Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2021:105 ECLI:NL:OGEAC:2021:105 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2021:105 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2021:105
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummer: CUR202004390 VONNIS van 31 mei 2021 in de zaak van de besloten vennootschap PETRO INDUSTRIAL B.V., gevestigd te Curaçao, opposant, hierna: Petro Industrial, gemachtigde: mr. R.J. Tromp, tegen de naamloze vennootschap APA CONSTRUCTION N.V., gevestigd te Bonaire, geopposeerde, hierna: APA Construction, gemachtigde: mr. N. van Luijk. De procedure 1. Op 9 november 2020 is ingekomen een verzetschrift, gericht tegen het tussen de partijen gewezen vonnis van dit gerecht van 26 oktober 2020 met zaaknummer CUR202000453. Het verdere procesverloop: - de conclusie van antwoord in oppositie d.d. 7 december 2020, - de conclusie van repliek in oppositie d.d. 15 maart 2020.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2021:105 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: APA Construcion is vervolgens bij dit gerecht een procedure gestart tegen Petro Industrial. In die zaak is Petro Industrial opgeroepen te verschijnen op de rolzitting van 24 augustus 2020. Ter gelegenheid van die rolzitting heeft de heer [naam 1] zich voor Petro Industrial gesteld en is de datum voor conclusie van antwoord bepaald op 21 september 2020. Omdat op die datum geen conclusie van antwoord is ingediend, is een akte niet dienen verleend.

Cited Case Law

AI generated
NJ 1994/7
HR 15 oktober 1993, NJ 1994/7, ECLI:NL:HR:1993:ZC1094, Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5040, Hof Den Bosch 18 september 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7987, Hof Den Bosch 10 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:827 en Hof Den Bosch 22 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3684.
ECLI:NL:HR:1993:ZC1094
HR 15 oktober 1993, NJ 1994/7, ECLI:NL:HR:1993:ZC1094, Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5040, Hof Den Bosch 18 september 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7987, Hof Den Bosch 10 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:827 en Hof Den Bosch 22 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3684.
ECLI:NL:GHARL:2013:5040
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.126.598/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 3366095 CV EXPL 13-720) rolbeschikking van de eerste kamer van 4 juni 2013 in de zaak van [volledige naam appellant], wonende te [woonplaats], appellant, in eerste aanleg: gedaagde, hierna: [appellant], advocaat: mr. P. van Rossum, kantoorhoudend te Emmen, tegen Diamond Invest B.V., gevestigd te Elim, geïntimeerde, in eerste aanleg: eiseres, hierna: Diamond Invest, advocaat: mr. E.T. van Dalen, kantoorhoudend te Groningen.
ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7987
Het geding in eerste aanleg (zaaknr.
ECLI:NL:GHSHE:2015:827
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.108.394/02 arrest van 10 maart 2015 in de zaak van V.O.F.
ECLI:NL:GHSHE:2015:3684
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.172.362/01 arrest van 22 september 2015 in de zaak van Job Life B.V., voorheen genaamd Job Timing B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna te moeten: Job Life, advocaat: mr. Z.M. Alaca te Eindhoven, tegen [geïntimeerde] , handelende onder de naam Your Boost, wonende en zaakdoende te [woon- en zaaksplaats] , geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. G.C.L. van de Corput te Breda, na verwijzing door de kantonrechter te Tilburg, rechtbank Zeeland-West-Brabant, naar dit hof bij vonnis van 3 juni 2015, zaaknummer 3910336-CV-15-1529. 1Het geding zoals gevoerd bij de kantonrechter 1.1.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO zaaknummer: CUR202004390 VONNIS van 31 mei 2021 in de zaak van de besloten vennootschap PETRO INDUSTRIAL B.V., gevestigd te Curaçao, opposant, hierna: Petro Industrial, gemachtigde: mr. R.J. Tromp, tegen de naamloze vennootschap APA CONSTRUCTION N.V., gevestigd te Bonaire, geopposeerde, hierna: APA Construction, gemachtigde: mr. N. van Luijk. De procedure 1. Op 9 november 2020 is ingekomen een verzetschrift, gericht tegen het tussen de partijen gewezen vonnis van dit gerecht van 26 oktober 2020 met zaaknummer CUR202000453. Het verdere procesverloop: - de conclusie van antwoord in oppositie d.d. 7 december 2020, - de conclusie van repliek in oppositie d.d. 15 maart 2020.

2. Vervolgens is vonnis nader bepaald op heden. De feiten 3. APA Construction heeft in het voorjaar van 2018 in opdracht van Petro Industrial werkzaamheden uitgevoerd en heeft ten behoeve van die werkzaamheden twee facturen verstuurd aan Petro Industrial, factuur 027-18 voor US$ 45.077 en factuur 028-18 voor US$ 55.329.

