Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2019:59 ECLI:NL:OGEAC:2019:59 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:59 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2019:59
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 1 april 2019 BBZ nr. CUR201701129 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: X, wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is op 25 september 2015 een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2013 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf. 435.495 en een te betalen bedrag van NAf. 8.676. 1.2 Belanghebbende heeft op 24 november 2015 bezwaar gemaakt tegen de aanslag. 1.3 Belanghebbende heeft op 21 augustus 2016 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:59 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: Volgens artikel 6.1 in samenhang met artikel 6.2 van de Minreg dient de kostenvergoeding bij ernstig onzorgvuldigheid immers volgens de forfaitaire wijze van artikel 6.4 te gebeuren. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Daarvan is niet gebleken. De kostenvergoeding wordt voor de bezwaarfase vastgesteld op NAf. 100 (1 punt voor het bezwaarschrift x 1 (gewicht van de zaak) x NAf. 100 (waarde per punt)). beroepsfase 3.4 Het Gerecht ziet aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten in verband met de behandeling van het beroep.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2012:BY4638
Het geding in feitelijke instanties De Inspecteur heeft, gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag in de vennootschapsbelasting van belanghebbende voor het jaar 1998, het bedrag van het verlies van dat jaar bij beschikking vastgesteld. Belanghebbende is tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het door hem tegen deze verliesvaststellingsbeschikking gemaakte bezwaar in beroep gekomen bij de Rechtbank te Leeuwarden. Nadien heeft de Inspecteur alsnog uitspraak gedaan op het bezwaar, bij welke uitspraak de verliesvaststellingsbeschikking nader is vastgesteld. De Rechtbank (nr. AWB 07/2836) heeft het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:OGHACMB:2017:54
Uitspraak CUR2016H00008 Datum uitspraak: 21 juni 2017 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: de inspecteur der belastingen in Curaçao, appellant (de Inspecteur), tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (het Gerecht) van 9 juni 2016 in de zaak BBZ nr. 68870 van 2014, in het geding tussen: de Inspecteur en [ X ], gevestigd te Curaçao, verweerder (belanghebbende). 1Procesverloop 1.1. De Inspecteur heeft aan belanghebbende met dagtekening 25 juni 2010 een naheffingsaanslag winstbelasting opgelegd over het jaar 2008 ten bedrage van NAf 18.000 en een verzuimboete opgelegd van NAf 2.700. 1.2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 1 april 2019 BBZ nr. CUR201701129 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: X, wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur. 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is op 25 september 2015 een aanslag premie AVBZ voor het jaar 2013 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf. 435.495 en een te betalen bedrag van NAf. 8.676. 1.2 Belanghebbende heeft op 24 november 2015 bezwaar gemaakt tegen de aanslag. 1.3 Belanghebbende heeft op 21 augustus 2016 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf.50 1.4 Partijen zijn uitgenodigd voor de zitting op 15 november 2018 te Willemstad. Beide partijen hebben te kennen gegeven dat een onderzoek ter zitting achterwege kan blijven. 1.5 Het Gerecht heeft daarop op de voet van artikel 8b van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (hierna: LBB) bepaald dat een zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het bezwaarschrift is op 24 november 2015 door de Inspecteur ontvangen. Belanghebbende betoogt daarin dat de Inspecteur een verkeerd premiepercentage (2% in plaats van 1,5%) heeft toegepast op een deel van zijn genoten inkomen. 2.2 Ingevolge artikel 30, lid 2, Algemene landsverordening landsbelastingen (ALL) is een uitspraak op een bezwaarschrift niet tijdig gedaan, als de inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een uitspraak heeft gedaan.

Deze regel lijdt uitzondering in het geval dat de aanslag inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk vast staat (artikel 39, lid 2, Landsverordening AVBZ). Nu dat niet het geval is, had de Inspecteur uiterlijk op 24 september 2016 uitspraak moeten doen. 2.3 Ingevolge artikel 31, lid 1, ALL kan beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift binnen twaalf maanden na het tijdstip waarop voornoemde negen maanden zijn verlopen, in dit geval dus uiterlijk 24 september 2017. 2.4 Belanghebbende heeft op 21 augustus 2016 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

Dit beroep is mitsdien ontvankelijk. Ten tijde van het instellen van beroep heeft de Inspecteur nog geen beslissing op het bezwaar genomen, zodat het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond is. Het Gerecht ziet evenwel om proces-economische redenen ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar. De Inspecteur heeft in de beroepsfase immers de aanslag premie AVBZ overeenkomstig het bezwaarschrift van belanghebbende (tot NAf. 6.499) verminderd. Het bezwaar is derhalve gegrond. 3PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT bezwaarfase 3.1 Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de ALL worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd.

Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de vergoeding zijn neergelegd in Hoofdstuk 6 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht (Minreg). 3.2 Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschrift verzocht om een kostenvergoeding. Daarbij heeft hij aangevoerd dat de Inspecteur dezelfde fout (foute premiepercentage) in de afgelopen jaren veelvuldig heeft gemaakt en dat hij daardoor telkens bezwaar heeft moeten maken. Onder deze omstandigheid kan gezegd worden dat de Inspecteur tegen beter weten in de onderhavige aanslag heeft opgelegd, zodat sprake is van een aan de Inspecteur te wijten ernstige onzorgvuldigheid. 3.3 Het Gerecht ziet anders dan belanghebbende voorstaat geen aanleiding om van het forfaitair bedrag aan kostenvergoeding af te wijken.

Volgens artikel 6.1 in samenhang met artikel 6.2 van de Minreg dient de kostenvergoeding bij ernstig onzorgvuldigheid immers volgens de forfaitaire wijze van artikel 6.4 te gebeuren. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Daarvan is niet gebleken. De kostenvergoeding wordt voor de bezwaarfase vastgesteld op NAf. 100 (1 punt voor het bezwaarschrift x 1 (gewicht van de zaak) x NAf. 100 (waarde per punt)). beroepsfase 3.4 Het Gerecht ziet aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten in verband met de behandeling van het beroep.

De Inspecteur heeft niet tijdig uitspraak gedaan, waarna belanghebbende daartegen beroep heeft ingesteld. De Inspecteur zal worden veroordeeld in de kosten die redelijkerwijs moesten worden gemaakt voor het beroep tegen het uitblijven van een uitspraak op bezwaar (vgl. HR 30 november 2012, nr. 12/01076, ECLI:NL:HR:2012:BY4638). 3.5 In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. 3.6 Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde beroepsmatig verleende bijstand. Deze kosten kunnen voor wat betreft de beroepsprocedure worden berekend op NAf. 175 (1 punt voor beroepschrift, waarde per punt NAf. 700, wegingsfactor 0,25 (beroep tegen niet tijdig beslissen)). 3.7 Verder dient de Inspecteur het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden. 4DE BESLISSING Het Gerecht: verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de aanslag premie AVBZ gegrond; verklaart het bezwaar tegen de aanslag AVBZ gegrond; handhaaft de aanslag zoals deze door de Inspecteur in beroepsfase ambtshalve is verminderd tot een bedrag van NAf. 6.499; veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf. 275 (NAf.100 voor bezwaar en NAf. 175 voor beroep); en draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf. 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en uitgesproken op 1 april 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M Faro MSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden. HOGER BEROEP Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer) Wilhelminaplein 4 Willemstad Curaçao U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener, b. de dagtekening, c. waartegen u in beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffie@caribjustitia.org. Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd: -natuurlijke personen: NAf. 200 -personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500