Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2022:249 ECLI:NL:OGEAC:2022:249 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2022:249 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2022:249
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202201999 Vonnis d.d. 29 augustus 2022 inzake de naamloze vennootschap RHM MANAGEMENT AND INVESTMENT COMPANY N.V., gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer, tegen [GEDAAGDE], wonende in Curaçao, gedaagde, verschenen in persoon. 1Het procesverloop 1.1. Eiseres heeft bij inleidend verzoekschrift, op 24 mei 2022 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift. Gedaagde is verschenen en heeft de vordering grotendeels erkend. 1.2. Vonnis is bepaald op heden. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2022:249 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: f) voor zover van toepassing een herberekening over te leggen van het verschuldigde bedrag, met inachtneming van de maximaal toegestane kredietvergoeding (APR). 2.4. Op basis van de nadere door eiseres te verstrekken gegevens zal het gerecht kunnen bepalen wat de onderliggende rechtsverhouding van partijen is en in hoeverre daarbij dwingendrechtelijke bepalingen en/of kwesties van consumentenbescherming aan de orde zijn. 2.5. De zaak zal voor akte uitlating zijdens eiseres worden verwezen naar de rolzitting, met peremptoirstelling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202201999 Vonnis d.d. 29 augustus 2022 inzake de naamloze vennootschap RHM MANAGEMENT AND INVESTMENT COMPANY N.V., gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer, tegen [GEDAAGDE], wonende in Curaçao, gedaagde, verschenen in persoon. 1Het procesverloop 1.1. Eiseres heeft bij inleidend verzoekschrift, op 24 mei 2022 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd als is vermeld in dat verzoekschrift. Gedaagde is verschenen en heeft de vordering grotendeels erkend. 1.2. Vonnis is bepaald op heden. 2De beoordeling 2.1.

Ten aanzien van de vordering heeft gedaagde ter rolzitting van 20 juni 2022 gesteld dat zij op 18 maart 2022 reeds een betaling ad NAf 253,-- heeft verricht. Gedaagde heeft in dit verband een betalingsbewijs overgelegd. 2.2. Het gerecht heeft behoefte aan een nadere onderbouwing van de vordering van eiseres. Eiseres baseert haar vordering op een schuldbekentenis, maar noch uit die schuldbekentenis, noch uit de overgelegde sommaties of uit het verzoekschrift, blijkt waarop de schuld betrekking heeft. Eiseres kan zich daarover bij akte uitlaten. 2.3.

Het gerecht vermoedt dat de schuld voortvloeit uit kredietverlening. Indien dat zo is, dient eiseres bij haar akte: a.

a) de onderliggende kredietovereenkomst over te leggen;

b) te vermelden welk bedrag daadwerkelijk door gedaagde (in handen) is ontvangen;

c) te vermelden wat de overeengekomen rente is;

d) te vermelden welk bedrag door gedaagde in totaal is terugbetaald;

e) een overzicht over te leggen van het rekeningverloop (hoofdsom, aflossing, rente, kosten, overige boekingen);

f) voor zover van toepassing een herberekening over te leggen van het verschuldigde bedrag, met inachtneming van de maximaal toegestane kredietvergoeding (APR). 2.4. Op basis van de nadere door eiseres te verstrekken gegevens zal het gerecht kunnen bepalen wat de onderliggende rechtsverhouding van partijen is en in hoeverre daarbij dwingendrechtelijke bepalingen en/of kwesties van consumentenbescherming aan de orde zijn. 2.5. De zaak zal voor akte uitlating zijdens eiseres worden verwezen naar de rolzitting, met peremptoirstelling.

3De beslissing

Het gerecht: 3.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van maandag 17 oktober 2022 voor akte uitlating aan de zijde van eiseres, P1; 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en op 29 augustus 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.