Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAM:2025:53 ECLI:NL:OGEAM:2025:53 AI generated

ECLI:NL:OGEAM:2025:53 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Case Number ECLI:NL:OGEAM:2025:53
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202500642 Vonnis in kort geding d.d. 18 juli 2025 inzake [eiser], wonende in[woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. V.C. Choennie, tegen CARIBBEAN FINANCE AND REAL ESTATE BROKERS CORPORATION LTD, gevestigd in Sint Maarten, gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna eiser en gedaagde worden genoemd. 1Verloop van de procedure 1.1. Eiser heeft op 16 juni 2025 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 11 juli 2025 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij de gemachtigde van eiser is verschenen en het woord heeft gevoerd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3:29 lid 4 BW, artikel 3:29 BW, artikel 3:29 Burgerlijk Wetboek, Artikel 704 lid 2 Rv; ECLI:NL:OGEAM:2025:53 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten: Voldoende aannemelijk is dat de ten behoeve van gedaagde gelegde beslagen zijn vervallen, omdat nooit een eis in de hoofdzaak is ingesteld. 4.5. Het Gerecht merkt op dat op grond van artikel 3:29 lid 4 BW de in dit vonnis te geven verklaring van waardeloosheid niet eerder kan worden ingeschreven dan nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis gaat pas in kracht van gewijsde als er geen rechtsmiddel meer tegen open staat. Een manier om dit vonnis onmiddellijk in kracht van gewijsde te laten gaan, is dat eiser afziet van zijn recht op hoger beroep en verklaart dat hij berust in dit vonnis (artikel 261 RvSM).

Keywords

AI generated
artikel 3:29 lid 4 BW artikel 3:29 BW artikel 3:29 Burgerlijk Wetboek Artikel 704 lid 2 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 3:29 lid 4 BW
Het Gerecht merkt op dat op grond van artikel 3:29 lid 4 BW de in dit vonnis te geven verklaring van waardeloosheid niet eerder kan worden ingeschreven dan nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
artikel 3:29 BW
Daarom wordt het Gerecht verzocht op grond van artikel 3:29 BW om de inschrijvingen van de beslagen waardeloos te verklaren en dat het vonnis in de plaats zal treden van de schriftelijke verklaring en zodoende kan worden geregistreerd in het register van het Kadaster.
artikel 3:29 Burgerlijk Wetboek
verklaart de op 9-11-1990 en 11-6-1991 gelegde conservatoire beslagen op het registergoed [kadastraal nummer], ingeschreven als, respectievelijk:- [beslag 1 kadaster], en - [beslag 2 kadaster], waardeloos in de zin van artikel 3:29 Burgerlijk Wetboek; 5.3.
Artikel 704 lid 2 Rv
ECLI:NL:RBMNE:2022:2005, ECLI:NL:RBAMS:2023:5680 en ECLI:NL:RBAMS:2024:605 Artikel 704 lid 2 Rv.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBMNE:2022:2005
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/539246 / KG ZA 22-194 Vonnis in kort geding van 25 mei 2022 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats 1] , 2. [eiseres sub 2], wonende te [woonplaats 1] , 3. [eiseres sub 3], wonende te [woonplaats 2] , eisers, advocaat mr. M. van Eersel te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde. Eisers zullen hierna afzonderlijk eiser 1, 2 en 3 en gezamenlijk [eiser sub 1] c.s. worden genoemd.
ECLI:NL:RBAMS:2023:5680
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/738279 / KG ZA 23-759 DvH/MAH Vonnis in kort geding van 5 september 2023 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KONING BEWINDVOERING EN BUDGETBEHEER BV, gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad, in de hoedanigheid van bewindvoerder over [naam], eiseres, bij dagvaarding van 22 augustus 2023, advocaat mr. G.J.F. Voss te Zaandam, gemeente Zaanstad, tegen de ontbonden besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GE ARTESIA B.V., laatstelijk gevestigd te Amsterdam, gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook de bewindvoerder en GE Artesia BV worden genoemd.
ECLI:NL:RBAMS:2024:605
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/744900 / KG ZA 24-20 DvH/MAH Vonnis in kort geding van 7 februari 2024 in de zaak van 1 [eiser 1] , 2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202500642 Vonnis in kort geding d.d. 18 juli 2025 inzake [eiser], wonende in[woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. V.C. Choennie, tegen CARIBBEAN FINANCE AND REAL ESTATE BROKERS CORPORATION LTD, gevestigd in Sint Maarten, gedaagde, niet verschenen. Partijen zullen hierna eiser en gedaagde worden genoemd. 1Verloop van de procedure 1.1. Eiser heeft op 16 juni 2025 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens heeft op 11 juli 2025 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij de gemachtigde van eiser is verschenen en het woord heeft gevoerd.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is verklaard. 1.2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. [ Eiser] is eigenaar van het onroerend goed omschreven als [kadastraal nummer]. Het gaat om een recht van erfpacht van 28-11-1989 tot en met 1-5-2038. Op 9-11-1990 en op 11-6-1991 is er door gedaagde conservatoir beslag gelegd op dit onroerende goed. In beide gevallen is de vordering door de rechter voorlopig begroot op USD 5.800,-. De beslagen zijn ingeschreven op respectievelijk 9 november 1990 en 11 juni 1991. 2.2. Naar alle waarschijnlijkheid heeft gedaagde nooit een hoofdzaak aanhangig gemaakt en ook geen nadere actie ondernomen. [Eiser] heeft niets meer vernomen van gedaagde. 3Het geschil 3.1.

