Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:ORBAACM:2025:16 ECLI:NL:ORBAACM:2025:16 AI generated

ECLI:NL:ORBAACM:2025:16 · Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:ORBAACM:2025:16
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS, SABA Beschikking op grond van artikel 107 van de War 1951 BES in het hoger beroep van: [Appellante] wonend op Bonaire, appellante, gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam, advocaat, tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Bonaire (Gerecht) van 28 april 2025 BON202400431 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het bestuurscollege van het Openbaar Lichaam Bonaire, geïntimeerde, hierna: OLB, gemachtigde: mr. S.C. van Lint, advocaat Procesverloop Appellante heeft op 12 september 2024 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek van 15 april 2024.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:ORBAACM:2025:16 · Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. OLB heeft gelet op de aard van de zaak geen contramemorie ingediend en vermeld dat zij zich zal zich neerleggen bij het oordeel van de Raad. Overwegingen 1. De voorzitter van de Raad acht het hoger beroep kennelijk ongegrond zodat hij met toepassing van artikel 107 van de War 1951 BES heeft afgezien van een nader onderzoek ter zitting. De voorzitter motiveert dit als volgt. 1.2. Appellante heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het Gerecht ten onrechte wegingsfactor 0,25 heeft toegepast.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:OGHACMB:2021:410
AUA2021H00123 Datum uitspraak: 1 december 2021 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], verblijvend in Aruba, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 14 juni 2021 in zaak nr. AUA202002228, in het geding tussen: appellant en de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie (hierna: de minister) Procesverloop Op 14 september 2018 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op het door hem op 4 mei 2018 ingediende verzoek om internationale bescherming (hierna: de fictieve afwijzende beschikking).
ECLI:NL:OGEABES:2024:40
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT-EUSTATIUS en SABA, zittingsplaats Bonaire Uitspraak in de zaak tussen: Service Apotheek Bonaire B.V., gevestigd op Bonaire, eiseres (hierna: SAB), gemachtigde: mr.
ECLI:NL:OGHACMB:2022:43
AUA2021H00192 Datum uitspraak: 11 mei 2022 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellant], verblijvend in Aruba, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 13 september 2021 in zaak nr. AUA202002186, in het geding tussen: appellant, en de minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, thans de minister van Justitie en Sociale Zaken (hierna: de minister) Procesverloop Op 21 april 2020 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen het met een afwijzende beschikking gelijkgestelde uitblijven van een beschikking op zijn verzoek om vergoeding van schade wegens onrechtmatige bewaring.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS, SABA Beschikking op grond van artikel 107 van de War 1951 BES in het hoger beroep van: [Appellante] wonend op Bonaire, appellante, gemachtigde: mr. B.L. Lie Atjam, advocaat, tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Bonaire (Gerecht) van 28 april 2025 BON202400431 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het bestuurscollege van het Openbaar Lichaam Bonaire, geïntimeerde, hierna: OLB, gemachtigde: mr. S.C. van Lint, advocaat Procesverloop Appellante heeft op 12 september 2024 bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek van 15 april 2024.

Tijdens de bezwaarprocedure heeft OLB alsnog een beslissing genomen. Appellante heeft het bezwaar daarna ingetrokken en het Gerecht verzocht om OLB te veroordelen tot betaling van de door haar gemaakte kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarprocedure. Het Gerecht heeft OLB in de aangevallen uitspraak veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante tot een bedrag van US$ 97,75. Daarbij heeft het Gerecht 1 punt, waarde US$ 391,- ,toegekend voor het indienen van het beroepschrift (lees: bezwaarschrift). Vanwege de relatieve eenvoud van de zaak heeft het Gerecht de wegingsfactor 0,25 toegepast.

Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. OLB heeft gelet op de aard van de zaak geen contramemorie ingediend en vermeld dat zij zich zal zich neerleggen bij het oordeel van de Raad. Overwegingen 1. De voorzitter van de Raad acht het hoger beroep kennelijk ongegrond zodat hij met toepassing van artikel 107 van de War 1951 BES heeft afgezien van een nader onderzoek ter zitting. De voorzitter motiveert dit als volgt. 1.2. Appellante heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het Gerecht ten onrechte wegingsfactor 0,25 heeft toegepast.

Zij betoogt dat het Gerecht haar bezwaar als gemiddeld of licht had moeten kwalificeren en niet als “zeer licht”. Ter onderbouwing van haar betoog heeft appellante gewezen op de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Hof), van 1 december 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:410. 1.3. De voorzitter stelt voorop dat de behandeling van een zaak in bezwaar/beroep of hoger beroep in beginsel tot de categorie gemiddeld behoort. Voor een gemiddelde zaak wordt 1 punt per proceshandeling met wegingsfactor 1 toegepast.

Het is ter beoordeling aan het Gerecht of de juridische of feitelijke complexiteit van een zaak aanleiding is om een wegingsfactor hoger of lager dan 1 toe te passen. Uit de rechtspraak volgt dat een zaak over het uitblijven van een beslissing valt in de categorie “zeer licht” met een wegingsfactor 0,25. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 31 mei 2024, ECLI:NL:OGEABES:2024:40 en van het Hof van 11 mei 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:43. Het Gerecht heeft zich terecht aangesloten bij deze rechtspraak. 1.4.

Uit de door appellante onder 1.2 genoemde uitspraak van het Hof volgt dat er geen aanleiding is om een beoordeling van de ontvankelijkheid van een bezwaar als “zeer licht” met een wegingsfactor 0,25 aan te merken. Deze uitspraak ziet dus op een ander geschil dan op het uitblijven van een beslissing, waarop het bezwaar van appellante zag. Slotsom 2.1. Het Gerecht heeft terecht de wegingsfactor 0,25 toegepast bij de vaststelling van de aan appellante te vergoeden proceskosten. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond zodat de voorzitter uitspraak doet zonder zitting.

De Raad gaat dan ook voorbij aan het verzoek van appellante in het hoger beroepschrift om haar zaak mondeling op een zitting toe te lichten. 2.2. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep is geen aanleiding. Beslissing De voorzitter van de Raad verklaart het hoger beroep ongegrond. Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, in het openbaar uitgesproken te Curaçao op 21 mei 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. Informatie als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen verzet instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken van Bonaire, Sint Eustatius, Saba.

Het verzetschrift moet worden ingediend binnen 30 dagen na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het verzet moet in ieder geval: het verzetschrift indienen in tweevoud; een afschrift van deze uitspraak bijvoegen; vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (gronden van verzet). Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de verzettermijn te volstaan met een pro-forma verzetschrift. Dit betekent dat de gronden van verzet op een later moment worden ingediend. Voor het instellen van verzet is geen griffierecht verschuldigd.