Legislator Case Law & Legislation
2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023 ECLI:NL:ORBBNAA:2003:BU4467 AI generated

2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)

Case Number 2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 4 april 2003, nr. 2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023 DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Curaçao, inzake: belanghebbende tegen de Inspecteur der Belastingen 1. Loop van het geding 1.1. Aan appellant zijn, gedagtekend 10 december 1999, voor de jaren 1995, 1996 en 1997 aanslagen in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van f 150.000. Voorts is aan appellant, gedagtekend 31 december 1999, voor het jaar 1997 een aanslag in de premieheffing AVBZ opgelegd naar een premie-inkomen van f 150.000.

Legislator headnote

AI generated

2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023 · Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba): 2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023 DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Curaçao, inzake: belanghebbende tegen de Inspecteur der Belastingen 1. Loop van het geding 1.1. Aan appellant zijn, gedagtekend 10 december 1999, voor de jaren 1995, 1996 en 1997 aanslagen in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van f 150.000. Voorts is aan appellant, gedagtekend 31 december 1999, voor het jaar 1997 een aanslag in de premieheffing AVBZ opgelegd naar een premie-inkomen van f 150.000.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 4 april 2003, nr. 2001/525, 2001/526, 2001/527 en 2002/023 DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Curaçao, inzake: belanghebbende tegen de Inspecteur der Belastingen 1. Loop van het geding 1.1. Aan appellant zijn, gedagtekend 10 december 1999, voor de jaren 1995, 1996 en 1997 aanslagen in de inkomstenbelasting opgelegd naar een zuiver inkomen van f 150.000. Voorts is aan appellant, gedagtekend 31 december 1999, voor het jaar 1997 een aanslag in de premieheffing AVBZ opgelegd naar een premie-inkomen van f 150.000.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur de aanslagen verminderd tot aanslagen naar een zuiver inkomen van f a (1995), f b (1996) en f c (1997) en tot een aanslag naar een premie-inkomen van f d (1997). 1.2. Tegen de verminderingsbeschikkingen van de Inspecteur is appellant in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft geen vertoogschriften ingediend. De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad op 25 maart 2003, alwaar zijn verschenen H, zoon van de op <datum> overleden appellant, die namens de erven optreedt en die werd bijgestaan door zijn moeder, alsmede de Inspecteur.

De mondelinge behandeling is geschorst om partijen de gelegenheid te geven het met elkaar eens te worden. Bij faxbericht van 26 maart 2003 heeft H de Raad namens de erven laten weten dat geen overeenstemming is bereikt. Voorts heeft hij in elk van de drie belastingzaken zijn standpunt schriftelijk uiteengezet. Faxbericht en schrifturen zijn naar de Inspecteur gestuurd. Partijen hebben de Raad desgevraagd laten weten geen behoefte te hebben aan een nadere mondelinge behandeling van de zaken en de Raad gevraagd uitspraak te doen.

2. Voorlopige beoordeling De gedingstukken stellen de Raad niet in de staat de feiten vast te stellen, de geschilpunten te formuleren en de standpunten van partijen te ontwaren. Het is de Raad dus onmogelijk thans uitspraak te doen. Het komt de Raad daarom geraden voor dat de Inspecteur vertoogschriften inzendt, waarin hij zijn visie op de feiten, de geschilpunten en de standpunten van partijen uiteenzet. De erven krijgen daarna de gelegenheid hun visie schriftelijk uiteen te zetten. Daarna zullen de zaken opnieuw op zitting worden gebracht.

3. Beslissing De Raad verzoekt de Inspecteur om voor 1 juli 2003 in elk van de vier zaken een vertoogschrift in te zenden en houdt elke verdere beslissing aan. mrs. van Gijn, Ilsink en van Ballegooijen