Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2019:192 ECLI:NL:OGEAC:2019:192 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:192 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2019:192
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen: [eiseres], wonend in Curaçao, eiseres, en de sectordirecteur Arbeid van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn, verweerder, gemachtigde: mr. G.B. Steward, advocaat. Procesverloop Bij besluit van 31 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft de sectordirecteur Arbeid van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn aan de werkgever van eiseres, [de werkgever], een ontslagvergunning verleend waarin haar toestemming is verleend, zoals bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten, tot beëindiging van de arbeidsovereenkomsten aangegaan met eiseres.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:192 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: G.B. Steward, advocaat. Procesverloop Bij besluit van 31 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft de sectordirecteur Arbeid van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn aan de werkgever van eiseres, [de werkgever], een ontslagvergunning verleend waarin haar toestemming is verleend, zoals bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten, tot beëindiging van de arbeidsovereenkomsten aangegaan met eiseres.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen: [eiseres], wonend in Curaçao, eiseres, en de sectordirecteur Arbeid van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn, verweerder, gemachtigde: mr. G.B. Steward, advocaat. Procesverloop Bij besluit van 31 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft de sectordirecteur Arbeid van het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn aan de werkgever van eiseres, [de werkgever], een ontslagvergunning verleend waarin haar toestemming is verleend, zoals bedoeld in artikel 4 van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten, tot beëindiging van de arbeidsovereenkomsten aangegaan met eiseres.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Lar wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen onder beschikking verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Op grond van artikel 7, eerste lid, kunnen rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht.

Op grond van het tweede lid, aanhef en onder p, staat geen beroep open tegen beschikkingen gegeven op grond van de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten (P.B. 1972, no. 111) (Lvbaovk). Op grond van artikel 79, eerste lid, onder a, kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het beroepschrift hem niet nodig voorkomt, omdat het Gerecht onbevoegd is.

2. Het Gerecht acht verdere behandeling van het beroep niet nodig, omdat het Gerecht onbevoegd is. Hij overweegt daartoe het volgende.

3. Het bestreden besluit betreft een op grond van de Lvbaovk gegeven beschikking, waartegen op grond van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder p, van de Lar geen beroep openstaat bij de Lar-rechter. Het Gerecht is dan ook onbevoegd kennis te nemen van het beroep.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding. Beslissing Het Gerecht verklaart zich onbevoegd. Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2019 te Curaçao, in aanwezigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Lar.