Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2001:AA9705 ECLI:NL:PHR:2001:AA9705 AI generated

ECLI:NL:PHR:2001:AA9705 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2001:AA9705
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 00182/00, 00183/00, 00184/00 Mr Machielse Zitting 28 november 2000 Conclusie inzake: [Verdachte] Edelhoogachtbaar College, De kantonrechter te Rotterdam heeft verdachte op 31 augustus 1998 voor meerdere verkeersovertredingen veroordeeld, maar bepaald dat geen straf of maatregel zal worden toegepast. Tegen die veroordeling is cassatie ingesteld. Mr D.V.A. Brouwer en mr J.M. Sjöcrona, advocaten te 's-Gravenhage, hebben een schriftuur ingezonden, houdende drie middelen van cassatie. De schriftuur richt zich enkel op het vonnis voor zover dat betrekking heeft op de zaak met nummer 00184/00, welke zaak in feitelijke instantie parketnummer 10.601.872/98 heeft gekregen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:2001:AA9705 · Parket bij de Hoge Raad: De Hoge Raad zal aan de beoordeling van de middelen niet kunnen toekomen. De cassatieakte meldt immers dat het rechtsmiddel namens verdachte is ingesteld per brief door mr M. Aukema, die - zo blijkt uit de stukken - verdachte als advocaat voor de kantonrechter heeft bijgestaan. Cassatie wordt volgens art.449 Sv e.v. ingesteld door het afleggen van een verklaring, waarvan een akte wordt opgemaakt. Die verklaring moet mondeling worden afgelegd en vereist persoonlijke verschijning van degene die het rechtsmiddel wil aanwenden, behoudens waar de wet een uitzondering biedt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 00182/00, 00183/00, 00184/00 Mr Machielse Zitting 28 november 2000 Conclusie inzake: [Verdachte] Edelhoogachtbaar College, De kantonrechter te Rotterdam heeft verdachte op 31 augustus 1998 voor meerdere verkeersovertredingen veroordeeld, maar bepaald dat geen straf of maatregel zal worden toegepast. Tegen die veroordeling is cassatie ingesteld. Mr D.V.A. Brouwer en mr J.M. Sjöcrona, advocaten te 's-Gravenhage, hebben een schriftuur ingezonden, houdende drie middelen van cassatie. De schriftuur richt zich enkel op het vonnis voor zover dat betrekking heeft op de zaak met nummer 00184/00, welke zaak in feitelijke instantie parketnummer 10.601.872/98 heeft gekregen.

De Hoge Raad zal aan de beoordeling van de middelen niet kunnen toekomen. De cassatieakte meldt immers dat het rechtsmiddel namens verdachte is ingesteld per brief door mr M. Aukema, die - zo blijkt uit de stukken - verdachte als advocaat voor de kantonrechter heeft bijgestaan. Cassatie wordt volgens art.449 Sv e.v. ingesteld door het afleggen van een verklaring, waarvan een akte wordt opgemaakt. Die verklaring moet mondeling worden afgelegd en vereist persoonlijke verschijning van degene die het rechtsmiddel wil aanwenden, behoudens waar de wet een uitzondering biedt.

De wet voorziet niet in een uitzondering voor de advocaat die namens zijn cliënt een rechtsmiddel wil aanwenden. Een advocaat kan niet in die hoedanigheid per brief cassatie instellen.(1) Het cassatieberoep is mitsdien niet ontvankelijk. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 HR NJ 1985,910; HR NJ 1989,416; HR NJ 1997,93.