ECLI:NL:PHR:1928:3 · Parket bij de Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedW°. 3608 De Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad der Nederlanden; Overwegende, dat de administratieve behandeling van belanghebbendes bezwaren tegen zijnen aanslag was afgeloopen door de beschikking van den Inspecteur van 5 Mei 1927 op belanghebbendes eerste bezwaarschrift en niet meer kon worden heropend door een daarna, op 2 juni 1927 ingekomen tweede bezwaarschrift, doch dat toen het nader aandringen der aangevoerde bezwaren of het aanvoeren van nieuwe bezwaren niet anders kon geschieden dan door beroep op den Raad van Beroep van de beschikking van den Inspecteur; Overwegende dat derhalve de Raad van Beroep te recht des Inspecteurs beschikking, houdende niet-ontvankelijkverklaring van den belanghebbende in zijn bezwaar, heeft bevestigd; Concludeert tot verwerping van het beroep. Parket, 6 Januari 1928
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:PHR:1928:3 · Parket bij de Hoge Raad: W°. 3608 De Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad der Nederlanden; Overwegende, dat de administratieve behandeling van belanghebbendes bezwaren tegen zijnen aanslag was afgeloopen door de beschikking van den Inspecteur van 5 Mei 1927 op belanghebbendes eerste bezwaarschrift en niet meer kon worden heropend door een daarna, op 2 juni 1927 ingekomen tweede bezwaarschrift, doch dat toen het nader aandringen der aangevoerde bezwaren of het aanvoeren van nieuwe bezwaren niet anders kon geschieden dan door beroep op den Raad van Beroep van de beschikking van den Inspecteur; Overwegende dat derhalve de Raad van Beroep te recht des Inspecteurs beschikking, houdende niet-ontvankelijkverklaring van den belanghebbende in zijn bezwaar, heeft bevestigd; Concludeert tot verwerping van het beroep. Parket, 6 Januari 1928
Full text
W°. 3608 De Procureur-Generaal bij den Hoogen Raad der Nederlanden; Overwegende, dat de administratieve behandeling van belanghebbendes bezwaren tegen zijnen aanslag was afgeloopen door de beschikking van den Inspecteur van 5 Mei 1927 op belanghebbendes eerste bezwaarschrift en niet meer kon worden heropend door een daarna, op 2 juni 1927 ingekomen tweede bezwaarschrift, doch dat toen het nader aandringen der aangevoerde bezwaren of het aanvoeren van nieuwe bezwaren niet anders kon geschieden dan door beroep op den Raad van Beroep van de beschikking van den Inspecteur; Overwegende dat derhalve de Raad van Beroep te recht des Inspecteurs beschikking, houdende niet-ontvankelijkverklaring van den belanghebbende in zijn bezwaar, heeft bevestigd; Concludeert tot verwerping van het beroep. Parket, 6 Januari 1928