ECLI:NL:OGHACMB:2022:169 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Legislator summary
AI generatedZaaknummer: H-129/21 Parketnummer : 400.00072/21 Uitspraak : 2 juni 2022 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire van 21 juli 2021 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteland], wonende op [woonplaats], thans gedetineerd in de JICN op Bonaire. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGHACMB:2022:169 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.
Full text
Zaaknummer: H-129/21 Parketnummer : 400.00072/21 Uitspraak : 2 juni 2022 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire van 21 juli 2021 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteland], wonende op [woonplaats], thans gedetineerd in de JICN op Bonaire. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.
Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen. De verdachte heeft op 30 juli 2021 hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Op 4 maart 2022 heeft de verdachte bij akte ingediend bij de griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire schriftelijk te kennen gegeven het hoger beroep te willen intrekken. Namens de verdachte is op 6 mei 2022 bij de griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire een brief overhandigd, waarin de verdachte wederom heeft aangegeven niet meer in hoger beroep te willen gaan.
Ter terechtzitting van 2 juni 2022 heeft de verdachte in persoon herhaald dat hij het hoger beroep wenst in te trekken en dat hij de gevolgen daarvan begrijpt. Gelet erop dat de verdachte te kennen heeft gegeven het hoger beroep niet meer te willen voortzetten, zal het Hof de verdachte bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaren. BESLISSING Het Hof: verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep. Dit vonnis is gewezen door mrs. R.L.M. van Opstal, M.J. de Kort en S. Verheijen, leden van het Hof, bijgestaan door mr.
E.L. den Dekker, zittingsgriffier, en op 2 juni 2022 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Bonaire. mr. S. Verheijen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.