Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2001:ZD2673 ECLI:NL:PHR:2001:ZD2673 AI generated

ECLI:NL:PHR:2001:ZD2673 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2001:ZD2673
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 02956/00 P Mr. Machielse Zitting: 13 maart 2001 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij arrest van 10 december 1999 heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage bevestigd waarbij aan verzoeker de verplichting is opgelegd tot betaling van een bedrag aan de Staat ad ƒ 44.000,=, subsidiair 169 dagen hechtenis, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2001:ZD2673 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 02956/00 P Mr. Machielse Zitting: 13 maart 2001 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij arrest van 10 december 1999 heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage bevestigd waarbij aan verzoeker de verplichting is opgelegd tot betaling van een bedrag aan de Staat ad ƒ 44.000,=, subsidiair 169 dagen hechtenis, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 02956/00 P Mr. Machielse Zitting: 13 maart 2001 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Bij arrest van 10 december 1999 heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage bevestigd waarbij aan verzoeker de verplichting is opgelegd tot betaling van een bedrag aan de Staat ad ƒ 44.000,=, subsidiair 169 dagen hechtenis, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

2. Namens verzoeker heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.(1) 3. Het middel in deze ontnemingszaak borduurt louter voort op de inhoud van de twee door mr. Spong in de hoofdzaak ingediende cassatiemiddelen. Het middel in deze zaak berust namelijk op de stelling dat gegrondbevinding van (één van) de cassatiemiddelen in de hoofdzaak meebrengt dat niet zonder meer gesproken kan worden van "wederrechtelijk" genoten voordeel door verzoeker.

4. In de jegens verzoeker gewezen hoofdzaak, gr.nr. 02976/00, heb ik heden geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Eenvoudigheidshalve verwijs ik daartoe naar de hieraan gehechte kopie van mijn in die zaak genomen conclusie.

3. Het middel is faalt dus.

4. Nu ik ambtshalve geen gronden tot cassatie heb aangetroffen, concludeer ik tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, 1 Deze zaak hangt samen met de hoofdzaak van verzoeker, bekend onder gr.nr. 02976/00, waarin ik eveneens heden concludeer. Deze zaak hangt voorts samen met de zaken die bekend zijn onder de oplopende gr.nrs 02952/00 tot en met 02955/00 en 02957/00 alsook 02976/00, waarin ik ook vandaag concludeer.