Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0607 ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0607 AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0607 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0607
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Bij beschikking van 11 juni 2008 heeft de minister van Verkeer en Vervoer (hierna: de minister) appellante (hierna: Antelecom) concessievergoeding in rekening gebracht. Bij uitspraak van 24 juni 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door Antelecom daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft Antelecom bij brief, bij het Hof ingekomen op 5 augustus 2010, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2010, waar Antelecom, vertegenwoordigd door mrs. E.R. de Vries en M.C.B. Hubben, beiden advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mrs. A.C. Small en P. Dingemanse, beiden advocaat, zijn verschenen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0607 · Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 7, vijfde lid, van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (hierna: de Ltv) is de houder van een concessie een bij landsbesluit te bepalen vergoeding verschuldigd voor de kosten, verbonden aan de verlening van de concessie, het toezicht op de naleving door de houder van de concessie van de bij of krachtens deze landsverordening gegeven regels, voorschriften en beperkingen, alsmede de uitoefening van bevoegdheden inzake de telecommunicatie door het Land. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit van 23 december 2005, nr. 2 (hierna: het Landsbesluit) bedraagt de vergoeding Naf. 20,- per aansluitpunt per jaar. 2.2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HLAR 034/10 Datum uitspraak: 25 januari 2011 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: de naamloze vennootschap Antelecom N.V., gevestigd in Curaçao, appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 24 juni 2010 in zaak nr. 2008/61 in het geding tussen: appellante en de minister van Verkeer en Vervoer.

1. Procesverloop Bij beschikking van 11 juni 2008 heeft de minister van Verkeer en Vervoer (hierna: de minister) appellante (hierna: Antelecom) concessievergoeding in rekening gebracht. Bij uitspraak van 24 juni 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (hierna: het Gerecht) het door Antelecom daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en die beschikking vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft Antelecom bij brief, bij het Hof ingekomen op 5 augustus 2010, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2010, waar Antelecom, vertegenwoordigd door mrs. E.R. de Vries en M.C.B. Hubben, beiden advocaat, en de minister, vertegenwoordigd door mrs. A.C. Small en P. Dingemanse, beiden advocaat, zijn verschenen.

2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 7, vijfde lid, van de Landsverordening op de telecommunicatievoorzieningen (hierna: de Ltv) is de houder van een concessie een bij landsbesluit te bepalen vergoeding verschuldigd voor de kosten, verbonden aan de verlening van de concessie, het toezicht op de naleving door de houder van de concessie van de bij of krachtens deze landsverordening gegeven regels, voorschriften en beperkingen, alsmede de uitoefening van bevoegdheden inzake de telecommunicatie door het Land. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Landsbesluit van 23 december 2005, nr. 2 (hierna: het Landsbesluit) bedraagt de vergoeding Naf. 20,- per aansluitpunt per jaar. 2.2.

Antelecom betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat de beschikking van 11 juni 2008 in strijd is met die laatste bepaling, omdat haar telecommunicatie-infrastructuur geen aansluitpunten heeft. 2.3. Dat betoog faalt. Het Hof heeft eerder (uitspraak van 29 november 2007 in zaak nr. 190 HLAR 18/07, LJN <a href="http://zoeken.rechtspraak.ro.minjus/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BG3803" target="_blank">BG3803</a>) overwogen dat geen onjuiste toepassing aan artikel 1 van het Landsbesluit, gelezen in verhouding met artikel 7, vijfde lid, van de Ltv, is gegeven door aan de vaststelling van de verschuldigde concessievergoeding, de tot de concessie van anderen behorende aansluitpunten ten grondslag te leggen, waarvan de concessiehouder zich bedient voor de uitvoering van de aan hem gegunde telecommunicatiediensten.

Er is geen aanleiding om daarover in dit geval anders te oordelen. 2.4. Het hoger beroep is ongegrond. 2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. P. van Dijk, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier. w.g. Drop voorzitter w.g. Isenia griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011 Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de griffier, voor deze,