Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2002:AD7800 ECLI:NL:PHR:2002:AD7800 AI generated

ECLI:NL:PHR:2002:AD7800 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2002:AD7800
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 00325/01 Mr Fokkens Zitting: 18 december 2001 Conclusie inzake: [verdachte] 1. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. De dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep op 14 september 1999 is ingevolge art. 588, derde lid onder c, Sv op 7 september 1999 betekend. De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep niet verschenen en bij verstek veroordeeld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2002:AD7800 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 00325/01 Mr Fokkens Zitting: 18 december 2001 Conclusie inzake: [verdachte] 1. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld. De dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep op 14 september 1999 is ingevolge art. 588, derde lid onder c, Sv op 7 september 1999 betekend. De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep niet verschenen en bij verstek veroordeeld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 00325/01 Mr Fokkens Zitting: 18 december 2001 Conclusie inzake: [verdachte] 1. In deze zaak is tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld.

2. Middelen van cassatie zijn niet voorgesteld.

3. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende.

4. De dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep op 14 september 1999 is ingevolge art. 588, derde lid onder c, Sv op 7 september 1999 betekend. De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep niet verschenen en bij verstek veroordeeld.

5. Op grond van het bepaalde in de artikelen 413, eerste lid, 425 en 426a, eerste lid Sv moet tussen de dag waarop de dagvaarding aan de verdachte is betekend en die der terechtzitting een termijn van tenminste tien dagen verlopen. Ingevolge het ten deze toepasselijke art. 265, derde lid Sv dient de rechter wanneer de dagvaardingstermijn niet in acht is genomen en de verdachte niet is verschenen en evenmin toestemming heeft gegeven tot verkorting van bedoelde termijn, het onderzoek te schorsen en de verdachte op te roepen.

6. De Rechtbank heeft ten onrechte het onderzoek niet geschorst teneinde de verdachte op te doen roepen. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gegronde uitspraak (vgl. HR DD 96.023023 en recent nog HR 19 juni 2001, nr. 02425/00).

7. Ik concludeer dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen met terugwijzing van de zaak naar de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden