Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:2000:AA5782 ECLI:NL:PHR:2000:AA5782 AI generated

ECLI:NL:PHR:2000:AA5782 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:2000:AA5782
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. R 00/006 HR Mr. Mok (ontbinding a.o.) Conclusie inzake Parket, 26 januari 2000 HERMANS-MAASDAL B.V. Edelhoogachtbaar college, 1. Gielkens, een werknemer van verzoekster van cassatie, Hermans-Maasdal B.V, heeft de kantonrechter te Heerlen verzocht om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met Hermans-Maasdal. Na een tussenbeschikking heeft de kantonrechter bij beschikking van 21 mei 1999 het verzoek ingewilligd, onder toekenning van een vergoeding ten laste van Hermans-Maasdal aan Gielkens van ƒ 200.000.

Legislator headnote

AI generated

art. 7:685 BW, art. 426a Rv; ECLI:NL:PHR:2000:AA5782 · Parket bij de Hoge Raad: Van deze uitspraak is Hermans-Maasdal in appel gekomen bij de rechtbank te Maastricht. Omdat de kantonrechter volgens verzoekster art. 7:685 BW buiten toepassing had gelaten of buiten het toepassingsgebied van dat artikel was getreden, heeft de rechtbank Hermans-Maasdal ontvankelijk in haar beroep geacht. Bij beschikking van 11 november 1999 heeft de rechtbank het hoger beroep verworpen.

Keywords

AI generated
art. 7:685 BW art. 426a Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 7:685 BW
Omdat de kantonrechter volgens verzoekster art. 7:685 BW buiten toepassing had gelaten of buiten het toepassingsgebied van dat artikel was getreden, heeft de rechtbank Hermans-Maasdal ontvankelijk in haar beroep geacht.
art. 426a Rv
Cassatieverzoekschriften dienen ingevolge art. 426a Rv ondertekend te worden door een advocaat bij de Hoge Raad, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit1.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. R 00/006 HR Mr. Mok (ontbinding a.o.) Conclusie inzake Parket, 26 januari 2000 HERMANS-MAASDAL B.V. Edelhoogachtbaar college, 1. Gielkens, een werknemer van verzoekster van cassatie, Hermans-Maasdal B.V, heeft de kantonrechter te Heerlen verzocht om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met Hermans-Maasdal. Na een tussenbeschikking heeft de kantonrechter bij beschikking van 21 mei 1999 het verzoek ingewilligd, onder toekenning van een vergoeding ten laste van Hermans-Maasdal aan Gielkens van ƒ 200.000.

2. Van deze uitspraak is Hermans-Maasdal in appel gekomen bij de rechtbank te Maastricht. Omdat de kantonrechter volgens verzoekster art. 7:685 BW buiten toepassing had gelaten of buiten het toepassingsgebied van dat artikel was getreden, heeft de rechtbank Hermans-Maasdal ontvankelijk in haar beroep geacht. Bij beschikking van 11 november 1999 heeft de rechtbank het hoger beroep verworpen.

3. Hermans-Maasdal heeft tegen deze beschikking (tijdig) beroep in cassatie ingesteld bij een op 11 januari 2000 bij de Hoge Raad ingekomen schriftuur, getekend door “[…], directeur”.

4. Cassatieverzoekschriften dienen ingevolge art. 426a Rv ondertekend te worden door een advocaat bij de Hoge Raad, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit1.

5. Het (uitsluitend) door de directeur van verzoekster getekende cassatierekest klaagt over schending van grondwettelijke rechten en van fundamentele rechtsbeginselen (waaronder van de beginselen van hoor en wederhoor, van onpartijdige behandeling, dat het bewijs een essentieel onderdeel is van het recht en van de motiveringsplicht). Bij mijn weten bestaat geen bijzondere wettelijke bepaling waaruit voortvloeit dat een cassatieverzoekschrift dat zodanige klachten bevat niet ondertekend behoeft te zijn door een advocaat. Bijgevolg kan verzoekster niet in haar beroep worden ontvangen.

6. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, plv.