Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2018:7 ECLI:NL:OGHACMB:2018:7 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2018:7 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2018:7
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.: Registratienummer: AR 3/15 - ghis 80793 - H 328/16 Uitspraak: 9 januari 2018 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANT], wonende op Bonaire, oorspronkelijk eiser in conventie, verweerder in reconventie, thans appellant, gemachtigde: mr. C. de Bres, tegen de naamloze vennootschap BONAIRE-HARBOUR SIDE N.V., gevestigd op Bonaire, oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. M.F. Murray en D.M. Wildeman. De partijen worden hierna [appellant] en BHS genoemd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2018:7 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: C. de Bres, tegen de naamloze vennootschap BONAIRE-HARBOUR SIDE N.V., gevestigd op Bonaire, oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. M.F. Murray en D.M. Wildeman. De partijen worden hierna [appellant] en BHS genoemd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Burgerlijke zaken over 2018 Vonnis no.: Registratienummer: AR 3/15 - ghis 80793 - H 328/16 Uitspraak: 9 januari 2018 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANT], wonende op Bonaire, oorspronkelijk eiser in conventie, verweerder in reconventie, thans appellant, gemachtigde: mr. C. de Bres, tegen de naamloze vennootschap BONAIRE-HARBOUR SIDE N.V., gevestigd op Bonaire, oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. M.F. Murray en D.M. Wildeman. De partijen worden hierna [appellant] en BHS genoemd.

1Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 4 april 2017 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen. BHS heeft een akte met producties ingediend (waaronder een usb-stick). [appellant] heeft een antwoordakte ingediend. Vonnis is gevraagd en nader bepaald op heden. 2De beoordeling 2.1 Het Hof zal een descente gelasten om een nader beeld te krijgen van de omvang en grenzen van perceel D630 en de Shopping Mall. Hierbij is van belang dat er volgens [appellant] een transformatorhuisje op het perceel D630 staat met een door BHS aangebrachte doorgang in de muur, terwijl volgens BHS het perceel in zichtbare en bouwtechnische zin nagenoeg geheel onderdeel is van de Shopping Mall.

Ook dient te worden onderzocht welke belangen over en weer gemoeid zijn bij toe- en afwijzing van het gevorderde: wat moet ervoor worden opgeofferd en wat wordt ermee bereikt? Het Hof wenst ook te onderzoeken in hoeverre de zaak minnelijk geregeld kan worden met een praktische bouwtechnische oplossing ter plaatse. Daarom kan het zinvol zijn dat partijen mensen met bouwtechnische kennis meebrengen. 2.2 Partijen dienen er rekening mee te houden dat het Hof slechts enkele malen per jaar in meervoudige samenstelling op Bonaire aanwezig kan zijn. Een uitstelverzoek zal daarom in beginsel afgewezen worden (zie voetnoot 9 van het Procesreglement 2016).

B E S L I S S I N G Het Hof: gelast een descente ter plaatse van perceel D630 en de Shopping Mall op Bonaire op vrijdag 16 februari 2018 om 14.00 uur; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en H.J. Fehmers, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 9 januari 2018 in tegenwoordigheid van de griffier.