Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2022:162 ECLI:NL:OGHACMB:2022:162 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2022:162 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2022:162
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

de stichting FUNDACION ORGUYO ARUBA, gevestigd in Aruba, 2. [APPELLANTE 2], wonende in Aruba, 3. [APPELLANTE 3], wonende in Aruba, oorspronkelijk eiseressen, thans appellanten, gemachtigde: mr. E.A.D.M.E.J. Wever, tegen de openbare rechtspersoon HET LAND ARUBA, zetelend in Aruba, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. M.P. Jansen.

Legislator headnote

AI generated

art. 66 lid 1 Rv; ECLI:NL:OGHACMB:2022:162 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Het vonnis in dit geding 1.1 Het Hof heeft in deze zaak op 6 december 2022 een vonnis en op 13 december 2022 een herstelvonnis uitgesproken. 1.2 Nadat het herstelvonnis was uitgesproken, is gebleken dat het vonnis nog steeds kennelijke fouten bevat die zich lenen voor eenvoudig herstel. Ten eerste wordt in de verklaring voor recht in het dictum thans (na het eerste herstelvonnis) abusievelijk verwezen naar onverenigbaarheid met art. I.16 lid 1 Staatsregeling van Aruba. Blijkens rov. 2.60 heeft het Hof die onverenigbaarheid niet aangenomen. Het dictum moet daarom opnieuw worden verbeterd.

Keywords

AI generated
art. 66 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 66 lid 1 Rv
1.3 Dit zijn kennelijke fouten die zich lenen voor eenvoudig herstel als bedoeld in art. 66 lid 1 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Burgerlijke zaken over 2022 Registratienummer: AUA2020H00099 Uitspraak: 16 december 2022 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba H E R S T E L V O N N I S in de zaak van:

1. de stichting FUNDACION ORGUYO ARUBA, gevestigd in Aruba, 2. [APPELLANTE 2], wonende in Aruba, 3. [APPELLANTE 3], wonende in Aruba, oorspronkelijk eiseressen, thans appellanten, gemachtigde: mr. E.A.D.M.E.J. Wever, tegen de openbare rechtspersoon HET LAND ARUBA, zetelend in Aruba, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. M.P. Jansen.

1. Het vonnis in dit geding 1.1 Het Hof heeft in deze zaak op 6 december 2022 een vonnis en op 13 december 2022 een herstelvonnis uitgesproken. 1.2 Nadat het herstelvonnis was uitgesproken, is gebleken dat het vonnis nog steeds kennelijke fouten bevat die zich lenen voor eenvoudig herstel. Ten eerste wordt in de verklaring voor recht in het dictum thans (na het eerste herstelvonnis) abusievelijk verwezen naar onverenigbaarheid met art. I.16 lid 1 Staatsregeling van Aruba. Blijkens rov. 2.60 heeft het Hof die onverenigbaarheid niet aangenomen. Het dictum moet daarom opnieuw worden verbeterd.

Het dient als volgt te luiden: verklaart voor recht dat artikel 31 lid 1 en artikel 33 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, wegens onverenigbaarheid met artikel I.1 van de Staatsregeling van Aruba, geen toepassing vinden, voor zover door die toepassing het huwelijk tussen twee personen van gelijk geslacht zou worden uitgesloten; Ten tweede wordt in rov. 2.60 verwezen naar rov. 4.61. Dat moet een verwijzing naar rov. 2.58 zijn. 1.3 Dit zijn kennelijke fouten die zich lenen voor eenvoudig herstel als bedoeld in art. 66 lid 1 Rv. Het Hof zal het vonnis opnieuw ambtshalve verbeteren.

B E S L I S S I N G Het Hof: verbetert het op 6 december 2022 in deze zaak uitgesproken vonnis op de wijze zoals hiervoor in 1.2 is vermeld; stelt de verbetering op de minuut van dat vonnis. Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 16 december 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.