Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2022:280 ECLI:NL:OGEAC:2022:280 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2022:280 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2022:280
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 7 september 2022 BBZ nr. CUR202102370 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende], wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is ter zake van de onroerende zaak te Kaya [adres 1], (hierna: de onroerende zaak) op 10 juli 2019 een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor het jaar 2015 opgelegd naar een belastbare waarde van NAf 341.000 en een te betalen bedrag aan OZB van NAf 1.364. 1.2 Belanghebbende heeft op 19 augustus 2019 daartegen bezwaar gemaakt. 1.3 Op 11 augustus 2020 is de aanslag verminderd naar één naar een belastbare waarde van NAf 285.000. 1.4 De Inspecteur heeft op 16 augustus 2021 uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2022:280 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: Namens de Inspecteur zijn verschenen [A] en [B]. 2OVERWEGINGEN 2.1 De Inspecteur heeft hangende deze beroepsprocedure, op 3 juni 2022, de aanslag OZB 2015 verminderd naar één naar een belastbare waarde van Afl. 120.000. De Inspecteur is daarmee volledig aan belanghebbendes bezwaar tegemoetgekomen. Dit brengt mee dat het beroep niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. 2.2 Daarmee komt het belang aan deze beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO5988; HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43).

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2010:BO5988
Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. De Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 06/11635) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verder verminderd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2016:43
15 januari 2016 nr. 15/00460 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 december 2014, nrs. 13/00905 en 13/00906, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/7103 en AWB 12/7104) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Roosendaal voor het jaar 2012 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1] en [a-straat 1] (winkel) te [Z]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:HR:2012:BX4045
Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 mei 2005 tot en met 31 mei 2005 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, alsmede een boete.
ECLI:NL:HR:2019:494
5 april 2019 Nr. 18/00309 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 december 2017, nr. BK‑17/00506, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam en het incidentele hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 16/754) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Rotterdam voor het jaar 2015 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] . De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 7 september 2022 BBZ nr. CUR202102370 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: [Belanghebbende], wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is ter zake van de onroerende zaak te Kaya [adres 1], (hierna: de onroerende zaak) op 10 juli 2019 een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor het jaar 2015 opgelegd naar een belastbare waarde van NAf 341.000 en een te betalen bedrag aan OZB van NAf 1.364. 1.2 Belanghebbende heeft op 19 augustus 2019 daartegen bezwaar gemaakt. 1.3 Op 11 augustus 2020 is de aanslag verminderd naar één naar een belastbare waarde van NAf 285.000. 1.4 De Inspecteur heeft op 16 augustus 2021 uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar afgewezen.

In de uitspraak op bezwaar is vermeld dat de belastbare waarde van NAf 341.000 wordt gehandhaafd. 1.5 Belanghebbende heeft op 27 augustus 2021 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50. 1.6 De Inspecteur heeft op 6 juni 2022 aan het Gerecht screenprints van verminderingen doen toekomen, waaronder een vermindering van de aanslag OZB 2015 naar één naar een belastbare waarde van NAf 120.000. 1.7 De zitting heeft plaatsgevonden op 28 juni 2022 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen.

Namens de Inspecteur zijn verschenen [A] en [B]. 2OVERWEGINGEN 2.1 De Inspecteur heeft hangende deze beroepsprocedure, op 3 juni 2022, de aanslag OZB 2015 verminderd naar één naar een belastbare waarde van Afl. 120.000. De Inspecteur is daarmee volledig aan belanghebbendes bezwaar tegemoetgekomen. Dit brengt mee dat het beroep niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. 2.2 Daarmee komt het belang aan deze beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO5988; HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43).

Nu belanghebbende geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep, dient dit beroep blijkens voormelde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2.3 Belanghebbende heeft geklaagd over de door de Ontvanger doorgevoerde inhoudingen op haar loon en verrekeningen in verband met de opgelegde aanslagen OZB, die niet lijken te kloppen. Zij heeft de Ontvanger hierover diverse keren tevergeefs benaderd voor een uitleg. De Inspecteur heeft op de zitting toegezegd belanghebbende hiermee te zullen helpen. Hij zal de Ontvanger benaderen om de kwestie te laten uitzoeken. 3PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT 3.1 In gevallen, zoals het onderhavige, waarin het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat de Inspecteur geheel aan het bezwaar van de belanghebbende is tegemoet gekomen dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045;

HR 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:494). 3.2 Aangezien in onderhavige geval geen sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand, belanghebbende heeft het bezwaar- en beroepschrift zelf geschreven, vindt het Gerecht geen aanleiding om de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten. 3.3 De Inspecteur dient het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden. 4DE BESLISSING Het Gerecht: - verklaart het beroep tegen de aanslag OZB voor het jaar 2015 niet-ontvankelijk; - draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen en uitgesproken op 7 september 2022, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden. HOGER BEROEP Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer) Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18 Willemstad Curaçao U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener, b. de dagtekening, c. waartegen u in beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org. Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd: - natuurlijke personen: NAf 200 - personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500