Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2024:97 ECLI:NL:OGEAC:2024:97 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2024:97 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2024:97
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 5 juni 2024 BBZ nrs. CUR202302037 en CUR202302012 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende] , gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn op respectievelijk 30 juni 2021 (2019) en 28 juni 2022 (2020) naheffingsaanslagen winstbelasting voor de jaren 2019 en 2020 opgelegd van elk NAf 6.000. Tevens is een verzuimboete opgelegd van respectievelijk NAf 300 en NAf 600. 1.2 Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes bezwaar gemaakt. 1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes gehandhaafd. 1.4 Belanghebbende heeft op 8 maart 2023 beroep ingesteld bij het Gerecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2024:97 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: HR 3 december 2010, ECLI:NL: HR:2010:BO5988; HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43). Vanwege het niet langer belang meer hebben bij een uitspraak op de beroepen dienen de beroepen blijkens voornoemde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2.2 Nu de Inspecteur geheel aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045; HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494). 2.3 Het Gerecht ziet echter in onderhavige geval geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten, omdat naar het oordeel van het Gerecht geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2006:AU4755
Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof Belanghebbendes verzoek om teruggaaf van dividendbelasting tot een bedrag van € 8340 is door de Inspecteur bij beschikking afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2016:43
15 januari 2016 nr. 15/00460 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 december 2014, nrs. 13/00905 en 13/00906, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/7103 en AWB 12/7104) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Roosendaal voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [a-straat 1] (winkel) te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2012:BX4045
Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 mei 2005 tot en met 31 mei 2005 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, alsmede een boete.
ECLI:NL:HR:2019:494
5 april 2019 Nr. 18/00309 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 december 2017, nr. BK‑17/00506, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 16/754) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] . De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 5 juni 2024 BBZ nrs. CUR202302037 en CUR202302012 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende] , gevestigd te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn op respectievelijk 30 juni 2021 (2019) en 28 juni 2022 (2020) naheffingsaanslagen winstbelasting voor de jaren 2019 en 2020 opgelegd van elk NAf 6.000. Tevens is een verzuimboete opgelegd van respectievelijk NAf 300 en NAf 600. 1.2 Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes bezwaar gemaakt. 1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes gehandhaafd. 1.4 Belanghebbende heeft op 8 maart 2023 beroep ingesteld bij het Gerecht.

De zaken zijn ten onrechte geregistreerd als een civiele zaak, waardoor het Gerecht belanghebbende daarvoor abusievelijk NAf 450 in plaats van NAf 150 aan griffierecht in rekening heeft gebracht. 1.5 Partijen zijn op 26 maart 2024 uitgenodigd voor de zitting van 25 april 2024. 1.6 Belanghebbende heeft op 14 april 2024 een e-mailbericht aan het Gerecht doen toekomen met het verzoek de inhoud van de e-mail als zijn pleitnota te beschouwen. 1.7 De Inspecteur heeft voorafgaande aan de zitting, op 22 april 2024, via de e-mail, te kennen gegeven dat de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes over de jaren 2019 en 2020 zullen worden vernietigd.

Op de zitting heeft de Inspecteur deze toezegging herhaald. 1.8 De zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2024 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen de heer [A]. Namens de Inspecteur is verschenen [B]. Het Gerecht heeft het onderzoek gesloten. 1.9 Op 29 april 2024 heeft de Inspecteur de naheffingsaanslagen en de verzuimboetes vernietigd. Ten bewijze daarvan heeft de Inspecteur schermprints geüpload in het belastingportaal. 2OVERWEGINGEN 2.1 Doordat de Inspecteur hangende deze beroepsprocedure volledig aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, en de beroepen niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kunnen leiden, komt het belang aan de beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 8 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4755;

HR 3 december 2010, ECLI:NL: HR:2010:BO5988; HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43). Vanwege het niet langer belang meer hebben bij een uitspraak op de beroepen dienen de beroepen blijkens voornoemde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2.2 Nu de Inspecteur geheel aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045; HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494). 2.3 Het Gerecht ziet echter in onderhavige geval geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten, omdat naar het oordeel van het Gerecht geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of andere voor vergoeding in aanmerking komende kosten.

Wel dient de Inspecteur van het in totaal betaalde griffierecht van NAf 450, NAf 150 aan belanghebbende te vergoeden. Het bedrag van NAf 300 dat per abuis door het Gerecht te veel aan belanghebbende in rekening is gebracht, dient door het Gerecht gerestitueerd te worden. 3DE BESLISSING Het Gerecht: - verklaart de beroepen 2019 en 2020 niet-ontvankelijk; - draagt de Inspecteur op het bedrag aan griffierecht van NAf 150 te vergoeden; en - gelast de griffier het te veel in rekening gebrachte en betaalde bedrag van NAf 300 aan belanghebbende te restitueren.

Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 5 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden. HOGER BEROEP Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer) Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18 Willemstad Curaçao U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener, b. de dagtekening, c. waartegen u in beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org. Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd: - natuurlijke personen: NAf 200 - personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500