Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAM:2023:94 ECLI:NL:OGEAM:2023:94 AI generated

ECLI:NL:OGEAM:2023:94 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Case Number ECLI:NL:OGEAM:2023:94
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202201153 Vonnis d.d. 10 januari 2023 inzake [naam], wonende en zaakdoende in Sint Maarten, eiser, gemachtigde: mr. E.E.S. MOENIR-ALAM, tegen ESLI CONSTRUCTION B.V., gevestigd en kantoorhoudende in Sint Maarten, gedaagde-1, niet in rechte verschenen en [naam] en [naam], zijnde (de gezamenlijke) erfgenamen van [naam], gedaagden-2, niet in rechte verschenen. 1Het procesverloop 1.1. Eiser heeft bij inleidend verzoekschrift, op 17 oktober 2022 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAM:2023:94 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten: Eiser zal veroordeeld worden in de proceskosten van gedaagden-2. Deze kosten worden tot op vandaag begroot op nihil. 3.4. Eiser en gedaagde-1 zijn over en weer in het ongelijk gesteld, zodat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. Wel zal gedaagde-1 worden veroordeeld om aan eiser de kosten van het conservatoir beslag te voldoen, zijnde aan griffierecht NAf 450,- en aan deurwaarderskosten NAf 1.845,30.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202201153 Vonnis d.d. 10 januari 2023 inzake [naam], wonende en zaakdoende in Sint Maarten, eiser, gemachtigde: mr. E.E.S. MOENIR-ALAM, tegen ESLI CONSTRUCTION B.V., gevestigd en kantoorhoudende in Sint Maarten, gedaagde-1, niet in rechte verschenen en [naam] en [naam], zijnde (de gezamenlijke) erfgenamen van [naam], gedaagden-2, niet in rechte verschenen. 1Het procesverloop 1.1. Eiser heeft bij inleidend verzoekschrift, op 17 oktober 2022 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift.

Gedaagde-1 is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Tegen haar wordt verstek verleend Of gedaagden-2 behoorlijk zijn opgeroepen is volgens het Gerecht de vraag, maar gelet op na te melden beslissing zal het Gerecht ook tegen hen verstek verlenen. 1.2. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. Eiser en gedaagde-1 hebben met elkaar een aanneemovereenkomst gesloten, in welk kader gedaagde-1 werkzaamheden heeft verricht. Eiser heeft bij gedaagde-1 een bedrag van $ 32.242,35 gefactureerd (factuur d.d. 19 april 2022). 2.2. [ erflater] was bij leven statutair en managing directeur van gedaagde-1.

Hij is op 15 april 2022 overleden. Gedaagden-2 zijn zijn (enig) erfgenamen. 3De beoordeling 3.1. Eiser zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering jegens gedaagden-2. Eiser heeft gecontracteerd met gedaagde-1. Onvoldoende gesteld of gebleken is dat [erflater] persoonlijk aansprakelijk was voor hetgeen zijn vennootschap aan eiser verschuldigd is. Nu [erflater] niet aansprakelijk kan worden gehouden geldt dat ook voor zijn erfgenamen. 3.2. De vordering jegens gedaagde-1 is, nu deze niet is weersproken en nu deze het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar, behoudens het navolgende: - de vordering onder b wordt afgewezen, nu in het totaalbedrag van de factuur d.d. 19 april 2022 bedragen van $ 5.865,- (scaffolding) en $ 5.280,- (removal and transportation scaffolding) zijn inbegrepen; - de vordering onder c wordt afgewezen, nu namens eiser slechts één brief naar gedaagden is verstuurd, die bovendien – gelet op het vorenstaande – onjuiste informatie bevat. 3.3.

Eiser zal veroordeeld worden in de proceskosten van gedaagden-2. Deze kosten worden tot op vandaag begroot op nihil. 3.4. Eiser en gedaagde-1 zijn over en weer in het ongelijk gesteld, zodat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt. Wel zal gedaagde-1 worden veroordeeld om aan eiser de kosten van het conservatoir beslag te voldoen, zijnde aan griffierecht NAf 450,- en aan deurwaarderskosten NAf 1.845,30.

4De beslissing

Het Gerecht: 4.1. veroordeelt gedaagde-1 om aan eiser te voldoen $ 32.242,35, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 17 mei 2022 tot aan de dag van algehele voldoening; 4.2. compenseert de proceskosten wat betreft eiser en gedaagde-1, in die zin dat ieder de eigen kosten draagt; 4.3. veroordeelt gedaagde-1 om de beslagkosten ad NAf 2.295,30 aan eiser te voldoen; 4.4. verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 4.1. en 4.3. uitvoerbaar bij voorraad; 4.5. verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen gedaagden-2 4.6. veroordeelt eiser in de proceskosten van gedaagden-2, tot op vandaag begroot op nihil; 4.7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, en op 10 januari 2023 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier. Dit vloeit voort uit het door eiser bij akte d.d. 13 december 2022 overgelegd uittreksel uit het Handelsregister. De rechter en de gemachtigde van eiser hebben hierover op 16 en 17 december 2022 per e-mail gecorrespondeerd. Dat, zoals het verzoekschrift stelt, [erflater] “persoonlijk steeds betaling garandeerde” en “hijzelf persoonlijk zou betalen” wordt gelogenstraft doordat de factuur d.d. 19 april 2022 enkel de naam van gedaagde-1 bevat, terwijl de brief d.d. 18 augustus 2022 van de gemachtigde van eiser niet meer bevat dan “Fact is that the late mr. [erflater] did guarantee payment …”.

Een en ander vormt onvoldoende onderbouwing van persoonlijke aansprakelijkheid van [erflater] en eiser heeft aldus niet aan zijn stelplicht voldaan. $ 32.242,35. NAf 337,15, 240,50, 1.027,15 en 240,50.