ECLI:NL:PHR:2001:AB2778 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedMr. A.S. Hartkamp nr. C00/019HR zitting 22 juni 2001 Conclusie inzake [Eiseres] tegen Stichting Woningstichting De Combinatie Edelhoogachtbaar College, Uw Raad heeft bij arrest van 27 febr. 1998, NJ 1998, 765 wegens motiveringsgebreken het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam vernietigd, waarbij was beslist dat de kantonrechter terecht de vordering van de eiseres tot cassatie ([eiseres]) had afgewezen. Die vordering was gebaseerd op de stellingen dat de Combinatie (verweerster in cassatie) zich jegens haar niet als een goed werkgeefster had gedragen, als gevolg waarvan zij arbeidsongeschikt was geworden, en dat het haar verleende ontslag kennelijk onredelijk was.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:2001:AB2778 · Parket bij de Hoge Raad: Mr. A.S. Hartkamp nr. C00/019HR zitting 22 juni 2001 Conclusie inzake [Eiseres] tegen Stichting Woningstichting De Combinatie Edelhoogachtbaar College, Uw Raad heeft bij arrest van 27 febr. 1998, NJ 1998, 765 wegens motiveringsgebreken het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam vernietigd, waarbij was beslist dat de kantonrechter terecht de vordering van de eiseres tot cassatie ([eiseres]) had afgewezen. Die vordering was gebaseerd op de stellingen dat de Combinatie (verweerster in cassatie) zich jegens haar niet als een goed werkgeefster had gedragen, als gevolg waarvan zij arbeidsongeschikt was geworden, en dat het haar verleende ontslag kennelijk onredelijk was.
Full text
Mr. A.S. Hartkamp nr. C00/019HR zitting 22 juni 2001 Conclusie inzake [Eiseres] tegen Stichting Woningstichting De Combinatie Edelhoogachtbaar College, Uw Raad heeft bij arrest van 27 febr. 1998, NJ 1998, 765 wegens motiveringsgebreken het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam vernietigd, waarbij was beslist dat de kantonrechter terecht de vordering van de eiseres tot cassatie ([eiseres]) had afgewezen. Die vordering was gebaseerd op de stellingen dat de Combinatie (verweerster in cassatie) zich jegens haar niet als een goed werkgeefster had gedragen, als gevolg waarvan zij arbeidsongeschikt was geworden, en dat het haar verleende ontslag kennelijk onredelijk was.
Na verwijzing heeft het Gerechtshof te Den Haag bij arrest van 7 oktober 1999 de grieven tegen het vonnis van de kantonrechter verworpen en dat vonnis bekrachtigd. [Eiseres] heeft tegen dat arrest tijdig beroep in cassatie ingesteld en een uit vier onderdelen opgebouwd middel van cassatie aangevoerd. De Combinatie heeft tot verwerping van het beroep geconcludeerd, waarna partijen de zaak schriftelijk hebben toegelicht. Het middel bestaat uit motiveringsklachten. De klachten falen m.i. omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Waar het middel klaagt dat het hof niet is ingegaan op bepaalde stellingen, faalt het reeds omdat niet wordt aangegeven waar die stellingen in de gedingstukken te vinden zijn.
Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden