Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2018:252 ECLI:NL:OGHACMB:2018:252 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2018:252 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2018:252
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Zaaknummer: H 171/2017 Parketnummer: 500.00512/16 Uitspraak: 8 november 2018 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 14 juni 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij voornoemd vonnis van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken. Voorts heeft het Gerecht een beslissing genomen ten aanzien van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2018:252 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. J.B.S. Loth, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust. Het vonnis zal daarom worden bevestigd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknummer: H 171/2017 Parketnummer: 500.00512/16 Uitspraak: 8 november 2018 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 14 juni 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum] [geboortejaar] te [geboorteplaats], wonende in [woonplaats], [adres]. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij voornoemd vonnis van het onder primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken. Voorts heeft het Gerecht een beslissing genomen ten aanzien van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. M.L.A. Angela, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. J.B.S. Loth, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Vonnis waarvan beroep Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust. Het vonnis zal daarom worden bevestigd.

BESLISSING Het Hof: bevestigt het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg. Dit vonnis is gewezen door mrs. D. Radder, S.A. Carmelia en A.J. Martijn, leden van het Hof, bijgestaan door mr. L.M. Tjong-A-Tjoe, zittingsgriffier, en op 8 november 2018 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao. uitspraakgriffier: