Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:PHR:1926:2 ECLI:NL:PHR:1926:2 AI generated

ECLI:NL:PHR:1926:2 · Parket bij de Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:PHR:1926:2
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

N° 2912/2913 De Procureur-Generaal; Overwegende dat het cassatiemiddel eenen feitelijken grondslag ontbeert: 1° omdat in de uitspraak waarvan beroep niet beslist wordt op grond van eene verbeterde aangifte betreffende de inkomsten van den belanghebbende, maar daarin alleen melding wordt gemaakt van eene aangifte (aanslag) voor de vermogensbelasting die niet met de aangifte voor de inkomstenbelasting strookt; 2° omdat de Raad van beroep niet uitdrukkelijk zijne beslissing doet berusten op het feit van aangifte voor de vermogenbelasting en dus niet beslist dat deze op zich zelve niet een nieuw feit zoude opleveren, maar ook in aanmerking neemt dat de administratie geene zekere gegevens heeft gehad waarop de navordering is gebaseerd, en uit een en ander, in het bijzonder uit het laatste afleidt dat er geen in aanmerking komend feit aanwezig is; Concludeert tot verwerping van het beroep. T.J. Noyon

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:PHR:1926:2 · Parket bij de Hoge Raad: T.J. Noyon

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

N° 2912/2913 De Procureur-Generaal; Overwegende dat het cassatiemiddel eenen feitelijken grondslag ontbeert: 1° omdat in de uitspraak waarvan beroep niet beslist wordt op grond van eene verbeterde aangifte betreffende de inkomsten van den belanghebbende, maar daarin alleen melding wordt gemaakt van eene aangifte (aanslag) voor de vermogensbelasting die niet met de aangifte voor de inkomstenbelasting strookt; 2° omdat de Raad van beroep niet uitdrukkelijk zijne beslissing doet berusten op het feit van aangifte voor de vermogenbelasting en dus niet beslist dat deze op zich zelve niet een nieuw feit zoude opleveren, maar ook in aanmerking neemt dat de administratie geene zekere gegevens heeft gehad waarop de navordering is gebaseerd, en uit een en ander, in het bijzonder uit het laatste afleidt dat er geen in aanmerking komend feit aanwezig is; Concludeert tot verwerping van het beroep. T.J. Noyon