Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2002:AD9130 ECLI:NL:PHR:2002:AD9130 AI generated

ECLI:NL:PHR:2002:AD9130 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2002:AD9130
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolnr. C00/267HR Mr L. Strikwerda Zt. 25 jan. 2002 conclusie inzake [De man] tegen [De vrouw] Edelhoogachtbaar College, 1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep berust op een uit drie onderdelen opgebouwd middel. Onderdeel 1 van het middel, dat erover klaagt dat het Hof geen aandacht heeft geschonken aan het in het kader van grief 3 ontwikkelde betoog van de man dat de door de vrouw gevraagde en door de President van de Rechtbank toegewezen voorziening een onaanvaardbare beknotting van de grondrechten van de man (met name art. 8 EVRM) met zich meebrengt, faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het Hof heeft in r.o. 5.5 t/m 5.7 aan dat betoog aandacht besteed en, op de daar genoemde gronden, verworpen.

Legislator headnote

AI generated

art. 8 EVRM; ECLI:NL:PHR:2002:AD9130 · Parket bij de Hoge Raad: Rolnr. C00/267HR Mr L. Strikwerda Zt. 25 jan. 2002 conclusie inzake [De man] tegen [De vrouw] Edelhoogachtbaar College, 1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep berust op een uit drie onderdelen opgebouwd middel. Onderdeel 1 van het middel, dat erover klaagt dat het Hof geen aandacht heeft geschonken aan het in het kader van grief 3 ontwikkelde betoog van de man dat de door de vrouw gevraagde en door de President van de Rechtbank toegewezen voorziening een onaanvaardbare beknotting van de grondrechten van de man (met name art. 8 EVRM) met zich meebrengt, faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het Hof heeft in r.o. 5.5 t/m 5.7 aan dat betoog aandacht besteed en, op de daar genoemde gronden, verworpen.

Keywords

AI generated
art. 8 EVRM

Cited Legislation

AI generated
art. 8 EVRM
Aangezien naar mijn oordeel de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, strekt de conclusie tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolnr. C00/267HR Mr L. Strikwerda Zt. 25 jan. 2002 conclusie inzake [De man] tegen [De vrouw] Edelhoogachtbaar College, 1. Het tijdig ingestelde cassatieberoep berust op een uit drie onderdelen opgebouwd middel.

2. Onderdeel 1 van het middel, dat erover klaagt dat het Hof geen aandacht heeft geschonken aan het in het kader van grief 3 ontwikkelde betoog van de man dat de door de vrouw gevraagde en door de President van de Rechtbank toegewezen voorziening een onaanvaardbare beknotting van de grondrechten van de man (met name art. 8 EVRM) met zich meebrengt, faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het Hof heeft in r.o. 5.5 t/m 5.7 aan dat betoog aandacht besteed en, op de daar genoemde gronden, verworpen.

3. Onderdeel 2, dat hetHof verwijt het bedoelde betoog van de man niet afzonderlijk te hebben behandeld, doch gezamenlijk met grief 2, faalt wegens gebrek aan belang. Het onderdeel geeft niet aan in welk opzicht de man door de door het Hof gekozen aanpak van de behandeling van de grieven is benadeeld. Voor zover het onderdeel wil betogen dat het Hof door de gewraakte handelwijze het bedoelde betoog van de man onbehandeld heeft gelaten, mist het zelfstandige betekenis naast onderdeel 1.

4. Ook onderdeel 3 is tevergeefs voorgesteld. De klacht dat het Hof heeft miskend dat er mogelijk sprake is van misbruik door de vrouw van de mogelijkheid om de onderhavige ordemaatregel te vragen, mist feitelijke grondslag. Uit hetgeen het Hof heeft overwogen in r.o. 5.6 en 5.7 met betrekking tot de psychisch-sociale omstandigheden van de kinderen van partijen volgt dat naar 's Hofs oordeel het belang van de kinderen de gevraagde voorziening vergt. Daarin ligt besloten dat naar 's Hofs oordeel van misbruik door de vrouw geen sprake is. Aangezien naar mijn oordeel de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, strekt de conclusie tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,