Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2025:175 ECLI:NL:OGHACMB:2025:175 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2025:175 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2025:175
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Burgerlijke zaken over 2025 Registratienummers: AUA201904466 – AUA2021H00211 Uitspraak: 1 juli 2025 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], wonende in Aruba, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, thans procederende in persoon, tegen de naamloze vennootschap S.E.L. MADURO & SONS (ARUBA) N.V., gevestigd in Aruba, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.A. Saade. Partijen worden hierna [appellante] en SEL genoemd. 1De zaak in het kort [appellante] heeft vier prefab woningen besteld en vanuit China naar Aruba laten verschepen in een container. SEL zou de inklaring van de goederen in Aruba verzorgen. De wandpanelen van de prefab woningen zijn uit de container gehaald en vervolgens omgevallen. Daarbij is een aantal panelen beschadigd geraakt. In dit geding heeft [appellante] schadevergoeding gevorderd van SEL. Het Gerecht heeft de vorderingen afgewezen. Na een eerder tussenvonnis wijst het Hof nu een eindvonnis waarin het de vordering slechts voor een klein deel toewijst. 2Het verdere verloop van de procedure 2.1 Bij vonnis van 30 juli 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:148 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor gelijktijdige akten. 2.2 Op de rol van 1 oktober 2024 hebben beide partijen een akte ingediend. 2.3 De zaak is mondeling behandeld op 14 maart 2025. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. 2.4 [ [appellante] heeft een wrakingsverzoek tegen de rechters ingediend. De wrakingskamer van het Hof heeft dat verzoek afgewezen bij uitspraak van 24 april 2025, CUR2025H00061. 2.5 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 3De verdere beoordeling 3.1 [ [appellante] heeft gevorderd, verkort weergegeven: a. verklaring voor recht dat SEL is tekortgeschoten, althans onrechtmatig heeft gehandeld en/of risico-aansprakelijk is op grond van art. 6:170 BW; b. betaling van Afl. 365.295,98, met rente; c. vergoeding van toekomstige winstderving, op te maken bij staat, met rente. 3.2 Het gevorderde bedrag van Afl. 365.295,98 is als volgt opgebouwd: b1. Herstelkosten (offerte I.C.R. Service) Afl. 58.291,20 b2. Vervoerkosten Bon Bini Cargo 6.689,00 b3. In- en uitlaadkosten Juver Cargo 890,00 b4. Winstderving juli 2016-december 2018 (business plan Geco Stay & Pleasure) 304.250,00 Aftrek: Reeds betaald uit hoofde van kortgedingvonnis (4.827,22) -------------------- b. Saldo Afl. 365.292,98 3.3 In het tussenvonnis heeft het Hof overwogen dat SEL aansprakelijk is voor de schade die [appellante] geleden heeft doordat (een deel van) de panelen beschadigd is geraakt bij het incident op 6 februari 2016 in de lunchpauze. Total loss 3.4 Wanneer een zaak geheel en al verloren gaat voor de rechthebbende doordat herstel niet mogelijk is of economisch onverantwoord (total loss), lijdt deze door dit verlies een nadeel in zijn vermogen gelijk aan de waarde van de zaak. Indien de desbetreffende, verloren gegane zaak een exemplaar is zonder eigen, individueel bepaalde kenmerken, van een soort waarvoor een voor het publiek toegankelijke markt bestaat, zal de rechthebbende door dit verlies een nadeel in zijn vermogen lijden dat in het algemeen kan worden gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de zaak ten tijde van het verlies (de marktwaarde). Behoudens bijzondere, door de rechthebbende te stellen omstandigheden, wordt daarmee recht gedaan aan het uitgangspunt dat hij als benadeelde zoveel mogelijk in de positie moet worden gebracht waarin hij zonder de schadeveroorzakende gebeurtenis zou hebben verkeerd (zie de Arubaanse zaak HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:208, 3.3.4). 3.5 Het Hof acht voldoende aannemelijk dat twee van de acht panelen zodanig beschadigd waren dat herstel economisch onverantwoord was. Het rapport van [schade-expert 1] van 8 april 2016 (tussenvonnis onder 3.2.9) dat vermeldt dat deze panelen te herstellen waren, acht het Hof in zoverre onvoldoende overtuigend. Onder meer het in opdracht van SEL opgestelde rapport van [naam]’s Company van 28 september 2020 vermeldt dat de vierde set het beste kon worden vervangen. 3.6 De zaakschade voor die twee panelen moet dus vergoed worden op basis van total loss zoals hiervoor vermeld. [appellante] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat de panelen van de prefab-woningen eigen, individueel bepaalde kenmerken hadden. Verder bestaat in Aruba in zoverre een voor het publiek toegankelijke markt voor prefab-woningen, dat eenieder een reële mogelijkheid heeft om prefab-woningen van buiten Aruba naar Aruba te laten verschepen. In de marktwaarde van de prefab-woningen in Aruba zijn de kosten van verscheping verdisconteerd. Het is goed mogelijk dat panelen van prefab-woningen van het merk en type dat [appellante] had laten verschepen, niet meer verkrijgbaar zijn (en relevanter: ten tijde van het incident niet meer verkrijgbaar waren), maar onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat er geen panelen van prefab-woningen met vergelijkbare eigenschappen en van vergelijkbare kwaliteit verkrijgbaar waren en zijn. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in redelijkheid noodzakelijk is dat zij panelen van hetzelfde merk en type terugkrijgt en zij heeft ook anderszins geen bijzondere omstandigheden gesteld die aanleiding zouden geven tot vergoeding van een hogere waarde dan de marktwaarde als hiervoor omschreven. 3.7 Mede gelet op de aanschafprijs van de panelen, de omschrijving van de panelen in de diverse rapporten, waaronder dat van [schade-expert 1], en de foto’s van de panelen, schat het Hof de marktwaarde van de panelen in Aruba, inclusief de kosten van verscheping naar Aruba op Afl. 12.000 voor de twee panelen gezamenlijk. Herstelkosten 3.8 In gevallen van zaaksbeschadiging is uitgangspunt dat de eigenaar van de beschadigde zaak door die beschadiging een nadeel in zijn vermogen lijdt dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Volgens vaste rechtspraak zal het geldbedrag waarin deze waardevermindering kan worden uitgedrukt in het algemeen gelijk zijn aan de - naar objectieve maatstaven berekende - kosten die met het herstel zijn gemoeid. De aard van zodanige schade rechtvaardigt dat de rechter bij het begroten daarvan in beginsel abstraheert van omstandigheden die de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffen. Met het oog op de hanteerbaarheid van de schadeberekening bij zaaksbeschadiging dient terughoudendheid te worden betracht met het aanvaarden van uitzonderingen op het voormelde uitgangspunt (HR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0357, 3.6.1, en HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:315, 3.1.2). 3.9 Het Hof acht aannemelijk dat het verantwoord was om zes van de acht panelen te herstellen, overeenkomstig het rapport van [naam]’s Company. De door [appellante] overgelegde rapporten van de strekking dat dit niet verantwoord was, acht het Hof onvoldoende overtuigend. Het betreft het bijwerken van krassen en cosmetische schade. [appellante] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat door het incident van 6 februari 2016 alle werkzaamheden nodig waren die I.C.R. Services in haar offerte van 23 mei 2016 heeft genoemd (met de opmerking: de muren kunnen pas na het installeren van de woning gerepareerd worden) (productie 4 bij inleidend verzoekschrift), en dat die werkzaamheden niet nodig zouden zijn geweest als het incident niet had plaatsgehad. In alle gevallen hadden de woningen na de bouw netjes moeten worden afgewerkt. Het Hof schat de kosten van herstel van de zes panelen op Afl. 3.000. Geen voldoende aanbod tot herstel 3.10 Als de benadeelde weigert in te gaan op een aanbod van de aansprakelijke persoon om zelf de schade te repareren, kan dat meebrengen dat hij niet het nodige doet om zijn schade te beperken. De oorzaak van de (geld)schade is dan op de voet van art. 6:101 BW toe te rekenen aan de benadeelde (Parlementaire Geschiedenis Boek 6 BW, Artikel 6.1.9.9, Eindverslag I, p. 364). 3.11 SEL heeft ter zitting van 14 maart 2025 gesteld dat zij heeft aangeboden de schade zelf te herstellen. Die stelling is echter betwist en onvoldoende onderbouwd. In haar brief van 10 juni 2016 (productie 12 bij conclusie van antwoord) biedt zij aan de schade volgens het rapport van [schade-expert 1] (productie 10 bij conclusie van antwoord) ad Afl. 4.827,22 te betalen, waarbij het kennelijk voor risico van [appellante] komt als de panelen niet voor dat bedrag hersteld blijken te kunnen worden. Dat is wat anders dan een aanbod om de panelen op eigen kosten te laten herstellen. Voor zover SEL hiermee een beroep op art. 6:101 BW heeft willen doen, faalt dat. De vordering inzake winstderving is niet toewijsbaar 3.12 Indien er al een voldoende reden is om naast de abstracte zaakschade concrete gevolgschade te vergoeden, is de gevolgschade toch niet toewijsbaar, gelet op het volgende. Het Hof acht aannemelijk dat het incident van 6 februari 2016 geen reëel beletsel is geweest voor [appellante] om haar plannen met de percelen uit te voeren (voor zover al redelijkerwijs aangenomen moet worden dat de plannen als vermeld in het business plan van Geco Stay & Pleasure (productie 9 bij inleidend verzoekschrift) goed uitvoerbaar waren en [appellante] bij wegdenken van het incident met de omgevallen panelen geslaagd zou zijn in de uitvoering daarvan). Drie van de vier woningen hadden zonder vertraging gebouwd kunnen worden, met herstel achteraf van de krassen en de cosmetische schade, en de vervangende panelen voor de vierde woning hadden met zodanige voortvarendheid nabesteld kunnen worden dat dit redelijkerwijs geen vertraging in de plannen had behoeven op te leveren. Er is dus geen reden om een verplichting tot vergoeding van gederfde winst aan te nemen. De vordering inzake vervoerkosten is niet toewijsbaar 3.13 De enkele stelling dat SEL de wandpanelen niet meer “correct” in de container kon terugplaatsen is onvoldoende om aan te nemen dat SEL gehouden is de kosten te vergoeden die Bon Bini Cargo bij [appellante] in rekening heeft gebracht voor vervoer en huur van een container. De vordering inzake reorganisatie van de container is wel toewijsbaar 3.14 De kosten van Afl. 890 voor reorganisatie van de container en het in- en uitladen, zijn veroorzaakt door het incident waarvoor SEL aansprakelijk is. De vordering ter zake daarvan zal worden toegewezen. Slotsom 3.15 In totaal is toewijsbaar: Afl. 12.000 + Afl. 3.000 + Afl. 890 = Afl. 15.890. Hiervan moet het reeds betaalde bedrag van Afl. 4.827,22 worden afgetrokken, zodat Afl. 11.062,78 resteert. 3.16 [ [appellante] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat zij een zelfstandig belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht, zodat die zal worden afgewezen. 3.17 De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 6 februari 2016, zoals gevorderd. 3.18 Het hoger beroep slaagt gedeeltelijk. Beide partijen worden op enige punten in het ongelijk gesteld. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. B E S L I S S I N G Het Hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep; en opnieuw rechtdoende: veroordeelt SEL tot betaling aan [appellante] van het bedrag van Afl. 11.062,78, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2016 tot aan de dag van de voldoening; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; compenseert de proceskosten in beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 1 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Legislator headnote

AI generated

art. 6:170 BW, art. 6:101 BW; ECLI:NL:OGHACMB:2025:175 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: MADURO & SONS (ARUBA) N.V., gevestigd in Aruba, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.A. Saade. Partijen worden hierna [appellante] en SEL genoemd. 1De zaak in het kort [appellante] heeft vier prefab woningen besteld en vanuit China naar Aruba laten verschepen in een container. SEL zou de inklaring van de goederen in Aruba verzorgen. De wandpanelen van de prefab woningen zijn uit de container gehaald en vervolgens omgevallen. Daarbij is een aantal panelen beschadigd geraakt. In dit geding heeft [appellante] schadevergoeding gevorderd van SEL. Het Gerecht heeft de vorderingen afgewezen. Na een eerder tussenvonnis wijst het Hof nu een eindvonnis waarin het de vordering slechts voor een klein deel toewijst. 2Het verdere verloop van de procedure 2.1 Bij vonnis van 30 juli 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:148 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor gelijktijdige akten. 2.2 Op de rol van 1 oktober 2024 hebben beide partijen een akte ingediend. 2.3 De zaak is mondeling behandeld op 14 maart 2025. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. 2.4 [ [appellante] heeft een wrakingsverzoek tegen de rechters ingediend. De wrakingskamer van het Hof heeft dat verzoek afgewezen bij uitspraak van 24 april 2025, CUR2025H00061. 2.5 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 3De verdere beoordeling 3.1 [ [appellante] heeft gevorderd, verkort weergegeven: a. verklaring voor recht dat SEL is tekortgeschoten, althans onrechtmatig heeft gehandeld en/of risico-aansprakelijk is op grond van art. 6:170 BW; b. betaling van Afl. 365.295,98, met rente; c. vergoeding van toekomstige winstderving, op te maken bij staat, met rente. 3.2 Het gevorderde bedrag van Afl. 365.295,98 is als volgt opgebouwd: b1. Herstelkosten (offerte I.C.R. Service) Afl. 58.291,20 b2. Vervoerkosten Bon Bini Cargo 6.689,00 b3. In- en uitlaadkosten Juver Cargo 890,00 b4. Winstderving juli 2016-december 2018 (business plan Geco Stay & Pleasure) 304.250,00 Aftrek: Reeds betaald uit hoofde van kortgedingvonnis (4.827,22) -------------------- b. Saldo Afl. 365.292,98 3.3 In het tussenvonnis heeft het Hof overwogen dat SEL aansprakelijk is voor de schade die [appellante] geleden heeft doordat (een deel van) de panelen beschadigd is geraakt bij het incident op 6 februari 2016 in de lunchpauze. Total loss 3.4 Wanneer een zaak geheel en al verloren gaat voor de rechthebbende doordat herstel niet mogelijk is of economisch onverantwoord (total loss), lijdt deze door dit verlies een nadeel in zijn vermogen gelijk aan de waarde van de zaak. Indien de desbetreffende, verloren gegane zaak een exemplaar is zonder eigen, individueel bepaalde kenmerken, van een soort waarvoor een voor het publiek toegankelijke markt bestaat, zal de rechthebbende door dit verlies een nadeel in zijn vermogen lijden dat in het algemeen kan worden gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de zaak ten tijde van het verlies (de marktwaarde). Behoudens bijzondere, door de rechthebbende te stellen omstandigheden, wordt daarmee recht gedaan aan het uitgangspunt dat hij als benadeelde zoveel mogelijk in de positie moet worden gebracht waarin hij zonder de schadeveroorzakende gebeurtenis zou hebben verkeerd (zie de Arubaanse zaak HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:208, 3.3.4). 3.5 Het Hof acht voldoende aannemelijk dat twee van de acht panelen zodanig beschadigd waren dat herstel economisch onverantwoord was. Het rapport van [schade-expert 1] van 8 april 2016 (tussenvonnis onder 3.2.9) dat vermeldt dat deze panelen te herstellen waren, acht het Hof in zoverre onvoldoende overtuigend. Onder meer het in opdracht van SEL opgestelde rapport van [naam]’s Company van 28 september 2020 vermeldt dat de vierde set het beste kon worden vervangen. 3.6 De zaakschade voor die twee panelen moet dus vergoed worden op basis van total loss zoals hiervoor vermeld. [appellante] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat de panelen van de prefab-woningen eigen, individueel bepaalde kenmerken hadden. Verder bestaat in Aruba in zoverre een voor het publiek toegankelijke markt voor prefab-woningen, dat eenieder een reële mogelijkheid heeft om prefab-woningen van buiten Aruba naar Aruba te laten verschepen. In de marktwaarde van de prefab-woningen in Aruba zijn de kosten van verscheping verdisconteerd. Het is goed mogelijk dat panelen van prefab-woningen van het merk en type dat [appellante] had laten verschepen, niet meer verkrijgbaar zijn (en relevanter: ten tijde van het incident niet meer verkrijgbaar waren), maar onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat er geen panelen van prefab-woningen met vergelijkbare eigenschappen en van vergelijkbare kwaliteit verkrijgbaar waren en zijn. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in redelijkheid noodzakelijk is dat zij panelen van hetzelfde merk en type terugkrijgt en zij heeft ook anderszins geen bijzondere omstandigheden gesteld die aanleiding zouden geven tot vergoeding van een hogere waarde dan de marktwaarde als hiervoor omschreven. 3.7 Mede gelet op de aanschafprijs van de panelen, de omschrijving van de panelen in de diverse rapporten, waaronder dat van [schade-expert 1], en de foto’s van de panelen, schat het Hof de marktwaarde van de panelen in Aruba, inclusief de kosten van verscheping naar Aruba op Afl. 12.000 voor de twee panelen gezamenlijk. Herstelkosten 3.8 In gevallen van zaaksbeschadiging is uitgangspunt dat de eigenaar van de beschadigde zaak door die beschadiging een nadeel in zijn vermogen lijdt dat gelijk is aan de waardevermindering die de zaak heeft ondergaan. Volgens vaste rechtspraak zal het geldbedrag waarin deze waardevermindering kan worden uitgedrukt in het algemeen gelijk zijn aan de - naar objectieve maatstaven berekende - kosten die met het herstel zijn gemoeid. De aard van zodanige schade rechtvaardigt dat de rechter bij het begroten daarvan in beginsel abstraheert van omstandigheden die de bijzondere situatie van de benadeelde eigenaar betreffen. Met het oog op de hanteerbaarheid van de schadeberekening bij zaaksbeschadiging dient terughoudendheid te worden betracht met het aanvaarden van uitzonderingen op het voormelde uitgangspunt (HR 26 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0357, 3.6.1, en HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:315, 3.1.2). 3.9 Het Hof acht aannemelijk dat het verantwoord was om zes van de acht panelen te herstellen, overeenkomstig het rapport van [naam]’s Company. De door [appellante] overgelegde rapporten van de strekking dat dit niet verantwoord was, acht het Hof onvoldoende overtuigend. Het betreft het bijwerken van krassen en cosmetische schade. [appellante] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat door het incident van 6 februari 2016 alle werkzaamheden nodig waren die I.C.R. Services in haar offerte van 23 mei 2016 heeft genoemd (met de opmerking: de muren kunnen pas na het installeren van de woning gerepareerd worden) (productie 4 bij inleidend verzoekschrift), en dat die werkzaamheden niet nodig zouden zijn geweest als het incident niet had plaatsgehad. In alle gevallen hadden de woningen na de bouw netjes moeten worden afgewerkt. Het Hof schat de kosten van herstel van de zes panelen op Afl. 3.000. Geen voldoende aanbod tot herstel 3.10 Als de benadeelde weigert in te gaan op een aanbod van de aansprakelijke persoon om zelf de schade te repareren, kan dat meebrengen dat hij niet het nodige doet om zijn schade te beperken. De oorzaak van de (geld)schade is dan op de voet van art. 6:101 BW toe te rekenen aan de benadeelde (Parlementaire Geschiedenis Boek 6 BW, Artikel 6.1.9.9, Eindverslag I, p. 364). 