Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2021:179 ECLI:NL:OGHACMB:2021:179 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2021:179 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2021:179
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

de Minister belast met Vreemdelingenzaken van Aruba, 4. de Minister belast met Justitie van Aruba, 5. het Openbaar Ministerie van Aruba, 6. het Hoofd Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Aruba. 1Verdere verloop van de procedure 1.1. Het Hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 15 december 2020. 1.2. De Advocaat-Generaal mr. F.A.P.M.van Deutekom heeft een Akte antwoord Openbaar Ministerie d.d. 19 januari 2021 genomen. 1.3. Verzoeker heeft geen akte genomen. 1.4. Beschikking is bepaald op heden. 2Beoordeling 2.1 Het Hof maakt zijn in de tussenbeschikking (rov. 2.5) gegeven voorlopig oordeel dat voldaan is aan de vereisten van artikel 15 lid 1 aanhef en onder c en lid 4 RwNed, zodat verzoeker het Nederlanderschap heeft verloren, tot een eindbeslissing. 2.2 Verzoeker heeft niet aangevoerd, laat staan onderbouwd, dat – met inachtneming van hetgeen het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft overwogen in het Tjebbes-arrest (HvJEU 12 maart 2019, zaak C-221/17, ECLI:EU:C:2019:189, punt 40) – voor hem het verlies van de Nederlandse nationaliteit, dat voor hem het verlies van het burgerschap van de Unie en de daaruit voortvloeiende rechten meebrengt, niet in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat betreft de gevolgen ervan voor zijn situatie en, in voorkomend geval, voor die van zijn gezinsleden, uit het oogpunt van het Unierecht. 2.3 Uit het voorgaande volgt dat het verzoek moet worden afgewezen. 3Beslissing Het Hof wijst het verzoek af.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2021:179 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BURGERLIJKE ZAKEN 2021 BESCHIKKING NO. Registratienr.: AUA2019H00031 Uitspraak: 13 april 2021 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Beschikking in de zaak van: In de zaak van: [Appellant], wonende in Aruba, verzoeker, belanghebbenden:

3. de Minister belast met Vreemdelingenzaken van Aruba, 4. de Minister belast met Justitie van Aruba, 5. het Openbaar Ministerie van Aruba, 6. het Hoofd Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister van Aruba. 1Verdere verloop van de procedure 1.1. Het Hof verwijst naar zijn tussenbeschikking van 15 december 2020. 1.2. De Advocaat-Generaal mr. F.A.P.M.van Deutekom heeft een Akte antwoord Openbaar Ministerie d.d. 19 januari 2021 genomen. 1.3. Verzoeker heeft geen akte genomen. 1.4. Beschikking is bepaald op heden. 2Beoordeling 2.1 Het Hof maakt zijn in de tussenbeschikking (rov. 2.5) gegeven voorlopig oordeel dat voldaan is aan de vereisten van artikel 15 lid 1 aanhef en onder c en lid 4 RwNed, zodat verzoeker het Nederlanderschap heeft verloren, tot een eindbeslissing. 2.2 Verzoeker heeft niet aangevoerd, laat staan onderbouwd, dat – met inachtneming van hetgeen het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft overwogen in het Tjebbes-arrest (HvJEU 12 maart 2019, zaak C-221/17, ECLI:EU:C:2019:189, punt 40) – voor hem het verlies van de Nederlandse nationaliteit, dat voor hem het verlies van het burgerschap van de Unie en de daaruit voortvloeiende rechten meebrengt, niet in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat betreft de gevolgen ervan voor zijn situatie en, in voorkomend geval, voor die van zijn gezinsleden, uit het oogpunt van het Unierecht. 2.3 Uit het voorgaande volgt dat het verzoek moet worden afgewezen. 3Beslissing Het Hof wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.