Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897 ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897 AI generated

ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Nr. 108.615 Zitting 6 oktober 1998 Mr Fokkens Conclusie inzake: [verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling van zijn vader, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend. Namens verdachte heeft mr G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld, dat stelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte met kracht tegen het lichaam van zijn vader heeft gestompt of geslagen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:1998:ZD3897 · Parket bij de Hoge Raad: Nr. 108.615 Zitting 6 oktober 1998 Mr Fokkens Conclusie inzake: [verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling van zijn vader, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend. Namens verdachte heeft mr G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld, dat stelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte met kracht tegen het lichaam van zijn vader heeft gestompt of geslagen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 108.615 Zitting 6 oktober 1998 Mr Fokkens Conclusie inzake: [verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Verdachte is door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld wegens mishandeling van zijn vader, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend.

2. Namens verdachte heeft mr G. Spong, advocaat te 's- Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld, dat stelt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte met kracht tegen het lichaam van zijn vader heeft gestompt of geslagen.

3. Het middel faalt. Weliswaar blijkt uit de bewijsmiddelen niet met zoveel woorden dat verdachte met kracht heeft gestompt of geslagen, maar wel blijkt dat de vader zich heeft verweerd met een stuk hout -kennelijk kon hij niet volstaan met zijn handen- en bovendien blijkt dat het middenhandsbeentje van de vader na de worsteling met verdachte was gebroken. Beide omstandigheden impliceren het gebruik van kracht. Mede gelet op de nadere bewijsoverweging heeft het hof de zinsnede "met kracht" dan ook uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden.

4. Het middel faalt en ook ambtshalve is er geen reden voor vernietiging. Ik concludeer dat het beroep wordt verworpen . De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,