4. Petro Industrial heeft van factuur 028-18 US$ 55.299 betaald en van factuur 027-18 niets, ook niet na aanmaningen terzake.

5. APA Construcion is vervolgens bij dit gerecht een procedure gestart tegen Petro Industrial. In die zaak is Petro Industrial opgeroepen te verschijnen op de rolzitting van 24 augustus 2020. Ter gelegenheid van die rolzitting heeft de heer [naam 1] zich voor Petro Industrial gesteld en is de datum voor conclusie van antwoord bepaald op 21 september 2020. Omdat op die datum geen conclusie van antwoord is ingediend, is een akte niet dienen verleend.

6. Vervolgens is Petro Industrial in het vonnis van 26 oktober 2020 veroordeeld tot betaling aan APA Construction van US$ 46.367, vermeerderd met rente en kosten. De kop van het vonnis bevat de vermelding dat Petro Industrial niet in rechte is verschenen. Onder “Het procesverloop” is vermeld dat Petro Industrial, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen en dat het gerecht tegen Petro Industrial verstek heeft verleend. Het geschil 7. Petro Industrial vordert dat het gerecht het verstekvonnis van 26 oktober 2020 vernietigt en de vordering van APA Construction alsnog niet-ontvankelijk verklaart of afwijst.

8. APA Construction voert gemotiveerd verweer. De beoordeling 9. Het verst strekkende verweer is dat Petro Industrial niet-ontvankelijk is, omdat het vonnis van 26 oktober 2020 geen verstekvonnis was, maar een vonnis op tegenspraak, en dat het rechtsmiddel daartegen hoger beroep is en niet verzet. Petro Industrial voert aan dat het gerecht moet uitgaan van wat er in het vonnis staat.

10. Het gerecht overweegt dat het stellen door [naam 1] ter gelegenheid van de rolzitting van 24 augustus 2020 betekende dat Petro Industrial in de procedure is verschenen. Het vonnis van 26 oktober 2020 vermeldt dus ten onrechte dat Petro Industrial niet is verschenen. Ook vermeldt het ten onrechte dat tegen Petro Industrial verstek is verleend. Voor de beantwoording van de vraag of dit vonnis moet worden beschouwd als een verstekvonnis, zoals Petro Industrial meent, of als een vonnis op tegenspraak, zoals APA Construction meent, is volgens vaste rechtspraak niet de uiterlijke verschijningsvorm van het vonnis of de bewoordingen daarvan beslissend, maar hoe het vonnis had behoren te worden uitgesproken.

Dat is, zo is wel duidelijk, in deze zaak als een vonnis op tegenspraak: Petro Industrial is immers in de procedure verschenen. Dat zij uiteindelijk geen verweer heeft gevoerd, is in dit kader niet relevant. De Hoge Raad heeft één uitzondering toegestaan, en dat was in het geval de onduidelijkheid is ontstaan door fouten in het gerechtelijk apparaat, maar dat is in deze zaak niet aan de orde. Een verschil met die zaak is bovendien dat Petro Industrial wist, althans behoorde te weten, dat zij in de procedure verschenen was en dat er geen verstek tegen haar verleend was.

Het voorgaande betekent dat voor Petro Industrial als rechtsmiddel tegen het vonnis het hoger beroep openstond en niet het verzet. Zij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

11. Petro Industrial zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van APA Construction worden conform het liquidatietarief in het Procesreglement begroot op NAƒ 3.000 (2 punten x tarief 6). De beslissing Het gerecht: a. verklaart Petro Industrial niet-ontvankelijk in haar verzet, veroordeelt Petro Industrial in de kosten van de procedure, aan de zijde van APA Construction tot op heden begroot op NAƒ 3.000, verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad, wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr.

F.J.F. Gerard, rechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier. Dat is niet voldoende betwist door Petro Industrial en kan ook uit het dossier van zaak CUR202000453 worden afgeleid. HR 15 oktober 1993, NJ 1994/7, ECLI:NL:HR:1993:ZC1094, Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juni 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5040, Hof Den Bosch 18 september 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7987, Hof Den Bosch 10 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:827 en Hof Den Bosch 22 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3684. HR 18 november 2016, NJ 2016/485, ECLI:NL:HR:2016:2642 (in een zaak waarin het verstek werd gezuiverd, dit niet uit het roljournaal bleek en de gedaagde ook niet in de gelegenheid is gesteld nog een proceshandeling te verrichten)