Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2019:289 ECLI:NL:OGEAC:2019:289 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:289 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2019:289
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 20 december 2019 BBZ nr. CUR201803441 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: X, wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is met dagtekening 21 juli 2017 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2013 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 27.150. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 250 vanwege het niet tijdig doen van aangifte. 1.2 Belanghebbende heeft op 4 oktober 2017 daartegen bezwaar gemaakt. 1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraak van 17 augustus 2018 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:289 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: Blijkens een ter zitting overgelegde berekening van belanghebbende - welke berekening door de Inspecteur is bevestigd - bedraagt bij een dergelijk inkomen de verschuldigde belasting NAf 210. Beide partijen zijn eensluidend van mening dat deze ambtshalve vermindering meebrengt dat gelet op artikel 41B, lid 1 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, de aanslag is vernietigd, omdat de verschuldigde belasting minder dan NAf 300 bedraagt. Dit betekent dat het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2017:844
12 mei 2017 nr. 15/05579 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 22 oktober 2015, nr. AWB 14/2086, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 gegeven beschikking als bedoeld in artikel 20b, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
ECLI:NL:OGHACMB:2018:147
BON2016H00001, BON2016H00002 en BON2017H00001 Datum uitspraak: 8 juni 2018 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [ X ] N.V., gevestigd te Bonaire, appellante (belanghebbende), tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (het Gerecht) van 6 april 2016, BBZ nrs. 62591, 62592 van 2013 en 76417 van 2015 in het geding tussen: belanghebbende, en de inspecteur der belastingen in Bonaire, verweerder (de Inspecteur), 1Procesverloop Betreffende de zaak BON2017H00001 1.1.
ECLI:NL:OGHACMB:2019:159
Uitspraak AUA2019H00011 en AUA2019H00019 Datum uitspraak: 12 augustus 2019 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: X, wonend in Aruba, appellant (hierna: belanghebbende), tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (het Gerecht) van 14 december 2018 in de zaken BBZ nrs. AUA201802151 en AUA201802152, in het geding tussen: belanghebbende en de inspecteur der belastingen in Aruba, verweerder (hierna: de Inspecteur). 1.Procesverloop 1.1.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 20 december 2019 BBZ nr. CUR201803441 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken van: X, wonende te Curaçao, belanghebbende, gericht tegen: DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao, de Inspecteur 1PROCESVERLOOP 1.1 Aan belanghebbende is met dagtekening 21 juli 2017 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2013 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 27.150. Daarbij is een verzuimboete opgelegd van NAf 250 vanwege het niet tijdig doen van aangifte. 1.2 Belanghebbende heeft op 4 oktober 2017 daartegen bezwaar gemaakt. 1.3 De Inspecteur heeft bij uitspraak van 17 augustus 2018 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

De Inspecteur heeft ambtshalve de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 19.200. 1.4 Belanghebbende heeft op 17 oktober 2018 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor NAf 50 aan griffierecht betaald. 1.5 De Inspecteur heeft op 4 december 2019 een verweerschrift ingediend. 1.6 Belanghebbende heeft op 6 december 2019 een nader stuk ingediend. 1.7 De zitting heeft plaatsgevonden op 11 december 2019 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, vergezeld van haar zoon en bijgestaan door haar oom mr.

A. Namens de Inspecteur is verschenen mr. B. Belanghebbende heeft ter zitting met instemming van de Inspecteur nadere stukken ingebracht. 2OVERWEGINGEN Ontvankelijkheid beroep 2.1 Een beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen (vgl. HR 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844). 2.2 De Inspecteur heeft bij de uitspraak op bezwaar de aanslag ambtshalve verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 19.200.

Blijkens een ter zitting overgelegde berekening van belanghebbende - welke berekening door de Inspecteur is bevestigd - bedraagt bij een dergelijk inkomen de verschuldigde belasting NAf 210. Beide partijen zijn eensluidend van mening dat deze ambtshalve vermindering meebrengt dat gelet op artikel 41B, lid 1 Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943, de aanslag is vernietigd, omdat de verschuldigde belasting minder dan NAf 300 bedraagt. Dit betekent dat het beroep belanghebbende niet in een betere positie kan brengen. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ontvankelijkheid bezwaar 2.3 Gelet op het vorenstaande merkt het Gerecht het hiernavolgende ten overvloede op. 2.4 In artikel 29, lid 1, Algemene landsverordening Landsbelastingen (hierna: ALL) is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bewaarschrift kan indienen bij de Inspecteur. 2.5 Het onderhavige aanslagbiljet is gedagtekend op 21 juli 2017. Het bezwaarschrift is op 4 oktober 2017 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden – die eindigde op 21 september 2017 – ingediend. 2.6 Een niet-ontvankelijkverklaring van een bezwaar op grond van termijnoverschrijding blijft echter achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest. 2.7 Belanghebbende stelt, hetgeen niet is weersproken, dat zij pas op 8 augustus 2017 het aanslagbiljet heeft ontvangen.

Belanghebbende resteert op die datum nog een bezwaartermijn van meer dan zes weken. 2.8 Als met vertraging is kennisgenomen van een aanslag of boetebeschikking, geldt dat het bezwaar zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend. Behoudens bijzondere omstandigheden merkt het Gerecht een termijn van ten minste twee weken aan als ‘zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk’ (vgl. Gemeenschappelijk Hof 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147). Deze termijn van twee weken is evenwel niet relevant, nu belanghebbende na kennisneming van de aanslag en de boetebeschikking nog een bezwaartermijn resteerde van meer dan zes weken (vgl. Gemeenschappelijk Hof 12 augustus 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:159).

Belanghebbende heeft buiten de bezwaartermijn bezwaar ingesteld, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Het niet tijdig inschakelen van een rechtsbijstandverlener komt voor rekening en risico van belanghebbende en levert dus geen verschoonbare termijnoverschrijding op. Aanslagen premieheffing 2.9 Voorts merkt het Gerecht ten overvloede op dat aan belanghebbende voor het jaar 2013 ook aanslagen premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ zijn opgelegd, dat daartegen geen bezwaar is gemaakt, dat deze aanslagen dus onherroepelijk vaststaan, dat een eventuele vermindering van het belastbaar inkomen in onderhavige procedure over de aanslag inkomstenbelasting volgens de Inspecteur zou hebben meegebracht dat ook de aanslagen premieheffing ambtshalve zouden worden verminderd, dat in onderhavige procedure het Gerecht evenwel niet is toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het belastbaar inkomen, maar dat de Inspecteur ter zitting heeft toegezegd dat zij bereid is tezamen met belanghebbende de omvang van het premie-inkomen te bezien. 5PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht. 6DE BESLISSING Het Gerecht: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 20 december 2019, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc. De griffier, De rechter, Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden. HOGER BEROEP Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij: Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer) Wilhelminaplein 4 Willemstad Curaçao U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener, b. de dagtekening, c. waartegen u in beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie: belastinggriffieCUR@caribjustitia.org. Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd: - natuurlijke personen: NAf 200 - personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf 500