Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2002:AE8803 ECLI:NL:PHR:2002:AE8803 AI generated

ECLI:NL:PHR:2002:AE8803 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2002:AE8803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 01050/01 B Mr Fokkens Parket, 10 september 2002 Conclusie inzake: [Klager] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 17 april 2001 waarbij het beklag strekkende tot teruggave van een aantal prepostalen, de in de bijlage genoemde categorie A nrs 1 t/m 1874 en categorie B nrs 1879 en 1880, 1884 t/m 1888, 1890 en 1891, 1949 t/m 1951, 1953 en 1978, aan klager gegrond is verklaard.

Legislator headnote

AI generated

art. 552a Sv; ECLI:NL:PHR:2002:AE8803 · Parket bij de Hoge Raad: Ambtshalve wil ik echter het volgende opmerken. Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage gewaarmerkt afschrift van een akte van overlijden opgemaakt op 10 oktober 2000 is [klager] op 4 oktober 2000 te 's-Gravenhage overleden. Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag ingevolge art. 552a Sv, na overlijden van de klager, moet een dergelijk beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen (vgl. HR DD 91.268 en HR 2 maart 1999, nr. 3865 Besch.).

Keywords

AI generated
art. 552a Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a Sv
Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag ingevolge art. 552a Sv, na overlijden van de klager, moet een dergelijk beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen (vgl.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 01050/01 B Mr Fokkens Parket, 10 september 2002 Conclusie inzake: [Klager] 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 17 april 2001 waarbij het beklag strekkende tot teruggave van een aantal prepostalen, de in de bijlage genoemde categorie A nrs 1 t/m 1874 en categorie B nrs 1879 en 1880, 1884 t/m 1888, 1890 en 1891, 1949 t/m 1951, 1953 en 1978, aan klager gegrond is verklaard.

2. De Officier van Justitie heeft een middel van cassatie voorgesteld.

3. Ambtshalve wil ik echter het volgende opmerken. Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage gewaarmerkt afschrift van een akte van overlijden opgemaakt op 10 oktober 2000 is [klager] op 4 oktober 2000 te 's-Gravenhage overleden. Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag ingevolge art. 552a Sv, na overlijden van de klager, moet een dergelijk beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen (vgl. HR DD 91.268 en HR 2 maart 1999, nr. 3865 Besch.).

4. Het hiervoor overwogene brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, en dat het middel geen bespreking behoeft.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en zal verstaan dat het beklag is vervallen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden plv.