Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:1987:AC9904 ECLI:NL:PHR:1987:AC9904 AI generated

ECLI:NL:PHR:1987:AC9904 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:1987:AC9904
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

ag Nr. 1990 request Parket, 20 januari 1987 Mr. Remmelink Conclusie inzake [klaagster] Edelhoogachtbaar College, In deze zaak, waarin de Rechtbank ongegrond heeft verklaard een beklag van requirante tegen de inbeslagneming onder [betrokkene 1] (van inboedelgoederen die deze laatste bij haar zou hebben ontvreemd), mitsgaders het verzoek tot teruggave van deze goederen aan requirante tegen welke beschikking zij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens haar één middel van cassatie voorgesteld. Aangevoerd wordt, dat, nu deze goederen door [betrokkene 1] zijn gestolen, het op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk verantwoord is, dat de goederen aan haar zouden worden teruggegeven.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:1987:AC9904 · Parket bij de Hoge Raad: ag Nr. 1990 request Parket, 20 januari 1987 Mr. Remmelink Conclusie inzake [klaagster] Edelhoogachtbaar College, In deze zaak, waarin de Rechtbank ongegrond heeft verklaard een beklag van requirante tegen de inbeslagneming onder [betrokkene 1] (van inboedelgoederen die deze laatste bij haar zou hebben ontvreemd), mitsgaders het verzoek tot teruggave van deze goederen aan requirante tegen welke beschikking zij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens haar één middel van cassatie voorgesteld. Aangevoerd wordt, dat, nu deze goederen door [betrokkene 1] zijn gestolen, het op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk verantwoord is, dat de goederen aan haar zouden worden teruggegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

ag Nr. 1990 request Parket, 20 januari 1987 Mr. Remmelink Conclusie inzake [klaagster] Edelhoogachtbaar College, In deze zaak, waarin de Rechtbank ongegrond heeft verklaard een beklag van requirante tegen de inbeslagneming onder [betrokkene 1] (van inboedelgoederen die deze laatste bij haar zou hebben ontvreemd), mitsgaders het verzoek tot teruggave van deze goederen aan requirante tegen welke beschikking zij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens haar één middel van cassatie voorgesteld. Aangevoerd wordt, dat, nu deze goederen door [betrokkene 1] zijn gestolen, het op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk verantwoord is, dat de goederen aan haar zouden worden teruggegeven.

Het komt mij voor, dat het middel faalt, aangezien de Rechtbank heeft vastgesteld, dat de behandeling in raadkamer zich er niet voor leent de onderliggende civielrechtelijke rechtsverhoudingen te onderzoeken. Ik houd het ervoor, dat de Rechtbank van oordeel is, dat zich hier wezenlijk een privaatrechtelijk geschil tussen requirante en voormelde [betrokkene 1] voordoet, en dat het mitsdien juist niet op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk verantwoord zou zijn de goederen aan requirante terug te geven. De Rechtbank heeft geredelijk aldus kunnen oordelen, omdat de raadsvrouw van requirante tijdens het onderzoek in raadkamer stelde, dat het hier (inderdaad) betrof een kwestie van privaatrechtelijke aard, en deze zaak niet tot de competentie van de raadkamer behoorde.

Vgl. HR 18 januari 1983, NJ 1983, 445. Het middel niet aannemelijk achtend concludeer ik tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,