2003/009 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Legislator summary
AI generatedBeschikking van 16 november 2004, nr. 2003/009. DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Aruba, 1. Het procesverloop. 1.1. Appellante is, naar ter zitting is gebleken, verschoonbaar in verzuim geraakt tijdig bezwaar te maken tegen de haar opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting. Het bezwaar dient derhalve als tijdig aangemerkt te worden. Tegen de uitspraak op het bezwaar heeft appellante tijdig beroep ingesteld. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad in Aruba op 9 november 2004. Appellante en de Inspecteur zijn verschenen.
Legislator headnote
AI generated2003/009 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba): 2003/009. DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Aruba, 1. Het procesverloop. 1.1. Appellante is, naar ter zitting is gebleken, verschoonbaar in verzuim geraakt tijdig bezwaar te maken tegen de haar opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting. Het bezwaar dient derhalve als tijdig aangemerkt te worden. Tegen de uitspraak op het bezwaar heeft appellante tijdig beroep ingesteld. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad in Aruba op 9 november 2004. Appellante en de Inspecteur zijn verschenen.
Full text
Beschikking van 16 november 2004, nr. 2003/009. DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Aruba, 1. Het procesverloop. 1.1. Appellante is, naar ter zitting is gebleken, verschoonbaar in verzuim geraakt tijdig bezwaar te maken tegen de haar opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting. Het bezwaar dient derhalve als tijdig aangemerkt te worden. Tegen de uitspraak op het bezwaar heeft appellante tijdig beroep ingesteld. 1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad in Aruba op 9 november 2004. Appellante en de Inspecteur zijn verschenen.
2. Overwegingen omtrent het geschil Appellante heeft ter zitting gesteld het aan haar uitgereikte aangiftebiljet niet ingevuld te hebben geretourneerd, omdat zij in het onderhavige jaar in loondienst was en meende dat haar fiscale verplichtingen waren vervuld via de ten laste van haar door de werkgever ingehouden loonbelasting. De Inspecteur heeft daarop gereageerd met de toezegging de opgelegde aanslag te verminderen tot op een te betalen bedrag ad nihil. De boete wegens het niet doen van aangifte achtte hij terecht opgelegd. De Raad acht geen redenen aanwezig anders te beslissen dan naar het inzicht van de Inspecteur geboden is. Het beroep is derhalve gedeeltelijk gegrond.
3. Beslissing De Raad vernietigt de beschikking waarvan beroep, vermindert de bestreden aanslag tot nihil en handhaaft de boete wegens het niet doen van de vereiste aangifte. mrs. Van Gijn, Groeneveld en Overgaauw