ECLI:NL:PHR:2004:AN8279 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedNr. 00804/03 M Mr. Vellinga Zitting: 11 november 2003 Conclusie inzake: E. Lucassen 1. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 00798/03 M en de zaken 00800/03 M tot en met 00803/03 M. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Nu de verdachte niet tijdig bij de Hoge Raad door een advocaat een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte, gelet op het bepaalde in art. 437, tweede lid, Sv, niet in het beroep worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2004:AN8279 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 00804/03 M Mr. Vellinga Zitting: 11 november 2003 Conclusie inzake: E. Lucassen 1. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 00798/03 M en de zaken 00800/03 M tot en met 00803/03 M. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Nu de verdachte niet tijdig bij de Hoge Raad door een advocaat een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte, gelet op het bepaalde in art. 437, tweede lid, Sv, niet in het beroep worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG
Full text
Nr. 00804/03 M Mr. Vellinga Zitting: 11 november 2003 Conclusie inzake: E. Lucassen 1. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. 2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 00798/03 M en de zaken 00800/03 M tot en met 00803/03 M. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen. 3. Nu de verdachte niet tijdig bij de Hoge Raad door een advocaat een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan de verdachte, gelet op het bepaalde in art. 437, tweede lid, Sv, niet in het beroep worden ontvangen. 4. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG