Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2003:AF5430 ECLI:NL:PHR:2003:AF5430 AI generated

ECLI:NL:PHR:2003:AF5430 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2003:AF5430
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 03462/00/H Mr Machielse Zitting 17 december 2002 Conclusie inzake: [aanvrager] Aanvrager is op 1 oktober 1999 bij verstek door de politierechter te Amsterdam voor diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Mr S.J.M. Jaasma, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvraag tot herziening ingediend welke aanvraag is gebaseerd op de stelling dat een ander zich voor aanvrager zou hebben uitgegeven. Bij de aanvraag is gevoegd een aangifte van aanvrager van valsheid in geschrift door een zekere [A], die zich voor aanvrager zou hebben uitgegeven.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2003:AF5430 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 03462/00/H Mr Machielse Zitting 17 december 2002 Conclusie inzake: [aanvrager] Aanvrager is op 1 oktober 1999 bij verstek door de politierechter te Amsterdam voor diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Mr S.J.M. Jaasma, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvraag tot herziening ingediend welke aanvraag is gebaseerd op de stelling dat een ander zich voor aanvrager zou hebben uitgegeven. Bij de aanvraag is gevoegd een aangifte van aanvrager van valsheid in geschrift door een zekere [A], die zich voor aanvrager zou hebben uitgegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 03462/00/H Mr Machielse Zitting 17 december 2002 Conclusie inzake: [aanvrager] Aanvrager is op 1 oktober 1999 bij verstek door de politierechter te Amsterdam voor diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. Mr S.J.M. Jaasma, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvraag tot herziening ingediend welke aanvraag is gebaseerd op de stelling dat een ander zich voor aanvrager zou hebben uitgegeven. Bij de aanvraag is gevoegd een aangifte van aanvrager van valsheid in geschrift door een zekere [A], die zich voor aanvrager zou hebben uitgegeven.

Naar aanleiding van de aanvraag heb ik stappen gezet om een nader onderzoek te doen verrichten, meer bepaald om na te kunnen gaan of degene die op 2 augustus 1999 te Amsterdam is aangehouden een ander was dan aanvrager. Via het College van PG's is mij bericht dat het parket te Amsterdam vele pogingen in het werk heeft gesteld om aanvrager te bewegen contact op te nemen, welke pogingen alle vruchteloos bleven. Gelet op de aard van de pogingen die in het werk zijn gesteld ben ik van mening dat aanvrager zich niet coöperatief genoeg heeft opgesteld om zijn stelling te laten toetsen.

Dat voert mij tot de conclusie dat de aanvraag ongegrond dient te worden verklaard. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden