Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2024:95 ECLI:NL:OGEAC:2024:95 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2024:95 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2024:95
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 5 juni 2024 BBZ nrs. CUR202302018 en CUR202302019 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende] , wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn op 4 november 2022 aanslagen premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2020 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 12.234, resulterende in een premiebedrag van respectievelijk NAf 728 en NAf 122. 1.2 Belanghebbende heeft op 16 november 2022 tegen de aanslagen bezwaar gemaakt. 1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 23 juni 2023 de aanslagen premies AOV/AWW en AVBZ verminderd naar nihil. 1.4 Belanghebbende heeft op 3 juli 2023 beroep ingesteld bij het Gerecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2024:95 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: Wel dient de Inspecteur het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden. 3DE BESLISSING Het Gerecht: - verklaart de beroepen tegen de aanslagen premies AOV/AWW en AVBZ 2020 niet- ontvankelijk; en - draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden. Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 5 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2006:AU4755
Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof Belanghebbendes verzoek om teruggaaf van dividendbelasting tot een bedrag van € 8340 is door de Inspecteur bij beschikking afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2016:43
15 januari 2016 nr. 15/00460 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 december 2014, nrs. 13/00905 en 13/00906, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/7103 en AWB 12/7104) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Roosendaal voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [a-straat 1] (winkel) te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2012:BX4045
Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 mei 2005 tot en met 31 mei 2005 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, alsmede een boete.
ECLI:NL:HR:2019:494
5 april 2019 Nr. 18/00309 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 december 2017, nr. BK‑17/00506, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 16/754) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] . De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 5 juni 2024 BBZ nrs. CUR202302018 en CUR202302019 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende] , wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende zijn op 4 november 2022 aanslagen premies AOV/AWW en AVBZ voor het jaar 2020 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 12.234, resulterende in een premiebedrag van respectievelijk NAf 728 en NAf 122. 1.2 Belanghebbende heeft op 16 november 2022 tegen de aanslagen bezwaar gemaakt. 1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 23 juni 2023 de aanslagen premies AOV/AWW en AVBZ verminderd naar nihil. 1.4 Belanghebbende heeft op 3 juli 2023 beroep ingesteld bij het Gerecht.

Belanghebbende heeft daarvoor NAf 50 betaald aan griffierecht. 1.5 Partijen zijn op 26 maart 2024 uitgenodigd voor de zitting van 25 april 2024. 1.6 De Inspecteur heeft op 4 april 2024 een e-mail aan belanghebbende en aan het Gerecht doen toekomen waarin de Inspecteur onder de aandacht brengt dat de aanslagen bij uitspraken op bezwaar van 23 juni 2023 reeds zijn vernietigd. Naar aanleiding daarvan heeft het Gerecht belanghebbende gemaild met de mededeling dat belanghebbendes procesbelang wellicht is komen te vervallen en heeft het Gerecht aan belanghebbende gevraagd of dat belanghebbende om die reden misschien zijn beroep wenst in te trekken.

Op voorgenoemde e-mail heeft het Gerecht geen antwoord ontvangen. 1.7 Het Gerecht heeft daarom op 24 april 2024 telefonisch contact gehad met belanghebbende. Belanghebbende heeft toen aangegeven dat hij de aanslagen niet begrijpt, omdat hij de Nederlandse taal niet beheerst en daarom zijn beroep nog niet wil intrekken. Later op die dag heeft belanghebbende zijn telefonische verklaring bevestigd per mail. 1.8 Ter zitting op 25 april 2024 te Willemstad is zowel namens belanghebbende als namens de Inspecteur niemand verschenen. Belanghebbende zelf is ook niet verschenen.

De griffier heeft toen telefonisch contact opgenomen met belanghebbende en heeft belanghebbende gevraagd om het Gerecht schriftelijk te berichten of dat hij het beroep al dan niet wenst in te trekken. 1.9 Op 26 april 2024 heeft belanghebbende een schrijven aan het Gerecht doen toekomen, waaruit het Gerecht opmaakt dat belanghebbende een uitspraak wenst van het Gerecht. 1.10 Op 29 april 2024 is aan belanghebbende medegedeeld dat het Gerecht uitspraak zal doen. 2OVERWEGINGEN 2.1 Doordat de Inspecteur hangende deze beroepsprocedure volledig aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, en de beroepen niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kunnen leiden, komt het belang aan de beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 8 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4755;

HR 3 december 2010, ECLI:NL: HR:2010:BO5988; HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43). Vanwege het niet langer belang meer hebben bij een uitspraak op de beroepen dienen de beroepen blijkens voornoemde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2.2 Nu de Inspecteur geheel aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045; HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494). 2.3 Het Gerecht ziet echter in onderhavige geval geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten, omdat naar het oordeel van het Gerecht geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of dat anderszins is gebleken dat sprake is van voor vergoeding in aanmerking te nemen kosten.

Wel dient de Inspecteur het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden. 3DE BESLISSING Het Gerecht: - verklaart de beroepen tegen de aanslagen premies AOV/AWW en AVBZ 2020 niet- ontvankelijk; en - draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden. Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, rechter, en uitgesproken op 5 juni 2024, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer) Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18 Willemstad Curaçao U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener, b. de dagtekening, c. waartegen u in beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org. Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd: - natuurlijke personen: NAf 200 - personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500