Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2025:74 ECLI:NL:OGEAC:2025:74 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2025:74 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2025:74
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202501335 Vonnis in kort geding van 4 mei 2025 in de zaak van [DE VADER], te Curaçao, eiser, hierna: de vader, gemachtigde: mr. N.B. Louisa, tegen [DE MOEDER], te Curaçao, gedaagde, hierna: de moeder, gemachtigde: mr. J.R. Joemmanbaks. 1Het procesverloop 1.1. Op 25 april 2025 heeft de vader een verzoekschrift in kort geding ingediend. 1.2. De behandeling van het kort geding is bepaald op maandag 5 mei 2025. Op verzoek van de vader is de behandeling vervroegd naar hedenmorgen, 10.00 uur. Partijen zijn verschenen, vergezeld van hun advocaten.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 377a Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAC:2025:74 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: Tot een regeling is het niet gekomen. 2.4. Artikel 377a Burgerlijk Wetboek bepaalt onder meer dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft. Ook daaruit vloeit voort dat de moeder de vader duidelijkheid moet verschaffen over haar plannen voor het kind. Ter zitting heeft de moeder gezegd dat zij inmiddels geschikte woonruimte in Den Haag heeft en dat zij een stabiel inkomen heeft (met remote werken). Ook heeft zij een school voor het kind gevonden, met ingang van 6 mei 2025. Deze gegevens heeft de moeder niet eerder met de vader gedeeld.

Keywords

AI generated
Artikel 377a Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
Artikel 377a Burgerlijk Wetboek
Artikel 377a Burgerlijk Wetboek bepaalt onder meer dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202501335 Vonnis in kort geding van 4 mei 2025 in de zaak van [DE VADER], te Curaçao, eiser, hierna: de vader, gemachtigde: mr. N.B. Louisa, tegen [DE MOEDER], te Curaçao, gedaagde, hierna: de moeder, gemachtigde: mr. J.R. Joemmanbaks. 1Het procesverloop 1.1. Op 25 april 2025 heeft de vader een verzoekschrift in kort geding ingediend. 1.2. De behandeling van het kort geding is bepaald op maandag 5 mei 2025. Op verzoek van de vader is de behandeling vervroegd naar hedenmorgen, 10.00 uur. Partijen zijn verschenen, vergezeld van hun advocaten.

Een nicht/vriendin van partijen is als informant gehoord. 2De beoordeling 2.1. Partijen zijn de ouders van [de minderjarige], geboren in Curaçao op […] 2020. De vader heeft het kind erkend. De moeder heeft het eenhoofdig gezag. Partijen hadden tot juni 2024 een soort co-ouderschapsregeling. In juni 2024 is de moeder naar Nederland gegaan om werk en huisvesting te zoeken. Het kind is bij de vader gebleven. Op 30 april 2025 is de moeder naar Curaçao gekomen om het kind mee naar Nederland te nemen. Zij heeft het kind op die dag opgehaald. Zij wil vanmiddag met het kind vertrekken. 2.2.

De vader vordert onder meer, samengevat, een verbod aan de moeder om met het minderjarige kind van partijen te vertrekken van Curaçao. De vader stelt dat de moeder weliswaar het eenhoofdig gezag heeft over het kind, maar dat het beoogd vertrek halsoverkop is en niet goed geregeld, ook wat betreft de omgang tussen de vader en het kind. 2.3. Ter zitting is de mogelijkheid geopperd dat het kind hier het schooljaar afmaakt, dan naar Nederland verhuist en dat partijen duidelijke afspraken maken over omgang (de vader is vanwege zijn werk […] vaak in Nederland).

Tot een regeling is het niet gekomen. 2.4. Artikel 377a Burgerlijk Wetboek bepaalt onder meer dat de niet met het gezag belaste ouder het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind heeft. Ook daaruit vloeit voort dat de moeder de vader duidelijkheid moet verschaffen over haar plannen voor het kind. Ter zitting heeft de moeder gezegd dat zij inmiddels geschikte woonruimte in Den Haag heeft en dat zij een stabiel inkomen heeft (met remote werken). Ook heeft zij een school voor het kind gevonden, met ingang van 6 mei 2025. Deze gegevens heeft de moeder niet eerder met de vader gedeeld.

Ook ontbreekt een plan voor omgang tussen de vader en het kind voor als het kind in Nederland woont. In die zin is de door de moeder gewenste verhuizing van het kind niet voldoende voorbereid en daarmee ook niet in het belang van het kind. Daar komt bij dat er geen gelegenheid is geweest tot afscheid van familie, vriendjes, op school etc. 2.5. Bij deze stand van zaken is het door de vader gevraagde verbod om vandaag met het kind af te reizen toewijsbaar. Beslist zal worden als hierna vermeld. De behandeling van het kort geding zal morgenmiddag worden voortgezet (al dan niet via videoverbinding).

3De beslissing in kort geding

Het gerecht: 3.1. verbiedt de moeder om zonder de toestemming van de vader met [de minderjarige] van Curaçao te vertrekken zolang niet bij eindvonnis in dit kort geding op de vordering van de vader is beslist; 3.2. verklaart dit verbod uitvoerbaar bij voorraad; 3.3. bepaalt dat de behandeling van dit kort geding zal worden voortgezet ten overstaan van rechter mr. M.E.B. de Haseth of ten overstaan van de rechter die dit tussenvonnis wijst, op maandag 5 mei 2025, 15.00 uur; 3.4. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2025.