zaandam wegens "overtreding van art. 8.04 lid 1 aanhef onder b van het Binnenvaartpolitiereglement" veroordeeld tot een geldboete van € 50,-, subsidiair één dag hechtenis. 2. Namens verdachte heeft mr. E. Jense, advocaat te Purmerend, twee middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 404 lid 3 Sv in samenhang met art. 404 lid 2 aanhef en sub b Sv staat tegen voormeld vonnis geen rechtsmiddel open. Verdachte kan daarom niet in het beroep worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedart. 404 lid 3 Sv; ECLI:NL:PHR:2004:AO1826 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 01105/03 Mr. Vellinga Zitting: 13 januari 2004 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Verdachte is door de Rechtbank te Haarlem, sector Kanton te Zaandam wegens "overtreding van art. 8.04 lid 1 aanhef onder b van het Binnenvaartpolitiereglement" veroordeeld tot een geldboete van € 50,-, subsidiair één dag hechtenis. 2. Namens verdachte heeft mr. E. Jense, advocaat te Purmerend, twee middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 404 lid 3 Sv in samenhang met art. 404 lid 2 aanhef en sub b Sv staat tegen voormeld vonnis geen rechtsmiddel open. Verdachte kan daarom niet in het beroep worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Nr. 01105/03 Mr. Vellinga Zitting: 13 januari 2004 Conclusie inzake: [verdachte] 1. Verdachte is door de Rechtbank te Haarlem, sector Kanton te Zaandam wegens "overtreding van art. 8.04 lid 1 aanhef onder b van het Binnenvaartpolitiereglement" veroordeeld tot een geldboete van € 50,-, subsidiair één dag hechtenis. 2. Namens verdachte heeft mr. E. Jense, advocaat te Purmerend, twee middelen van cassatie voorgesteld. 3. Ingevolge art. 404 lid 3 Sv in samenhang met art. 404 lid 2 aanhef en sub b Sv staat tegen voormeld vonnis geen rechtsmiddel open. Verdachte kan daarom niet in het beroep worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG