Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAC:2019:138 ECLI:NL:OGEAC:2019:138 AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:138 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Case Number ECLI:NL:OGEAC:2019:138
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen: [eisers], eisers, gemachtigde: mr. E.J. Maduro, en de publiekrechtelijk rechtspersoon Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof), verweerster. Procesverloop Bij beroepschrift van 27 augustus 2018, bij het Gerecht ingediend op 31 augustus 2018, hebben eisers beroep ingesteld tegen de door het Hof op 30 januari 2018 gegeven eindbeschikking in de zogeheten civiele zaak ‘Rancho’.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAC:2019:138 · Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: E.J. Maduro, en de publiekrechtelijk rechtspersoon Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof), verweerster. Procesverloop Bij beroepschrift van 27 augustus 2018, bij het Gerecht ingediend op 31 augustus 2018, hebben eisers beroep ingesteld tegen de door het Hof op 30 januari 2018 gegeven eindbeschikking in de zogeheten civiele zaak ‘Rancho’.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Uitspraak op grond van artikel 79, eerste lid, van de Lar in het geding tussen: [eisers], eisers, gemachtigde: mr. E.J. Maduro, en de publiekrechtelijk rechtspersoon Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (het Hof), verweerster. Procesverloop Bij beroepschrift van 27 augustus 2018, bij het Gerecht ingediend op 31 augustus 2018, hebben eisers beroep ingesteld tegen de door het Hof op 30 januari 2018 gegeven eindbeschikking in de zogeheten civiele zaak ‘Rancho’.

Overwegingen 1. Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie is er een Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Op grond van het tweede lid bezit het Hof rechtspersoonlijkheid. De Gerechten in eerste aanleg behoren tot de rechtspersoon Hof. 1.1 Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Lar wordt in deze Landsverordening en de daarop berustende bepalingen onder bestuursorgaan verstaan: een persoon of een college met enig openbaar gezag bekleed, met uitzondering van onafhankelijke, bij landsverordening of rijkswet ingestelde, organen die met rechtspraak zijn belast.

Op grond van artikel 3, eerste lid, wordt in deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen verstaan onder beschikking: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is. Op grond van artikel 7, eerste lid, eerste volzin, kunnen natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, daartegen beroep instellen bij het Gerecht. Op grond van artikel 79, eerste lid, onder a, kan het Gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het beroepschrift hem niet nodig voorkomt, omdat het Gerecht onbevoegd is.

2. Het Gerecht acht verdere behandeling van het beroepschrift niet nodig, omdat het zich onbevoegd acht te oordelen over hetgeen daarbij aan de orde wordt gesteld. Een (eind)beschikking door het Hof gegeven in een civiel geding is geen beschikking in de zin van de Lar, waartegen op grond van die wet beroep kan worden ingesteld. Het Hof is immers uitgezonderd van het begrip ‘bestuursorgaan’ in de Lar en neemt dan ook geen beschikkingen in de zin van die wet.

3. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding. Beslissing Het Gerecht verklaart zich onbevoegd. Aldus vastgesteld door mr. D. Haan, rechter in het Gerecht, en bekend gemaakt op 18 juni 2019 te Curaçao, in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier. Tegen deze beslissing staat verzet open binnen twee weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak. Zie artikel 80 van de Lar.