3.11 SEL heeft ter zitting van 14 maart 2025 gesteld dat zij heeft aangeboden de schade zelf te herstellen. Die stelling is echter betwist en onvoldoende onderbouwd. In haar brief van 10 juni 2016 (productie 12 bij conclusie van antwoord) biedt zij aan de schade volgens het rapport van [schade-expert 1] (productie 10 bij conclusie van antwoord) ad Afl. 4.827,22 te betalen, waarbij het kennelijk voor risico van [appellante] komt als de panelen niet voor dat bedrag hersteld blijken te kunnen worden. Dat is wat anders dan een aanbod om de panelen op eigen kosten te laten herstellen. Voor zover SEL hiermee een beroep op art. 6:101 BW heeft willen doen, faalt dat. De vordering inzake winstderving is niet toewijsbaar 3.12 Indien er al een voldoende reden is om naast de abstracte zaakschade concrete gevolgschade te vergoeden, is de gevolgschade toch niet toewijsbaar, gelet op het volgende. Het Hof acht aannemelijk dat het incident van 6 februari 2016 geen reëel beletsel is geweest voor [appellante] om haar plannen met de percelen uit te voeren (voor zover al redelijkerwijs aangenomen moet worden dat de plannen als vermeld in het business plan van Geco Stay & Pleasure (productie 9 bij inleidend verzoekschrift) goed uitvoerbaar waren en [appellante] bij wegdenken van het incident met de omgevallen panelen geslaagd zou zijn in de uitvoering daarvan). Drie van de vier woningen hadden zonder vertraging gebouwd kunnen worden, met herstel achteraf van de krassen en de cosmetische schade, en de vervangende panelen voor de vierde woning hadden met zodanige voortvarendheid nabesteld kunnen worden dat dit redelijkerwijs geen vertraging in de plannen had behoeven op te leveren. Er is dus geen reden om een verplichting tot vergoeding van gederfde winst aan te nemen. De vordering inzake vervoerkosten is niet toewijsbaar 3.13 De enkele stelling dat SEL de wandpanelen niet meer “correct” in de container kon terugplaatsen is onvoldoende om aan te nemen dat SEL gehouden is de kosten te vergoeden die Bon Bini Cargo bij [appellante] in rekening heeft gebracht voor vervoer en huur van een container. De vordering inzake reorganisatie van de container is wel toewijsbaar 3.14 De kosten van Afl. 890 voor reorganisatie van de container en het in- en uitladen, zijn veroorzaakt door het incident waarvoor SEL aansprakelijk is. De vordering ter zake daarvan zal worden toegewezen. Slotsom 3.15 In totaal is toewijsbaar: Afl. 12.000 + Afl. 3.000 + Afl. 890 = Afl. 15.890. Hiervan moet het reeds betaalde bedrag van Afl. 4.827,22 worden afgetrokken, zodat Afl. 11.062,78 resteert. 3.16 [ [appellante] heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat zij een zelfstandig belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht, zodat die zal worden afgewezen. 3.17 De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 6 februari 2016, zoals gevorderd. 3.18 Het hoger beroep slaagt gedeeltelijk. Beide partijen worden op enige punten in het ongelijk gesteld. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. B E S L I S S I N G Het Hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep; en opnieuw rechtdoende: veroordeelt SEL tot betaling aan [appellante] van het bedrag van Afl. 11.062,78, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2016 tot aan de dag van de voldoening; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; compenseert de proceskosten in beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 1 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Keywords

AI generated
art. 6:170 BW art. 6:101 BW

Cited Legislation

AI generated
art. 6:170 BW
art. 6:101 BW

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:OGHACMB:2024:148
Burgerlijke zaken over 2024 Registratienummers: AUA201904466 – AUA2021H00211 Uitspraak: 30 juli 2024 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], wonende in Aruba, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, thans procederende in persoon, tegen de naamloze vennootschap S.E.L. MADURO & SONS (ARUBA) N.V., gevestigd in Aruba, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. J.A. Saade. Partijen worden hierna [appellante] en SEL genoemd. 1De zaak in het kort [appellante] heeft vier prefab woningen besteld en vanuit China naar Aruba laten verschepen in een container. SEL zou de inklaring van de goederen in Aruba verzorgen. De wandpanelen van de prefab woningen zijn uit de container gehaald en vervolgens omgevallen. Daarbij is een aantal panelen beschadigd geraakt. In dit geding heeft [appellante] schadevergoeding gevorderd van SEL. Het Gerecht heeft de vorderingen afgewezen. In dit hoger beroep beoordeelt het Hof de vorderingen opnieuw. 2Het verloop van de procedure 2.1 Bij op 15 november 2021 ingekomen akte van appel is [appellante] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 6 oktober 2021 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht). 2.2 Bij op 28 december 2021 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellante] twaalf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, haar vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van SEL, de proceskosten in beide instanties. 2.3 Bij op 1 maart 2022 ingekomen memorie van antwoord, met producties, heeft SEL de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellante], uitvoerbaar bij voorraad, in de werkelijke proceskosten in hoger beroep, althans de forfaitair berekende proceskosten in hoger beroep. 2.4 Op 25 april 2023 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. [appellante] heeft vooraf producties D tot en met N in het geding gebracht. SEL heeft vooraf productie 22 in het geding gebracht. 2.5 Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag. 3De beoordeling 3.1 Gelet op het overgelegde bewijs van onvermogen zal het Hof [appellante] toelating verlenen om in hoger beroep kosteloos te procederen. Feiten 3.2 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 3.2.1 Eind 2015 heeft [appellante] vier prefab woningen in China besteld en van Shanghai naar Aruba laten verschepen in een container. De woningen dienden na aankomst in Aruba te worden gemonteerd. [appellante] heeft bij dezelfde leverancier ook zeven matrassen, vier koelkasten en twee scooters besteld. Die werden in dezelfde container naar Aruba verscheept. 3.2.2 [ [appellante] is mondeling met SEL overeengekomen dat SEL als inklaringsagent/broker de inklaring van de goederen bij de douane in Aruba zou verzorgen en vervolgens de goederen zou vervoeren naar een privéterrein van [appellante] te [wijk], Aruba. 3.2.3 Voordat de container in Aruba aankwam, heeft [appellante] de factuur van de leverancier en foto’s van de onderdelen van de prefab woningen aan SEL getoond. In de factuur is vermeld dat de woningen USD 2.500 per stuk kosten. De factuur komt uit op USD 16.700 in totaal. Op de foto’s zijn onderdelen van de prefab woningen verpakt in kratten. 3.2.4 Op 1 februari 2016 is de container aangekomen in de haven van Aruba. 3.2.5 Bij factuur van 2 februari 2016 heeft SEL Afl. 6.689,96 bij [appellante] in rekening gebracht. Op dezelfde dag heeft [appellante] dat bedrag betaald. Hiervan is Afl. 1.105 een vergoeding voor de werkzaamheden van SEL. Het restant is bedoeld voor betalingen die SEL voor [appellante] aan derden dient te doen, zoals aan de douane. 3.2.6 SEL heeft de container naar het terrein van SEL gebracht met het doel de goederen daar in een bonded warehouse te plaatsen. 3.2.7 [ [appellante] heeft de douane bereid gevonden om op 4 februari 2016 na kantooruren de inhoud van de container te komen bekijken bij SEL. Bij opening van de container in aanwezigheid van de douane bleek dat de panelen niet in kratten waren verpakt, maar dat acht lange wandpanelen rechtop in de container stonden, vastgezet met een ijzeren draad (zie de eerste foto, productie 4 bij conclusie van antwoord). [appellante] was hierbij niet aanwezig. De container is vervolgens gesloten en weer verzegeld. 3.2.8 Op zaterdagochtend 6 februari 2016 heeft de douane op het terrein van SEL een aanvang gemaakt met de inklaring van de goederen. [appellante] was daarbij aanwezig. In verband met de inklaring hebben door SEL ingeschakelde personen de wandpanelen uit de container gehaald, op een pallet geplaatst (de grootte van de pallet is betwist), aan elkaar gebonden met bandtouwen en gestut met pallets (zie de twee foto’s, productie 5 bij conclusie van antwoord). Bij de werkzaamheden is mankracht en ook een vorkheftruck gebruikt. Tijdens de lunchpauze is de stellage omgevallen. Daarbij zijn (minimaal twee) panelen beschadigd geraakt. 3.2.9 SEL heeft schade-expert (surveyor) [schade-expert 1] (hierna: [schade-expert 1]) ingeschakeld. [schade-expert 1] heeft de panelen geïnspecteerd op 6 februari 2016 en 2 maart 2016. In het rapport van [schade-expert 1] van 8 april 2016 staat onder meer: BRIEF SCENARIO According to the obtained information, a 40’ sea container (…) was received to the property of [SEL] and stripped by their employees. Eight large wall panels were temporarily moved from the container onto pallets outside their warehouse, tied together and supported with a forklift to prevent them from tipping over. During the lunch break of the employees, they were surprised by sudden wind gusts, which blew over the wall panels, including the pallets. After the incident, the ties were removed and the wall panels were moved inside the warehouse one by one. Due to the incident, the wall panels suffered damage. FINDINGS (…) DESCRIPTION OF INSPECTED PANELS Eight panels were inspected, being the (large) front and back panels of four prefabricated houses. The panels, each of them + 5.80 m long and + 2.30 m high, consist of painted, welded together steel profile rectangular frame, in which painted aluminium sandwich panels (two sheets of aluminium with PUR insulation foam in between) are riveted. In the front panels, a quadruple PVC sliding door is mounted. In the back panels, two PVC horizontal sliding windows are mounted (riveted). The appearance of the overall quality is poor and cheap; the panels