Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAM:2023:64 ECLI:NL:OGEAM:2023:64 AI generated

ECLI:NL:OGEAM:2023:64 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Case Number ECLI:NL:OGEAM:2023:64
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Landsverordening administratieve rechtspraak Uitspraakdatum: 17 juli 2023 Zaaknummer : SXM202201108 verzet GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [opposant], wonende te Sint Maarten, opposant, gemachtigde: dhr. R.E. DUNCAN, 1Het verloop van de procedure Op 5 december 2022 is ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een verzetschrift (met producties) als bedoeld in artikel 80, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) ontvangen. Mondelinge behandeling van het verzetschrift heeft plaatsgevonden ter zitting op 19 juni 2023.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAM:2023:64 · Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten: Beoordeling 3.1. Het Gerecht heeft bij uitspraak van 25 november 2022 het beroepschrift van opposant vereenvoudigd afgedaan als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Lar omdat de Minister had aangegeven een beschikking te hebben genomen. Immers, bij beschikking van 1 november 2022 heeft de Minister een beslissing op het bezwaarschrift gegeven en aldus is de Minister tegemoetgekomen aan de voornoemde uitspraak van het Gerecht van 20 juni 2022. 3.2. In zijn verzetschrift heeft opposant aangegeven dat hij het niet eens is met voornoemde beslissing op zijn bezwaarschrift van 1 november 2022 omdat de Minister niet is overgegaan tot verstrekking van alle informatie zoals gevraagd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Landsverordening administratieve rechtspraak Uitspraakdatum: 17 juli 2023 Zaaknummer : SXM202201108 verzet GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN UITSPRAAK In het geding van: [opposant], wonende te Sint Maarten, opposant, gemachtigde: dhr. R.E. DUNCAN, 1Het verloop van de procedure Op 5 december 2022 is ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een verzetschrift (met producties) als bedoeld in artikel 80, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) ontvangen. Mondelinge behandeling van het verzetschrift heeft plaatsgevonden ter zitting op 19 juni 2023.

Opposant was aanwezig bij gemachtigde. Voorts was aanwezig namens de minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, milieu en infrastructuur, mr. Z.J.A. Bary. Uitspraak is bepaald op heden. 2Procesverloop Opposant heeft op 28 september 2022 beroep ingesteld tegen de (fictieve) weigering om gevolg te geven aan een onherroepelijke uitspraak van 20 juni 2022 (SXM202101427-Lar 195-2021). Bij uitspraak van 25 november 2022 heeft het Gerecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard en verweerder veroordeeld in de gemaakte proceskosten. Opposant heeft tegen voornoemde uitspaak van het Gerecht verzet gedaan. 1 3.

Beoordeling 3.1. Het Gerecht heeft bij uitspraak van 25 november 2022 het beroepschrift van opposant vereenvoudigd afgedaan als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Lar omdat de Minister had aangegeven een beschikking te hebben genomen. Immers, bij beschikking van 1 november 2022 heeft de Minister een beslissing op het bezwaarschrift gegeven en aldus is de Minister tegemoetgekomen aan de voornoemde uitspraak van het Gerecht van 20 juni 2022. 3.2. In zijn verzetschrift heeft opposant aangegeven dat hij het niet eens is met voornoemde beslissing op zijn bezwaarschrift van 1 november 2022 omdat de Minister niet is overgegaan tot verstrekking van alle informatie zoals gevraagd.

Voorts heeft opposant aangegeven dat hij een brief aan de Minister heeft gestuurd gedateerd 7 november 2022 waarin hij zich heeft beklaagd dat hij niet alle informatie heeft ontvangen. 3.3. Het Gerecht stelt vast dat opposant niet heeft bestreden dat verweerder op 1 november 2022 een beslissing heeft genomen op zijn bezwaarschrift. Het Gerecht overweegt dat hetgeen opposant in zijn verzetschrift heeft aangegeven ziet op de inhoud van de voornoemde beslissing van 1 november 2022 en niet op het niet tijdig beslissing. Het Gerecht is van oordeel de gronden die zien op de inhoud van verweerders beslissing van 1 november 2022 niet zijn gericht tegen de uitspraak van 25 november 2022.

Dat opposant het inhoudelijk niet eens is met de beslissing van 1 november 2022 kan in een verzet procedure niet aan de orde komen. Daartoe dient opposant beroep tegen deze beslissing in te stellen bij het Gerecht. 3.4. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzet ongegrond is.

4De beslissing

Het Gerecht: verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 17 juli 2023. 11 ) i Tegen deze beslissing staat hoger beroep open binnen zes weken na de datum waarop van deze uitspraak kennis is gegeven. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak. 2