Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2020:252 ECLI:NL:OGHACMB:2020:252 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2020:252 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2020:252
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

CUR2020H00050 Datum uitspraak: 16 november 2020 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak), op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Curaçao, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 10 januari 2020 in zaak nr. CUR201900021 in het geding tussen: appellant en de minister van Justitie.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2020:252 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: CUR201900021 in het geding tussen: appellant en de minister van Justitie.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

CUR2020H00050 Datum uitspraak: 16 november 2020 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak), op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Curaçao, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 10 januari 2020 in zaak nr. CUR201900021 in het geding tussen: appellant en de minister van Justitie.

Procesverloop Bij brief van 21 februari 2020 heeft R.J.C. Hato, namens appellant, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht van 10 januari 2020 in zaak nr. CUR201900021. Overwegingen 1. (De gemachtigde van) appellant heeft in zijn brief van 21 februari 2020 niet uiteengezet, met welke overwegingen in de aangevallen uitspraak hij zich niet kan verenigen en waarom dat zo is. Aldus heeft hij niet de gronden vermeld, waarop het hoger beroep berust en niet aan het bij artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna:

Lar), gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid, voor het instellen van hoger beroep gestelde vereiste voldaan. (De gemachtigde van) appellant is op dit verzuim gewezen en hij is tot en met 24 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld het te herstellen. Bij brief en e-mailbericht van 21 september 2020 is deze termijn tot en met 12 oktober 2020 verlengd. (De gemachtigde van) appellant heeft deze termijn ongebruikt laten verstrijken. Lettend op artikel 22, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar, ziet de voorzitter hierin aanleiding het hoger beroep, zonder behandeling ervan ter zitting, niet-ontvankelijk te verklaren.

Beslissing De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba verklaart het hoger beroep niet‑ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D. Meyer-de Beer, griffier. w.g. Saleh w.g. Meyer-de Beer Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2020