Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2019:178 ECLI:NL:OGHACMB:2019:178 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2019:178 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2019:178
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Zaaknummer: H 181/2019 Parketnummer: 190.00010/18 Uitspraak: 24 september 2019 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 6 maart 2019 de strafzaak tegen de veroordeelde: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres], Hoger beroep Het gerecht in eerste aanleg heeft de schatting van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van NAf. 675.949,= en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan het land Sint Maarten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2019:178 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: 675.949,= en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan het land Sint Maarten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknummer: H 181/2019 Parketnummer: 190.00010/18 Uitspraak: 24 september 2019 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 6 maart 2019 de strafzaak tegen de veroordeelde: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres], Hoger beroep Het gerecht in eerste aanleg heeft de schatting van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van NAf. 675.949,= en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van dat bedrag aan het land Sint Maarten.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.A.W. Mol, en van hetgeen door de veroordeelde en haar raadsman, mr. M.K.A. Hart, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof de beslissing waarvan beroep zal bevestigen. De raadsman heeft primair bepleit dat de vordering tot ontneming zal worden afgewezen en subsidiair dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op een lager bedrag zal worden vastgesteld.

Beslissing waarvan beroep Het Hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust. De beslissing zal daarom worden bevestigd. BESLISSING Het Hof: bevestigt de beslissing van het Gerecht in eerste aanleg. Deze beslissing is gewezen door mrs. D. Radder, A.J.M. van Gink en S.M. Christiaan, leden van het Hof, bijgestaan door mr. C. Bernsen, zittingsgriffier, en op 24 september 2019 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten. Mr. Van Gink en de zittingsgriffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. uitspraakgriffier:

De uitspraakgriffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.