Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:1988:10 ECLI:NL:PHR:1988:10 AI generated

ECLI:NL:PHR:1988:10 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:1988:10
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

AP Nr. 13.897 Zitting 25 november 1988 Mr. Ten Kate Conclusie inzake: [eiser] tegen [verweerster] Edelhoogachtbaar College, 1. Het middel is gegrond. Uit de opbouw en motivering van het tijdig in cassatie bestreden arrest van het Hof te ’s-Hertogenbosch d.d. 13 juni 1988 volgt begrijpelijk de voorlaatste overweging: “Uit al het vorenstaande volgt dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd en aan appellant alsnog zijn vordering moet worden toegewezen”.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:1988:10 · Parket bij de Hoge Raad: Dit was de vordering, die hij in eerste aanleg had ingesteld maar die door de rechtbank te Maastricht bij vonnis van 31 juli 1986 afgewezen was.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

AP Nr. 13.897 Zitting 25 november 1988 Mr. Ten Kate Conclusie inzake: [eiser] tegen [verweerster] Edelhoogachtbaar College, 1. Het middel is gegrond.

2. Uit de opbouw en motivering van het tijdig in cassatie bestreden arrest van het Hof te ’s-Hertogenbosch d.d. 13 juni 1988 volgt begrijpelijk de voorlaatste overweging: “Uit al het vorenstaande volgt dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd en aan appellant alsnog zijn vordering moet worden toegewezen”.

3. Dit was de vordering, die hij in eerste aanleg had ingesteld maar die door de rechtbank te Maastricht bij vonnis van 31 juli 1986 afgewezen was.

4. kennelijk per vergissing heeft het Hof vervolgens in het dictum na vernietiging van het vonnis van de Rechtbank “appellant” alsnog veroordeeld het door hem gevorderde bedrag aan “geïntimeerde” te betalen.

5. dit blijkt te meer uit de omstandigheid dat het Hof vervolgens “geïntimeerde” in de kosten van de beide instanties heeft veroordeeld.

6. Uw Raad kan deze vergissing, ten principale rechtdoende, herstellen.

7. Ik laat rusten dat, naar mijn inzien, de fout ook via executie van het arrest, zo nodig gevolgd door een executie-geschil, had kunnen worden hersteld. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest met een beslissing, als onder 6 hierboven uiteengezet, en met een veroordeling van de niet verschenen verweerster in cassatie in de kosten op de behandeling van dit beroep in cassatie gevallen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden