ECLI:NL:PHR:2002:AE4549 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedRekest nr. R01/133 Mr. J. K. Moltmaker Benoeming provisioneel bewindvoerder Parket, 21 juni 2002 Conclusie inzake [Verzoeker] tegen [Verweerster] Edelhoogachtbaar college, 1 Feiten en procesgang 1.1 Op 21 juni 2001 heeft [betrokkene 2] bij de rechtbank te Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot ondercuratelestelling van verweerster in cassatie ([verweerster]) en benoeming van een provisioneel bewindvoerder op de voet van art. 1:380 BW. [Betrokkene 2] is een zoon van een vooroverleden neef van [verweerster]. 1.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie ([verzoeker]) benoemd tot provisioneel bewindvoerder. 1.3 [Verweerster] is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Legislator headnote
AI generatedart. 1:380 BW; ECLI:NL:PHR:2002:AE4549 · Parket bij de Hoge Raad: Rekest nr. R01/133 Mr. J. K. Moltmaker Benoeming provisioneel bewindvoerder Parket, 21 juni 2002 Conclusie inzake [Verzoeker] tegen [Verweerster] Edelhoogachtbaar college, 1 Feiten en procesgang 1.1 Op 21 juni 2001 heeft [betrokkene 2] bij de rechtbank te Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot ondercuratelestelling van verweerster in cassatie ([verweerster]) en benoeming van een provisioneel bewindvoerder op de voet van art. 1:380 BW. [Betrokkene 2] is een zoon van een vooroverleden neef van [verweerster]. 1.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie ([verzoeker]) benoemd tot provisioneel bewindvoerder. 1.3 [Verweerster] is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Rekest nr. R01/133 Mr. J. K. Moltmaker Benoeming provisioneel bewindvoerder Parket, 21 juni 2002 Conclusie inzake [Verzoeker] tegen [Verweerster] Edelhoogachtbaar college, 1 Feiten en procesgang 1.1 Op 21 juni 2001 heeft [betrokkene 2] bij de rechtbank te Amsterdam een verzoekschrift ingediend tot ondercuratelestelling van verweerster in cassatie ([verweerster]) en benoeming van een provisioneel bewindvoerder op de voet van art. 1:380 BW. [Betrokkene 2] is een zoon van een vooroverleden neef van [verweerster]. 1.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie ([verzoeker]) benoemd tot provisioneel bewindvoerder. 1.3 [Verweerster] is tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam.
Zij heeft verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en zo nodig opnieuw rechtdoende [betrokkene 1] te benoemen tot provisioneel bewindvoerder. [Verzoeker] heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 Het hof heeft bij beschikking van 22 november 2001 de beschikking van de rechtbank vernietigd en heeft het inleidend verzoek, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, alsnog afgewezen. Het hof heeft daartoe in rov. 2.7 en 2.8 overwogen dat [betrokkene 2] vijfdegraads familielid is van [verweerster] en derhalve ingevolge 1:379 BW niet behoorde tot de personen die de curatele konden verzoeken. 1.5 [Verzoeker] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen deze beschikking van het hof. [Verweerster] heeft een verweerschrift ingediend. 2 Beoordeling van de ontvankelijkheid in cassatie 2.1 De rechtbank te Amsterdam heeft bij beschikking van 5 december 2001 de curatele uitgesproken over [verweerster] met benoeming van [betrokkene 1] tot curator.
Ingevolge art. 1:383, vierde lid, BW eindigt het provisioneel bewind daags na de beslissing houdende benoeming van een curator. Dat betekent dat [verzoeker] geen belang heeft bij zijn cassatieberoep, zodat hij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. 3 Conclusie De conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verzoeker in zijn beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden