Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2001:AB0802 ECLI:NL:PHR:2001:AB0802 AI generated

ECLI:NL:PHR:2001:AB0802 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2001:AB0802
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolnr. C00/183 mr Spier Zitting d.d. 22 december 2000 Conclusie inzake [Eiser] tegen [Verweerster] Edelhoogachtbaar College, 1.1 [Verweerster] heeft [eiser] gedagvaard en [eisers] veroordeling gevorderd tot betaling van f 800 aan hoofdsom en f 525 ter zake van buitengerechtelijke kosten, alles te vermeerderen met wettelijke rente. Daarnaast heeft zij een gebod op straffe van een dwangsom gevorderd; deze laatste vordering is naar de Rechtbank Breda verwezen. 1.2 In reconventie heeft [eiser] f 5000 gevorderd. Zulks onder het hoofdje "voorwaardelijke reconventie".

Legislator headnote

AI generated

Art. 253 lid 1 Rv; ECLI:NL:PHR:2001:AB0802 · Parket bij de Hoge Raad: Wat de voorwaarde is komt niet uit de verf; het petitum van de cva maakt van enige voorwaarde geen melding. Ook bij repliek in (wat abusievelijk wordt genoemd) conventie wordt geheel gezwegen over een voorwaarde. Het petitum luidt onvoorwaardelijk. 1.3 De Kantonrechter heeft de vordering in conventie toegewezen ten belope van f 450 vermeerderd met de wettelijke rente als in het dictum vermeld. De vordering in reconventie is afgewezen. 1.4 Het cassatieberoep richt klachten tegen zowel de beslissing in conventie als die in reconventie (onder 7). 1.5 [Eiser] is in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het beloop der vordering de appèlgrens bedoeld in art. 38 RO overschrijdt.

Keywords

AI generated
Art. 253 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
Art. 253 lid 1 Rv
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal 1 Art. 253 lid 1 Rv.; zie voorts o.m.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolnr. C00/183 mr Spier Zitting d.d. 22 december 2000 Conclusie inzake [Eiser] tegen [Verweerster] Edelhoogachtbaar College, 1.1 [Verweerster] heeft [eiser] gedagvaard en [eisers] veroordeling gevorderd tot betaling van f 800 aan hoofdsom en f 525 ter zake van buitengerechtelijke kosten, alles te vermeerderen met wettelijke rente. Daarnaast heeft zij een gebod op straffe van een dwangsom gevorderd; deze laatste vordering is naar de Rechtbank Breda verwezen. 1.2 In reconventie heeft [eiser] f 5000 gevorderd. Zulks onder het hoofdje "voorwaardelijke reconventie".

Wat de voorwaarde is komt niet uit de verf; het petitum van de cva maakt van enige voorwaarde geen melding. Ook bij repliek in (wat abusievelijk wordt genoemd) conventie wordt geheel gezwegen over een voorwaarde. Het petitum luidt onvoorwaardelijk. 1.3 De Kantonrechter heeft de vordering in conventie toegewezen ten belope van f 450 vermeerderd met de wettelijke rente als in het dictum vermeld. De vordering in reconventie is afgewezen. 1.4 Het cassatieberoep richt klachten tegen zowel de beslissing in conventie als die in reconventie (onder 7). 1.5 [Eiser] is in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het beloop der vordering de appèlgrens bedoeld in art. 38 RO overschrijdt.

Ter bepaling daarvan moeten de vorderingen in conventie en reconventie bij elkaar worden opgeteld.(1) Conclusie Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser]. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, Advocaat-Generaal 1 Art. 253 lid 1 Rv.; zie voorts o.m. Snijders/Wendels, Civiel appel (2e dr.) nr 68.