ECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3244 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Legislator summary
AI generatedProcesverloop Bij dwangschrift van 5 februari 2003 heeft verzoekster aan [belanghebbende] gelast achterstallige ZV/OV-premies te voldoen. Het is op 28 februari 2003 aan [belanghebbende] betekend. Op 7 april 2003 heeft verzoekster aan [belanghebbende] bericht dat haar verzoek om het dwangschrift jegens haar teniet te doen is afgewezen. Bij uitspraak van 12 juni 2003 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door [belanghebbende] ingestelde beroep gegrond verklaard en de desbetreffende beslissing vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 23 juli 2003, bij het Gerecht ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof. Voorts heeft verzoekster de Voorzitter van het Hof verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 maart 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia, en [belanghebbende], in persoon, bijgestaan door mr. G. Hollander, advocaat, zijn verschenen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGHNAA:2004:BF3244 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba: 17 HLAR 09/03 vovv. Datum uitspraak: 10 mei 2004 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA Uitspraak van de Voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op een verzoek om schorsing of het treffen van een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep van: de Sociale Verzekeringsbank, gevestigd op Curaçao, verzoekster, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2003 in het geding tussen: [belanghebbende], wonend op Curaçao, en verzoekster.
Full text
17 HLAR 09/03 vovv. Datum uitspraak: 10 mei 2004 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA Uitspraak van de Voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op een verzoek om schorsing of het treffen van een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep van: de Sociale Verzekeringsbank, gevestigd op Curaçao, verzoekster, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 12 juni 2003 in het geding tussen: [belanghebbende], wonend op Curaçao, en verzoekster.
1. Procesverloop Bij dwangschrift van 5 februari 2003 heeft verzoekster aan [belanghebbende] gelast achterstallige ZV/OV-premies te voldoen. Het is op 28 februari 2003 aan [belanghebbende] betekend. Op 7 april 2003 heeft verzoekster aan [belanghebbende] bericht dat haar verzoek om het dwangschrift jegens haar teniet te doen is afgewezen. Bij uitspraak van 12 juni 2003 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (hierna: het Gerecht), het daartegen door [belanghebbende] ingestelde beroep gegrond verklaard en de desbetreffende beslissing vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 23 juli 2003, bij het Gerecht ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij het Hof. Voorts heeft verzoekster de Voorzitter van het Hof verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 maart 2003, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. M. Bonafasia, en [belanghebbende], in persoon, bijgestaan door mr. G. Hollander, advocaat, zijn verschenen.
2. Overwegingen 2.1. Bij uitspraak van heden heeft het Hof uitspraak gedaan op het door verzoekster ingestelde hoger beroep. Gelet hierop, heeft verzoekster geen belang meer bij een schorsing, als verzocht. 2.2. Hieruit volgt dat het verzoek moet worden afgewezen. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing De Voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. W.P.M. ter Berg, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.H.C. Visser, griffier. w.g. Ter Berg w.g. Visser Voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2004. Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de griffier, voor deze,