Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:ORBAACM:2023:37 ECLI:NL:ORBAACM:2023:37 AI generated

ECLI:NL:ORBAACM:2023:37 · Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:ORBAACM:2023:37
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraakdatum:14 juni 2023 Zaaknummer: AUA2022H00203 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA Uitspraak op het verzet van: [opposant], wonend in Aruba, opposant, procederend in persoon, tegen de Beschikking van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba (Raad) van 17 augustus 2022, AUA2022H00058 (Beschikking), in het geding tussen: opposant en DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, geopposeerde, gemachtigden: mrs. A.F.J. Caster en Y.F.M. Kaarsbaan, werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken. Procesverloop Opposant, destijds appellant, heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba op 7 maart 2021 tussen partijen gegeven uitspraak onder nummer GAZA AUA202101138 (ECLI:NL:OGAACMB:2022:52).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:ORBAACM:2023:37 · Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Opposant stelt dat hij met toepassing van artikel 108 van de La tegen deze Beschikking verzet kan doen. Hij is zich ervan bewust dat de La slechts met zoveel woorden het rechtsmiddel van verzet heeft opengesteld tegen een door de voorzitter van de Raad op grond van artikel 107 van de La gegeven beschikking (in geval van een kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond hoger beroep) en dat de Beschikking niet wordt gecategoriseerd als een uitspraak in de zin van artikel 107 van de La. Maar artikel 108 van de La sluit een uitspraak conform artikel 106 van de La ook niet uit, aldus opposant.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:OGAACMB:2022:52
Uitspraak van 7 maart 2022 Gaza nr.
ECLI:NL:ORBAACM:2020:9
Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (RAr 1951) Uitspraakdatum: 6 maart 2020 Zaaknummer: RvBAz CUR2014H00006 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN Zittingsplaats Curaçao Uitspraak op het verzet en het verzoek om herziening van: [opposante] ([opposante]), wonende te Curaçao, opposante onderscheidenlijk verzoekster, tegen de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 17 juni 2015 inzake zaaknummers: RvBAz 2013/54863, 2013/62184 en 2013/56992 in het geding tussen: [opposante], en de Regering van Curaçao (de Regering). 1Procesverloop In de zaak met nummer 56992 1.1 Bij brief van 23 maart 2012 heeft [opposante] bezwaar gemaakt bij de fdeling HR/OO/IT tegen het Landsbesluit van 5 december 2011, no. 11/4319, waarbij [opposante] is aangesteld in de functie van Beleidsmedewerker C met als bezoldiging schaal 13, trede 3. 1.2 Bij brief van 27 februari 2012 heeft [opposante] bij de Regering bezwaar gemaakt tegen de brief van de Minister van Financiën van 23 februari 2012, waarbij zij de Regering heeft verzocht een formele beschikking te nemen. 1.3 Bij brief van 13 juli 2012heeft [opposante] bij het Gerecht in ambtenarenzaken (het Gerecht) bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op de onder 1.1 en 1.2 vermelde brieven. 1.4 Bij uitspraak van 24 april 2013 (GAZ 56992/2012) is het bezwaar ongegrond verklaard voor zover gericht tegen de weigering te beslissen op het bezwaarschrift van 23 maart 2012 en is het bezwaar gegrond verklaard voor zover gericht op de weigering te beslissen op de brief van 27 februari 2012, die als bezwaarschrift in de zin van artikel 11 van het Bezoldigingslandsbesluit 1998 moet worden beschouwd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraakdatum:14 juni 2023 Zaaknummer: AUA2022H00203 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA Uitspraak op het verzet van: [opposant], wonend in Aruba, opposant, procederend in persoon, tegen de Beschikking van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba (Raad) van 17 augustus 2022, AUA2022H00058 (Beschikking), in het geding tussen: opposant en DE GOUVERNEUR VAN ARUBA, geopposeerde, gemachtigden: mrs. A.F.J. Caster en Y.F.M. Kaarsbaan, werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken. Procesverloop Opposant, destijds appellant, heeft bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de door het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba op 7 maart 2021 tussen partijen gegeven uitspraak onder nummer GAZA AUA202101138 (ECLI:NL:OGAACMB:2022:52).

Bij de Beschikking heeft de Raad het hoger beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. Opposant heeft tegen de Beschikking verzet gedaan. Geopposeerde heeft bij contramemorie een reactie gegeven op het verzet. Het geding is behandeld ter zitting van 6 juni 2023. Opposant is in persoon verschenen en geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Overwegingen 1. Bij de op grond van artikel 106, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) gegeven Beschikking heeft de Raad het hoger beroep van opposant, destijds appellant, niet-ontvankelijk verklaard.

Ter motivering daarvan is gesteld dat opposant, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, zijn beroepsgronden niet heeft ingediend en evenmin om uitstel daarvoor had verzocht.

2. Opposant stelt dat hij met toepassing van artikel 108 van de La tegen deze Beschikking verzet kan doen. Hij is zich ervan bewust dat de La slechts met zoveel woorden het rechtsmiddel van verzet heeft opengesteld tegen een door de voorzitter van de Raad op grond van artikel 107 van de La gegeven beschikking (in geval van een kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond hoger beroep) en dat de Beschikking niet wordt gecategoriseerd als een uitspraak in de zin van artikel 107 van de La. Maar artikel 108 van de La sluit een uitspraak conform artikel 106 van de La ook niet uit, aldus opposant.

3. De Raad kan opposant hierin niet volgen. Hij ziet in het Eerste Hoofdstuk van Titel IV van de La een gesloten stelsel van (gewone) rechtsmiddelen en stelt vast dat de bepalingen duidelijk zijn. Tegen een door de voorzitter op grond van artikel 107 van de La gegeven beschikking staat de mogelijkheid van verzet open, waarop door de Raad in zijn meervoudige samenstelling in hoogste ressort wordt beslist. Tegen een dergelijke door de Raad gegeven beschikking staat geen (gewoon) rechtsmiddel meer open: de Raad heeft immers in zijn meervoudige samenstelling in hoogste ressort beslist. De Raad verwijst naar een zelfde oordeel in de uitspraak van 6 maart 2020 (ECLI:NL:ORBAACM:2020:9) betreffende het met artikel 107 van de La overeenkomende artikel 107 van de in Curaçao toepasselijke Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951.

4. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de vereisten voor het indienen van een ontvankelijk verzetschrift. De Raad komt aldus tot de conclusie dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. Omdat opposant er in zijn verzetschrift op heeft gewezen dat er zijns inziens sprake is van een schending van fundamentele rechtsbeginselen waardoor niet meer gesproken kan worden van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak - welke grief teruggaat op de stelling van opposant dat hij nooit in de gelegenheid is gesteld om (alsnog) gronden van hoger beroep in te dienen en nooit een ‘fair hearing’ heeft gehad - merkt de Raad ten overvloede op dat daarover kan worden geoordeeld - en bij uitspraak van heden is geoordeeld - in het door opposant eveneens bij de Raad gedane verzoek om herziening, waarbij in dit geval ook artikel 109 van de La betreffende het bieden van de mogelijkheid van herstel van een verzuim, in beeld komt. Beslissing De Raad van Beroep: Verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gewezen door mr. H.A.A.G. Vermeulen, voorzitter, en mr. J. Sybesma en drs. P.J. Thijssen, leden, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023.