Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2016:196 ECLI:NL:OGHACMB:2016:196 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2016:196 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2016:196
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.: Registratienummer: AR 632/13 - ghis 74345 - H 218/15 Uitspraak: 20 september 2016 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], wonende in Aruba, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, gemachtigden: mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Kock, tegen 1. [GEÏNTIMEERDE 1], wonende in Aruba, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. C.B.A. Coffie en A.C.G. Bikker, 2. [GEÏNTIMEERDE 2], wonende in Aruba, in eerste aanleg niet in rechte betrokken, thans gevoegde partij aan de zijde van geïntimeerde, procederende in persoon. De partijen worden hierna [appellante], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] genoemd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2016:196 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: E.M.J. Cafarzuza en D.G. Kock, tegen 1. [GEÏNTIMEERDE 1], wonende in Aruba, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. C.B.A. Coffie en A.C.G. Bikker, 2. [GEÏNTIMEERDE 2], wonende in Aruba, in eerste aanleg niet in rechte betrokken, thans gevoegde partij aan de zijde van geïntimeerde, procederende in persoon. De partijen worden hierna [appellante], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] genoemd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Burgerlijke zaken over 2016 Vonnis no.: Registratienummer: AR 632/13 - ghis 74345 - H 218/15 Uitspraak: 20 september 2016 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], wonende in Aruba, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, gemachtigden: mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Kock, tegen 1. [GEÏNTIMEERDE 1], wonende in Aruba, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. C.B.A. Coffie en A.C.G. Bikker, 2. [GEÏNTIMEERDE 2], wonende in Aruba, in eerste aanleg niet in rechte betrokken, thans gevoegde partij aan de zijde van geïntimeerde, procederende in persoon. De partijen worden hierna [appellante], [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] genoemd.

1Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 17 november 2015 is de zaak naar de rol verwezen voor memorie aan de zijde van [geïntimeerde 2]. Op 19 januari 2016 heeft [geïntimeerde 2] een memorie ingediend, met een productie. Op 22 maart 2016 heeft [appellante] een antwoordmemorie ingediend, met een productie. Op 24 mei 2016 heeft [geïntimeerde 1] een akte ingediend. Op 30 augustus 2016 heeft [appellante] een akte ingediend. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Nu [geïntimeerde 2] zich aan de zijde van [geïntimeerde 1] heeft gevoegd, faalt het beroep op de exceptio plurium litis consortium. 2.2 Het Hof zal thans uitvoering geven aan het in rov. 2.10 van het vonnis van 17 november 2015 uitgesproken voornemen, met inachtneming van de thans bestaande positie van [geïntimeerde 2] als procespartij.

B E S L I S S I N G Het Hof: draagt [appellante] op te bewijzen dat [geïntimeerde 1] en/of [geïntimeerde 2] ten tijde van de leveringsakte van 20 april 2010 wisten, althans redelijkerwijs moesten begrijpen, dat niet met een redelijkerwijs van [appellante] te verwachten inspanning kon worden bereikt dat het verkochte zou mogen worden bebouwd; bepaalt dat [appellante], indien zij daartoe getuigen wil doen horen, deze kan voorbrengen op dinsdag 18 oktober 2016 om 13.30 uur voor een nader aan te wijzen lid van het Hof, in het gerechtsgebouw in Aruba; houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en T.A.M. Tijhuis, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 20 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.