are poorly finished, some windows are misaligned with the frames and when lifting the panels (vertically) by hand, the sandwich panels started wobbling. Undersigned observed that additional panels, which were not involved in the incident, had wobbles and waves in the sandwich panels and had cosmetic defects or damage. (…) DAMAGE AMOUNT Undersigned was provided with quotations for the repairs of the damage to the frames and sandwich panels for a total amount of Afl. 4,554.00 as well as for the replacement of both broken glass panes for a total amount of Afl. 273.22. [schade-expert 1] heeft de kosten van herstel van de panelen en vervanging van gebroken ramen begroot op Afl. 4.554,00 + Afl. 273,22 = Afl. 4.827,22. Hieraan liggen ten grondslag: een offerte van Kooltemp van 22 maart 2016 van Afl. 4.554,00 en een offerte van Glassco van 3 maart 2016 van Afl. 273,22. 3.2.10 Op 23 mei 2016 heeft I.C.R. Services in Aruba een offerte voor het herstel van de wandpanelen aan [appellante] uitgebracht die uitkomt op Afl. 58.291,20. 3.2.11 Na 10 juni 2016 heeft [appellante] de goederen bij SEL laten ophalen. 3.2.12 Bij kortgedingvonnis van 5 oktober 2016 heeft het Gerecht SEL veroordeeld tot betaling van Afl. 4.827,22, met rente en kosten, aan [appellante]. Dit is het door schade-expert [schade-expert 1] getaxeerde bedrag. De overige schade achtte het Gerecht in het kort geding onvoldoende onderbouwd. SEL heeft aan de veroordeling voldaan. 3.2.13 Bij e-mail van 24 oktober 2016 heeft [naam 1] van 9006 Gevelschadeherstel in Marknesse, Nederland aan [appellante] bericht niets met de panelen te kunnen, omdat die te erg beschadigd zijn. Bij e-mail van 28 oktober 2016 heeft Van Heemskerk Gevelschadeherstel in Rijssen, Nederland, [appellante] geadviseerd om de panelen niet te herstellen, maar te vervangen. Bij e-mail van 27 oktober 2016 heeft Katra N.V. in Aruba aan [appellante] laten weten de wandpanelen niet te kunnen herstellen. 3.2.14 [ [appellante] heeft bouwkundige en taxateur [taxateur] ingeschakeld. In het rapport van [taxateur] van 8 januari 2017 staat dat de wandpanelen zich op het perceel van een woonhuis te [wijk] bevinden en dat [taxateur] ze vorig jaar in tegenwoordigheid van [appellante] heeft geïnspecteerd. Hij heeft gerapporteerd dat er vier compleet nieuwe geprefabriceerde woningen zullen moeten worden besteld. De kosten raamt hij op Afl. 55.000. 3.2.15 Een in opdracht van de gemachtigde van SEL opgesteld rapport van [naam]’s Company in Aruba van 28 september 2020 vermeldt dat drie van de vier sets simpel in elkaar te zetten waren met bijwerken van de cosmetische schade/krassen en dat de vierde set het beste kon worden vervangen. Vorderingen 3.3 In deze rechtszaak heeft [appellante] gevorderd, verkort weergegeven: a. verklaring voor recht dat SEL is tekortgeschoten, althans onrechtmatig heeft gehandeld en/of risico-aansprakelijk is op grond van art. 6:170 BW; b. betaling van Afl. 365.295,98, met rente; c. vergoeding van winstderving, op te maken bij staat, met rente. 3.4 Het gevorderde bedrag van Afl. 365.295,98 is als volgt opgebouwd: b1. Winstderving juli 2016-december 2018 (business plan Geco Stay & Pleasure) Afl. 304.250,00 b2. Herstelkosten (offerte I.C.R. Service) 58.291,20 b3. Vervoerkosten Bon Bini Cargo 6.689,00 b4. In- en uitlaadkosten Juver Cargo 890,00 Aftrek: Reeds betaald uit hoofde van kortgedingvonnis (4.827,22) -------------------- b. Saldo Afl. 365.292,98 Beslissingen van het Gerecht 3.5 Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vorderingen afgewezen. Het Gerecht heeft, verkort weergegeven, als volgt overwogen. De overeenkomst is deels een overeenkomst van opdracht en deels een vervoersovereenkomst (4.1). De inklaringswerkzaamheden vallen onder de overeenkomst van opdracht (4.3). [appellante] heeft niet concreet gesteld wat er onzorgvuldig was aan de wijze waarop SEL de panelen aan elkaar gebonden heeft en hoe die onzorgvuldigheid ertoe heeft geleid dat de panelen zijn omgevallen (4.9). Voor het geval aangenomen moet worden dat de wind de panelen heeft omvergeblazen, heeft het Gerecht als volgt overwogen. [appellante] heeft niet gesteld dat de windvlaag voor SEL te voorzien was en ook niet waarom SEL het risico had behoren uit te sluiten dat een onverwachte windvlaag de panelen plotseling omver zou blazen (4.12). Beoordeling door het Hof 3.6 SEL heeft bezwaar gemaakt tegen het grote aantal producties dat [appellante] kort voor de datum van schriftelijk pleidooi aan SEL heeft toegezonden. Het zijn zo veel producties dat SEL geen redelijke mogelijkheid heeft gehad om ze in haar pleitnota te bespreken. Dit bezwaar is gegrond. Het Hof zal deze producties in dit tussenvonnis buiten beschouwing laten. Bij de verdere loop van het geding kunnen ze wel betrokken worden. 