Eiser vordert bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar en bij voorraad: ( a) de inschrijvingen van de beslagen waardeloos te verklaren nu gedaagde niet meer operationeel is, ( b) te bepalen dat het vonnis in de plaats treedt van de schriftelijke verklaring en de bewaarder van de openbare registers te machtigen als bedoeld in artikel 3:29 lid 4 BW tot doorhaling van de beslagen zoals omschreven in de openbare registers: “[kadastrale nummers]” en ( c) gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure. 3.2. Aangezien gedaagde na de beslagen geen verdere actie heeft ondernomen zijn de beslagen waardeloos geworden.

Op grond van artikel 3: 28 BW is degene die de beslagen heeft gelegd, dus gedaagde, verplicht een verklaring af te geven. Gedaagde staat niet meer geregistreerd in het register van de Kamer van Koophandel en geconcludeerd wordt dat de eenmanszaak niet meer operationeel is. Daarom wordt het Gerecht verzocht op grond van artikel 3:29 BW om de inschrijvingen van de beslagen waardeloos te verklaren en dat het vonnis in de plaats zal treden van de schriftelijke verklaring en zodoende kan worden geregistreerd in het register van het Kadaster. Eiser is door een makelaar benaderd die een potentiële klant heeft en die het land wil huren.

Bij het doornemen van de documenten heeft de klant opgemerkt dat er beslagen staan geregistreerd. De huurder wil alleen verder als de beslagen er af zijn.

4De beoordeling

Spoedeisendheid, ontvankelijkheid 4.1. De spoedeisendheid is gegeven met wat onder feit 3.2. is opgenomen. De vraag is wel of de vordering in kort geding toewijsbaar is, gelet op het onomkeerbare karakter van een toewijzende beslissing. Uit jurisprudentie volgt, dat dat mogelijk is, als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Het Gerecht zal deze lijn in de Nederlandse jurisprudentie volgen. Eiser is daarom ontvankelijk in zijn vordering. 4.2. Uit de overgelegde stukken blijkt de beslaglegger – in deze procedure gedaagde – ten tijde van de beslaglegging een eenmanszaak was, met als eigenaar [M].

Hij stond als zodanig ook ingeschreven in het handelsregister van de kamer van koophandel op Sint Maarten. De heer [M] is op [sterfdag] overleden. Zijn eenmanszaak staat op dit moment niet meer ingeschreven in het handelsregister. Het Gerecht gaat er daarom van uit dat deze zaak ook niet meer bestaat. Eiser heeft dus een partij gedagvaard, die niet meer bestaat. Eiser moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard, voor zover zijn vordering is gericht tegen gedaagde. 4.3. Eiser is wel aan te merken als onmiddellijk belanghebbenden in de zin van artikel 3:29, lid 1 BW en hij heeft daarom ook een zelfstandig belang om de inschrijving van de beslagen door de rechter waardeloos te laten verklaren als degene die de verklaring had behoren af te geven dat niet doet (in dit geval: niet meer kan doen). 4.4.

Voldoende aannemelijk is dat de ten behoeve van gedaagde gelegde beslagen zijn vervallen, omdat nooit een eis in de hoofdzaak is ingesteld. 4.5. Het Gerecht merkt op dat op grond van artikel 3:29 lid 4 BW de in dit vonnis te geven verklaring van waardeloosheid niet eerder kan worden ingeschreven dan nadat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Dit vonnis gaat pas in kracht van gewijsde als er geen rechtsmiddel meer tegen open staat. Een manier om dit vonnis onmiddellijk in kracht van gewijsde te laten gaan, is dat eiser afziet van zijn recht op hoger beroep en verklaart dat hij berust in dit vonnis (artikel 261 RvSM).

De gemachtigde heeft ter zitting verklaard dat eiser van zijn recht op hoger beroep afziet, indien het Gerecht de beslagen waardeloos verklaart. Na afloop van de zitting heeft eiser dat per e-mailbericht bevestigd. Dat betekent dat er geen rechtsmiddel tegen dit vonnis open staat en dat het per heden in kracht van gewijsde gaat. 4.6. Uit artikel 3:29 lid 4 BW volgt verder dat dit vonnis na inschrijving de bewaarder machtigt tot doorhaling van de waardeloze inschrijving, zodat er geen belang is bij toewijzing van de vordering onder (b). 4.7. Eiser stelt zelf dat de gedaagde niet meer operationeel is.

Daarom zal geen proceskostenveroordeling worden uitgesproken en moet eiser zijn eigen kosten dragen.

5De beslissing

Het Gerecht: Rechtdoende in kort geding: 5.1. verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen gedaagde; 5.2. verklaart de op 9-11-1990 en 11-6-1991 gelegde conservatoire beslagen op het registergoed [kadastraal nummer], ingeschreven als, respectievelijk:- [beslag 1 kadaster], en - [beslag 2 kadaster], waardeloos in de zin van artikel 3:29 Burgerlijk Wetboek; 5.3. verklaart dat dit vonnis vandaag in kracht van gewijsde is gegaan; 5.4. bepaalt dat eiser zijn eigen proceskosten draagt; 5.5. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door J.F.M. Becker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025. ECLI:NL:RBMNE:2022:2005, ECLI:NL:RBAMS:2023:5680 en ECLI:NL:RBAMS:2024:605 Artikel 704 lid 2 Rv.