Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:ORBAACM:2022:43 ECLI:NL:ORBAACM:2022:43 AI generated

ECLI:NL:ORBAACM:2022:43 · Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:ORBAACM:2022:43
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraakdatum: 4 mei 2022 Zaaknummer: AUA2020H00162 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in Aruba, appellante, procederend in persoon, tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba van 4 november 2020, zaaknummer AUA202002437, in het geding tussen: appellante en DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.J.S. Poerman, werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken. Procesverloop Bij beslissing van 18 september 2020 heeft geïntimeerde besloten als ordemaatregel aan appellante met onmiddellijke ingang de toegang te ontzeggen tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:ORBAACM:2022:43 · Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Appellante heeft zich op 2 oktober 2020 tot het Gerecht gewend met het verzoek om een beslissing bij voorraad te treffen als bedoeld in artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La). Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellante gedane verzoek afgewezen. Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. Kort voor de zitting heeft appellante nog stukken ingezonden. De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 april 2022, waar appellante in persoon is verschenen. Geïntimeerde heeft zich daar doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraakdatum: 4 mei 2022 Zaaknummer: AUA2020H00162 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend in Aruba, appellante, procederend in persoon, tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba van 4 november 2020, zaaknummer AUA202002437, in het geding tussen: appellante en DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.J.S. Poerman, werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken. Procesverloop Bij beslissing van 18 september 2020 heeft geïntimeerde besloten als ordemaatregel aan appellante met onmiddellijke ingang de toegang te ontzeggen tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar.

Appellante heeft zich op 2 oktober 2020 tot het Gerecht gewend met het verzoek om een beslissing bij voorraad te treffen als bedoeld in artikel 94 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La). Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het door appellante gedane verzoek afgewezen. Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. Kort voor de zitting heeft appellante nog stukken ingezonden. De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 april 2022, waar appellante in persoon is verschenen. Geïntimeerde heeft zich daar doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen 1. De Raad stelt vast dat appellante hoger beroep heeft ingesteld tegen een uitspraak van de rechter in ambtenarenzaken als bedoeld in artikel 94 van de La. 1.1. In het vierde lid van dat artikel is bepaald dat tegen een dergelijke uitspraak geen voorziening open staat. Van dit feit is aan het slot van de aangevallen uitspraak melding gedaan. 1.2. In de gegeven omstandigheden kan de Raad daaraan slechts de gevolgtrekking verbinden dat hij onbevoegd is van het hoger beroep van appellante kennis te nemen. 1.3. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing De Raad verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Deze uitspraak is gewezen door mr. H.A.A.G. Vermeulen, voorzitter, en mr. J. Sybesma en drs. P.J. Thijssen, leden, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2022.