Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2020:179 ECLI:NL:OGHACMB:2020:179 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2020:179 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2020:179
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Beschikking in de zaak van: [Appellant], wonend op Bonaire, hierna te noemen: [Appellant], oorspronkelijk verweerder, thans appellant, procederend in persoon, tegen [Geïntimeerde], wonende op Bonaire, hierna te noemen: [Geïntimeerde], oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E.J. Winkel, 1Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het Hof verwijst voor het verloop tot dan toe naar zijn tussenbeschikking van 4 juli 2019, waarbij de zaak is verwezen naar de rol van 20 augustus 2019 voor indiening van een DNA rapport. 1.2. Op 6 mei 2020 heeft [Appellant], via een e-mail, het Hof bericht dat hij geen financiële mogelijkheid heeft een DNA onderzoek te bekostigen. 1.3. Op 7 mei 2020 heeft [Geïntimeerde], ook via een e-mail, het Hof bericht dat zij het onderzoek afwacht. 1.4. Beschikking is bepaald op heden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2020:179 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift. 3De verdere beoordeling 3.1. In zijn tussenbeschikking (rov. 4.3) heeft het Hof voorshands bewezen geacht dat [Appellant] de verwekker is van [Naam 1], behoudens door [Appellant] te leveren tegenbewijs. 3.2. [ [Appellant] heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid tegenbewijs te leveren. 3.3. Uit het voorgaande volgt dat is komen vast te staan dat [Appellant] de verwekker is van [Naam 1] en als zodanig alimentatieplichtig is. 3.4. In de tussenbeschikking (rov. 4.5) heeft het Hof beslist dat [Appellant] geacht moet worden het door het Gerecht vastgestelde maandelijkse bedrag van US$ 250,- te kunnen betalen. 3.5.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Beschikking in de zaak van: [Appellant], wonend op Bonaire, hierna te noemen: [Appellant], oorspronkelijk verweerder, thans appellant, procederend in persoon, tegen [Geïntimeerde], wonende op Bonaire, hierna te noemen: [Geïntimeerde], oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E.J. Winkel, 1Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het Hof verwijst voor het verloop tot dan toe naar zijn tussenbeschikking van 4 juli 2019, waarbij de zaak is verwezen naar de rol van 20 augustus 2019 voor indiening van een DNA rapport. 1.2. Op 6 mei 2020 heeft [Appellant], via een e-mail, het Hof bericht dat hij geen financiële mogelijkheid heeft een DNA onderzoek te bekostigen. 1.3. Op 7 mei 2020 heeft [Geïntimeerde], ook via een e-mail, het Hof bericht dat zij het onderzoek afwacht. 1.4. Beschikking is bepaald op heden.

2De gronden van het hoger beroep

Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift. 3De verdere beoordeling 3.1. In zijn tussenbeschikking (rov. 4.3) heeft het Hof voorshands bewezen geacht dat [Appellant] de verwekker is van [Naam 1], behoudens door [Appellant] te leveren tegenbewijs. 3.2. [ [Appellant] heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid tegenbewijs te leveren. 3.3. Uit het voorgaande volgt dat is komen vast te staan dat [Appellant] de verwekker is van [Naam 1] en als zodanig alimentatieplichtig is. 3.4. In de tussenbeschikking (rov. 4.5) heeft het Hof beslist dat [Appellant] geacht moet worden het door het Gerecht vastgestelde maandelijkse bedrag van US$ 250,- te kunnen betalen. 3.5.

Uit het voorgaande volgt dat de bestreden beschikking moet worden bevestigd zonder voorbehoud. De proceskosten worden gecompenseerd. 4Beslissing Het Hof bevestigt de bestreden beschikking en compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mrs. M.W. Scholte, Th. G. Lautenbach en J. de Boer, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.