Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2002:AE1186 ECLI:NL:PHR:2002:AE1186 AI generated

ECLI:NL:PHR:2002:AE1186 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2002:AE1186
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Mr Machielse Nr. 00166/01 B Parket, 8 maart 2002 Conclusie inzake: [Verzoeker=klager] Edelhoogachtbaar College, 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te Groningen waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn beklag strekkende tot opheffing van het beslag met last tot teruggave van het inbeslaggenomene alsmede zijn beklag tegen het verlof tot uitlevering van het inbeslaggenomene aan Duitsland.

Legislator headnote

AI generated

art. 552a Sv; ECLI:NL:PHR:2002:AE1186 · Parket bij de Hoge Raad: Het eerste middel bevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kan worden aangemerkt.

Keywords

AI generated
art. 552a Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a Sv
Het eerste middel bevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kan worden aangemerkt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Mr Machielse Nr. 00166/01 B Parket, 8 maart 2002 Conclusie inzake: [Verzoeker=klager] Edelhoogachtbaar College, 1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te Groningen waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn beklag strekkende tot opheffing van het beslag met last tot teruggave van het inbeslaggenomene alsmede zijn beklag tegen het verlof tot uitlevering van het inbeslaggenomene aan Duitsland.

2. Namens verzoeker heeft mr A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel bevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoeker niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kan worden aangemerkt.

4. Ik kan hier heel kort over zijn: de klacht is gegrond. De verdachte in wiens strafzaak een rechtshulpverzoek om overdracht van stukken van overtuiging is gedaan, is belanghebbende in de zin van art. 552a Sv (zie HR 21 maart 2000, gr.nr. 3985 B).

5. Nu het eerste middel gegrond is en de in het tweede middel gewraakte overweging van de rechtbank stoelt op haar onjuiste oordeel dat verzoeker geen belanghebbende is in de zin van art. 552a Sv, zal ik het tweede middel verder niet bespreken.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking met verwijzing der zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,