3.7 Het Hof verenigt zich met het oordeel van het Gerecht dat de schade is ontstaan tijdens de uitvoering van dat deel van de overeenkomst dat als opdracht moet worden gekwalificeerd en dat daarom art. 7:400 BW en verder van toepassing zijn. 3.8 De opdracht betrof de verzorging van de inklaring. De schade is ontstaan in het kader van werkzaamheden ten behoeve van de inklaring. De schade is op het terrein van SEL ontstaan toen de wandpanelen zich bevonden in een door personeel van SEL gebruikte constructie. SEL is daarom verantwoordelijk voor de deugdelijkheid van de gebruikte constructie. Dat bestrijdt zij ook niet. Dat betekent niet dat SEL risicoaansprakelijk is voor de schade die ontstaan is doordat wandpanelen beschadigd zijn geraakt toen ze zich in die constructie bevonden, maar wel dat de zorgplicht van SEL als opdrachtnemer meebrengt dat de gebruikte constructie moet voldoen aan de eisen die in de gegeven omstandigheden daaraan mochten worden gesteld. De omstandigheid dat [appellante] ook aanwezig was, speelt geen rol. Zij mocht verwachten dat SEL verantwoordelijk was voor de deugdelijkheid van de gebruikte constructie. 3.9 Niet alleen is het een feit van algemene bekendheid dat het in Aruba hard kan waaien, zoals partijen onderkennen, maar ook dat dit gepaard kan gaan met windvlagen of windstoten oftewel een plotseling opkomende grotere windsnelheid. Uit het door SEL overgelegde overzicht van de windsnelheid op 6 februari 2016 in Aruba (productie 20 bij memorie van antwoord) blijkt weliswaar dat het op die dag vanaf 11 uur harder waaide dan daarvoor, maar niet zo veel harder dat dit als een uitzonderlijk weertype moet worden aangemerkt. Vanaf 9 uur waaide het ook al harder dan daarvoor. De hoogst gemeten maximum windsnelheid was 33 knopen, gemeten om 11 uur. Daarvoor waren ook al windsnelheden van 26 en 27 knopen gemeten. 3.10 Anders dan het Gerecht is het Hof daarom van oordeel dat SEL naar maatstaven van zorgvuldigheid rekening had moeten houden met de mogelijkheid van een windvlaag zoals die zich volgens SEL heeft voorgedaan in de lunchpauze. Zij had daarom de panelen binnen (in de warehouse) moeten zetten alvorens te gaan lunchen. Nu zij dat niet gedaan heeft, is zij aansprakelijk voor de schade die [appellante] geleden heeft doordat (een deel van) de panelen beschadigd is geraakt bij het incident in de lunchpauze. Hieraan doet niet af dat de opgegeven waarde van de prefab woningen beperkt is en dat het loon dat SEL voor haar werkzaamheden ontving, ook relatief laag is. Dat heeft weliswaar invloed op hetgeen [appellante] van SEL mocht verwachten, maar het is in dit geval niet van doorslaggevend gewicht. Indien [appellante] geen goede oplossing had voor het probleem dat de container gehuurd was, en dat zij de goederen ergens zou moeten opslaan in afwachting van de werkzaamheden van de douane zonder dat de kosten te veel mochten oplopen, en indien SEL heeft getracht [appellante] met dat probleem te helpen, doet ook dat aan voorgaand oordeel niet af. 3.11 Voorshands is aannemelijk dat drie van de vier prefab huizen gebouwd konden worden met herstelde wandpanelen, maar dat de vierde vervangen moest worden. Indien partijen zich niet kunnen verenigen met dit uitgangspunt voor de schadebegroting, is het waarschijnlijk noodzakelijk dat het Hof een deskundige benoemt om daarover te adviseren. 3.12 Voordat het Hof verder oordeelt, zal het partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte (ambtshalve P3, dat wil zeggen: zonder mogelijkheid van uitstel) uit te laten over het vervolg van de procedure. Er zal geen gelegenheid worden geboden voor het indienen van antwoordakten. Denkbaar zijn in elk geval de volgende mogelijkheden: - partijen wensen door te procederen bij het Hof; - partijen wensen verwijzing naar de schadestaat, zodat over de schade in twee feitelijke instanties geprocedeerd kan worden; - partijen wensen een minnelijke regeling van het geschil te beproeven, al dan niet gefaciliteerd door een mondelinge behandeling bij het Hof; - SEL wenst te worden toegelaten tot tussentijds cassatieberoep. B E S L I S S I N G Het Hof: verleent [appellante] toelating om in hoger beroep kosteloos te procederen; verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2024 (ambtshalve P3) voor gelijktijdige akten aan beide zijden als bedoeld in 3.11; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 30 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
ECLI:NL:HR:2017:208
10 februari 2017 Eerste Kamer 15/04223 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker] ,wonende te [woonplaats] , Aruba, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr.
ECLI:NL:HR:2012:BX0357
Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a.
ECLI:NL:HR:2020:315
Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de arresten in de zaak 200.205.619 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 januari 2018 en 17 april 2018 (bij prorogatie). Liander heeft tegen het arrest van het hof van 17 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. Meeùs heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text