Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2023:183 ECLI:NL:OGHACMB:2023:183 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2023:183 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2023:183
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Burgerlijke zaken over 2023 Registratienummers: AUA202103325 – AUA2022H00005 Uitspraak: 3 oktober 2023 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in kort geding in de zaak van: [APPELLANT], wonend in Aruba, in eerste aanleg eiser in conventie, verweerder in reconventie, thans appellant, gemachtigde: mr. G.F. Croes, tegen de vereniging ARUBA NAUTICAL CLUB, gevestigd in Aruba, in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2023:183 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: G.F. Croes, tegen de vereniging ARUBA NAUTICAL CLUB, gevestigd in Aruba, in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Burgerlijke zaken over 2023 Registratienummers: AUA202103325 – AUA2022H00005 Uitspraak: 3 oktober 2023 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in kort geding in de zaak van: [APPELLANT], wonend in Aruba, in eerste aanleg eiser in conventie, verweerder in reconventie, thans appellant, gemachtigde: mr. G.F. Croes, tegen de vereniging ARUBA NAUTICAL CLUB, gevestigd in Aruba, in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr.

D.G. Kock. Partijen worden hierna [appellant] en ANC genoemd. 1De zaak in het kort [appellant] is lid geweest van watersportvereniging ANC. Bij besluiten van 6 oktober 2021 heeft een groep leden, optredend als dagelijks bestuur van de vereniging, verklaard het lidmaatschap van [appellant] op te zeggen en hem uit het lidmaatschap te ontzetten. In dit kort geding heeft [appellant] onder meer schorsing van die twee besluiten gevorderd. Het Gerecht heeft zijn vorderingen afgewezen. In dit hoger beroep zal het Hof het bestreden vonnis bevestigen op de grond dat [appellant] niet tijdig een bodemzaak aanhangig heeft gemaakt. 2Het verdere verloop van de procedure 2.1 Bij vonnis van 18 oktober 2022 hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akte. 2.2 Op de rol van 24 januari 2023 heeft [appellant] een akte ingediend, met een productie.

Op de rol van 5 september 2023 heeft ANC een antwoordakte ingediend. Het Hof heeft daarbij geen productie aangetroffen, maar dat is ook niet nodig voor afdoening van de zaak. 2.3 Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag. 3De verdere beoordeling 3.1 Bij het tussenvonnis heeft het Hof de vraag aan de orde gesteld of [appellant] binnen zes maanden de vernietiging heeft gevorderd van de besluiten van 6 oktober 2021. Uit de akte na tussenvonnis leidt het Hof af dat [appellant] dat niet heeft gedaan. Zijn bevoegdheid om vernietiging van de besluiten te vorderen, is dus vervallen.

De vordering om die besluiten in dit kort geding te schorsen, is dan ook terecht afgewezen. 3.2 Op grond van het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat [appellant] sinds 6 oktober 2021 geen lid meer is van ANC. Er is daarom geen reden om ANC te bevelen [appellant] toegang te verlenen tot haar faciliteiten. Ook mag ANC verlangen dat [appellant] zijn boot niet bij haar afmeert. 3.3 Het bestreden vonnis moet worden bevestigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. B E S L I S S I N G Het Hof: bevestigt het vonnis waarvan beroep; veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van ANC gevallen en tot op heden begroot op Afl.218,- aan verschotten en Afl. 6.000,- aan salaris voor de gemachtigde; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 3 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.